100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

samenvatting online leerpaden/modules markten en prijzen

Rating
-
Sold
-
Pages
27
Uploaded on
21-01-2022
Written in
2020/2021

Een samenvatting van de online leerpaden/modules van het vak markten en prijzen.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 21, 2022
Number of pages
27
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Markten en prijzen
Module 1: Speltheorie en productie
1. Speltheorie
→ Situaties analyseren waarbij de beslissingen van spelers niet enkel voor zichzelf, maar ook voor
anderen gevolgen hebben. We proberen te voorspellen hoe de spelers zich zullen gedragen en hoe
waarschijnlijk de verschillende uitkomsten zijn.

Een spel bestaat uit spelers die elke een strategie kiezen om een zo goed mogelijk resultaat of
payoff te bereiken.

We veronderstellen dat:

 Het een simultaan spel is, dus de spelers beslissen hun strategie op hetzelfde moment.
 Elke speler zich rationeel gedraagt en dus eigenbelang nastreeft.
 Dat de spelregels gekend zijn door alle spelers.

De resultatenmatrix toont aan hoe het spel gespeeld kan worden en wat de uitkomsten zijn.
verticaal → de rijspeler
horizontaal → de kolomspeler

2. Dominante strategie
→ De strategie die een speler het beste resultaat oplevert, ongeacht de keuze van de andere speler.

Om de dominante strategie te achterhalen, bekijken we wat de beste strategie is in de twee
mogelijke situaties.
→ Er is niet altijd noodzakelijk een dominante strategie.

Als er in een spel voor elke speler een dominante strategie is, zal de combinatie hiervan de
verwachte uitkomst zijn. Deze situatie noemen we het evenwicht in dominante strategieën.

De coöperatieve uitkomst of het coöperatief evenwicht houdt in dat de spelers door samen te
werken en afspraken te maken de beste gezamenlijke uitkomst kunnen bereiken.
→ Deze afspraken zijn niet stabiel waardoor het coöperatief evenwicht onzeker is.

Het nastreven van individueel belang lijdt dus niet altijd tot de beste gezamenlijke uitkomst.

3. Nash evenwicht
→ Een combinatie van strategieën waarbij geen enkele speler de intentie heeft zijn strategie te
wijzigen, gegeven de strategie van de andere speler. De mogelijkheid bestaat dat er binnen 1 spel,
meerder Nash evenwichten zijn.

Een Nash evenwicht is een algemener evenwicht dan een evenwicht in dominante strategieën.
→ Een evenwicht in dominante strategieën is dus ook steeds een Nash evenwicht, andersom is dit
niet zo.

Welk Nash evenwicht nu de uiteindelijke uitkomst wordt, kan afhangen van het feit of de spelers al
dan niet simultaan kiezen. Wanneer dit niet zo is, zal de laatst kiezende speler bijna altijd de keuze
van de eerste speler volgen. Wanneer het spel vaker gespeeld wordt, is afwisseling ook een optie.

,4. Productiemogelijkheden
De productiemogelijkhedencurve is een verzameling van alle
goederenbundels die een persoon, bedrijf of land maximaal kan
produceren wanneer alle beschikbare productiemiddelen efficiënt
zijn ingezet. De punten op de grafiek zijn dus optimaal.

Alle productie-bundels onder de grafiek kunnen ook benut worden,
maar in deze situaties zullen niet alle productiemiddelen efficiënt worden benut.
→ Kan wanneer er Bv. een machine kapot is of een wanneer een arbeider niet aandachtig is.

De punten op en onder de grafiek behoren tot de productiemogelijkhedenverzameling.
Alle punten die boven de grafiek liggen kan de bakker niet bereiken aangezien zijn middelen beperkt
zijn.
→ De beperking van beschikbare middelen noemen we schaarste.

De opportuniteitskost is de gemiste opbrengst van de best mogelijke alternatieve aanwending van
de beschikbare productiemiddelen.
→ “Kiezen is verliezen!”

De vorm van de productiemogelijkhedencurve geeft aan hoe de opportuniteitskost verandert indien
we al meer van een goed hebben:

De natuurlijke vorm van een grafiek is concaaf.
→ De opportuniteitskost neemt toe naarmate het goed toeneemt.
Uitzonderlijk kan de grafiek ook lineair zijn.
→ De opportuniteitskost is constant naarmate het goed toeneemt.

De opportuniteitskost van een goed wordt steeds uitgedrukt in termen van een andere goed,
hierdoor is deze waarde relatief.

Een comparatief voordeel houdt in dat een land een goed goedkoper kan produceren dan haar
handelspartner kan.

De helling van de curve is gelijk aan de opportuniteitskost.

Bij specialisatie gaat een land enkel nog het goed produceren
waarvoor zij een comparatief voordeel hebben.

, Module 2: Vraag en aanbod
1. Partiële vraag
Er zijn veel factoren die een invloed hebben op de vraag, voorbeelden zijn de prijs van het product,
de prijs van gelijkaardige producten, het inkomen van de consumenten, het weer,
reclamecampagnes…
→ De algemene vraagfunctie schrijft de vraag als functie van al deze factoren.

De Latijnse term Ceteris Paribus duidt aan dat we er van uit gaan dat alle variabelen, buiten de prijs
en de hoeveelheid, constant blijven.
→ De partiële vraagfunctie geeft weer hoeveel eenheden er van een product verkocht worden bij
verschillende prijzen, er van uit gaande dat de andere variabelen constant blijven.

De reservatieprijs is de maximumprijs die een consument wilt betalen voor een product.

De wet van de vraag stelt dat hoe lager de prijs, hoe hoger de vraag!
→ Er is een negatief verband tussen prijs en gevraagde hoeveelheid.

2. Partieel aanbod
De productiekost wordt beïnvloedt door factoren zoals lonen, aankoopprijs van grondstoffen, huur
van gebouwen…
→ Ceteris Paribus, dus we gaan er van uit dat deze variabelen constant blijven.

De partiële aanbodfunctie geeft weer hoeveel eenheden er van een product aangeboden worden bij
verschillende prijzen, er van uit gaande dat de andere variabelen constant blijven.

De reservatieprijs is de minimumprijs waarvoor een product zijn product wilt aanbieden.
→ Geeft de kostprijs weer voor de productie van 1 goed.

3. Het consumentensurplus
→ Het verschil tussen de bereidheid tot betalen en de prijs van het product.

De som van het consumentensurplus van alle consumenten is het totale consumentensurplus.
→ Grafisch is het totale consumentensurplus de totale oppervlakte tussen de vraagcurve en de
horizontale rechte die de prijs weergeeft.
→ totale bereidheid tot betalen – totale uitgaven (bij een gegeven prijs)

4. Het producentensurplus
→ Het verschil tussen de kostprijs van 1 goed en de prijs van het product.

De som van het producentensurplus van alle producten is het totale producentensurplus.
→ Grafisch is het totale producentensurplus de totale oppervlakte tussen de aanbodcurve en de
horizontale rechte die de prijs weergeeft.
→ totale opbrengsten – totale kosten (bij een gegeven prijs)

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
tew0837 Katholieke Hogeschool Mechelen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
65
Member since
4 year
Number of followers
14
Documents
6
Last sold
6 months ago

4.5

2 reviews

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions