Algemene mediakunde
1. Algemene mediakunde: inleiding
1.1. Situering van de syllabus binnen de didactiek
1.1.1. Didactisch model van Van Gelder
Het spreekt voor zich dat het antwoord op de vraag naar media gebonden is aan de leerstof die
wordt aangeboden, aan de didactische werkvormen die worden gehanteerd en aan de
leeractiviteit. Indirect is er dus ook een verband met de andere componenten van het didactische
model.
1.1.2. Doelstellingen van deze les
Een leraar moet mediakundig zijn:
- Overzicht geven van onderwijsmedia die in hun vakgebieden relevant zijn
- Een gepaste mediakeuze maken in functie van de gekozen didactische werkvormen,
leerstof en leeractiviteiten
- De juiste bijhordende programma’s, opnames of software opzoeken en terugvinden in
diverse informatiecentra
- De nodige inhouden of programma’s aanmaken
- De ‘hardware’ en de ‘software’ evalueren voor eigen klasgebruik
2. Verantwoording en begrippenkader
2.1. Wat zijn onderwijsmedia?
Onderwijs- of leermedia zijn alle hulpmiddelen die de onderwijs- of leerprocessen kunnen
bevorderen.
Het zal hierbij duidelijk zijn dat het gaat om hulpmiddelen. Media kunnen dus nooit een doel op
zich zijn, noch het vertrekpunt van een lvb.
De bedoeling van het inschakelen van onderwijs- en leermedia is het verbeteren of optimaliseren
van leer- en/of onderwijsprocessen.
2.2. Waarom media inschakelen in het lesgebeuren?
2.2.1. Voor de lerende
Voor de leerlingen kan het inschakelen van media een meerwaarde hebben op verschillende
vlakken.
CONCREET
Leerinhouden, voorbeelden enz. kunnen aanschouwelijker, concreter en realistischer worden
voorgesteld. Het aanschouwelijkheidsprincipe was één van de eerste didactische principes die
ooit werd geformuleerd.
ESSENTIE
Er kan gemakkelijk worden overgegaan van het concrete via het schematische naar het
abstracte, het conceptuele, waarbij men alleen het essentiële overhoudt en het bijkomstige
weglaat.
1. Algemene mediakunde: inleiding
1.1. Situering van de syllabus binnen de didactiek
1.1.1. Didactisch model van Van Gelder
Het spreekt voor zich dat het antwoord op de vraag naar media gebonden is aan de leerstof die
wordt aangeboden, aan de didactische werkvormen die worden gehanteerd en aan de
leeractiviteit. Indirect is er dus ook een verband met de andere componenten van het didactische
model.
1.1.2. Doelstellingen van deze les
Een leraar moet mediakundig zijn:
- Overzicht geven van onderwijsmedia die in hun vakgebieden relevant zijn
- Een gepaste mediakeuze maken in functie van de gekozen didactische werkvormen,
leerstof en leeractiviteiten
- De juiste bijhordende programma’s, opnames of software opzoeken en terugvinden in
diverse informatiecentra
- De nodige inhouden of programma’s aanmaken
- De ‘hardware’ en de ‘software’ evalueren voor eigen klasgebruik
2. Verantwoording en begrippenkader
2.1. Wat zijn onderwijsmedia?
Onderwijs- of leermedia zijn alle hulpmiddelen die de onderwijs- of leerprocessen kunnen
bevorderen.
Het zal hierbij duidelijk zijn dat het gaat om hulpmiddelen. Media kunnen dus nooit een doel op
zich zijn, noch het vertrekpunt van een lvb.
De bedoeling van het inschakelen van onderwijs- en leermedia is het verbeteren of optimaliseren
van leer- en/of onderwijsprocessen.
2.2. Waarom media inschakelen in het lesgebeuren?
2.2.1. Voor de lerende
Voor de leerlingen kan het inschakelen van media een meerwaarde hebben op verschillende
vlakken.
CONCREET
Leerinhouden, voorbeelden enz. kunnen aanschouwelijker, concreter en realistischer worden
voorgesteld. Het aanschouwelijkheidsprincipe was één van de eerste didactische principes die
ooit werd geformuleerd.
ESSENTIE
Er kan gemakkelijk worden overgegaan van het concrete via het schematische naar het
abstracte, het conceptuele, waarbij men alleen het essentiële overhoudt en het bijkomstige
weglaat.