De student kent de basisprincipes van (wetenschappelijk) onderzoek.
1. Helder gedefinieerd doel
2. Gedetailleerd beschreven onderzoeksdoel
3. Grondig gepland onderzoek ontwerp
4. Openhartig over beperkingen
5. Adequate analyse voor behoeften lezer
6. Ondubbelzinnig gepresenteerde bevindingen
7. Gerechtvaardigde conclusies
De student kan uitleggen wat verantwoorde methoden van onderzoek en dataverzameling zijn.
De student kan op basis van (bestaande) onderzoekgegevens conclusies trekken en aanbevelingen
geven.
De student kan onderscheid maken tussen verschillende stromingen in onderzoek.
De student kan het verschil uitleggen tussen desk- en field research.
Het verschil tussen veldonderzoek (fieldresearch) en bureauonderzoek (deskresearch) is dat
je bij veldonderzoek zelf het “veld” betreedt om data te verzamelen, terwijl je bij bureau
onderzoek gebruikmaakt van eerder verzamelde data door anderen
De student kan het verschil uitleggen tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek en de
verschillende vormen daarvan.
Kwalitatief: hebben vaak de vorm van woorden, dit type onderzoek wordt gebruikt om
concepten, gedachten of ervaringen te begrijpen. Met kwalitatief onderzoek kun je inzicht
verkrijgen in onderwerpen waar nog weinig kennis over is
Kwantitatief: worden uitgedrukt in getallen, tabellen, grafieken en diagrammen. Dit type
onderzoek wordt gebruikt om theorieën en hypothesen te bevestigen of te verwerpen. Dit
type onderzoek kan worden ingezet om feiten te verzamelen die kunnen worden
gegeneraliseerd naar grotere populatie
( experimenten, kwantitatieve observaties en enquêtes met gesloten vragen
De student kan de fasen van een onderzoek beschrijven.`
Ontwerpen ( alle activiteiten die leiden tot het afbakenen van het onderzoeksonderwerp
(domein) dus het formuleren van de probleem/ doelstelling en eventuele deelvragen.
Gegevens verzamelen (dataverzameling) “het veld in”
Analyseren ( je verwerkt de gegevens tot een resultaat)
Evalueren en adviseren ( hoe haal je conclusies uit je resultaat)
Beroepsproduct
De student kent diverse methode voor gegevensverzameling en uitleggen wat ze inhouden.
Inductief: is er van te voren geen theorie bekend (theorie ontwikkelend onderzoek)
Deductief: formuleert de onderzoeker verwachtingen aan de hand van theorieën en modellen
(theorie toetsend onderzoek)
Cross-sectioneel: onderzoek op 1 moment in de tijd (1malig)
Longitudinaal: onderzoek dat op meerdere momenten in de tijd herhaald wordt
Surveyonderzoek: onderzoek met behulp van enquêtes, om meningen, houdingen en kennis bij
grote groep mensen te meten
Methode triangulatie: inzet van meerdere methoden van dataverzameling
Data triangulatie: inzet van verschillende onderzoeksgroepen (datasets)
Onderzoekers triangulatie: inzet van meerdere onderzoekers
Theoretische triangulatie: inzet van verschillende theoretische uitgangspunten
1. Helder gedefinieerd doel
2. Gedetailleerd beschreven onderzoeksdoel
3. Grondig gepland onderzoek ontwerp
4. Openhartig over beperkingen
5. Adequate analyse voor behoeften lezer
6. Ondubbelzinnig gepresenteerde bevindingen
7. Gerechtvaardigde conclusies
De student kan uitleggen wat verantwoorde methoden van onderzoek en dataverzameling zijn.
De student kan op basis van (bestaande) onderzoekgegevens conclusies trekken en aanbevelingen
geven.
De student kan onderscheid maken tussen verschillende stromingen in onderzoek.
De student kan het verschil uitleggen tussen desk- en field research.
Het verschil tussen veldonderzoek (fieldresearch) en bureauonderzoek (deskresearch) is dat
je bij veldonderzoek zelf het “veld” betreedt om data te verzamelen, terwijl je bij bureau
onderzoek gebruikmaakt van eerder verzamelde data door anderen
De student kan het verschil uitleggen tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek en de
verschillende vormen daarvan.
Kwalitatief: hebben vaak de vorm van woorden, dit type onderzoek wordt gebruikt om
concepten, gedachten of ervaringen te begrijpen. Met kwalitatief onderzoek kun je inzicht
verkrijgen in onderwerpen waar nog weinig kennis over is
Kwantitatief: worden uitgedrukt in getallen, tabellen, grafieken en diagrammen. Dit type
onderzoek wordt gebruikt om theorieën en hypothesen te bevestigen of te verwerpen. Dit
type onderzoek kan worden ingezet om feiten te verzamelen die kunnen worden
gegeneraliseerd naar grotere populatie
( experimenten, kwantitatieve observaties en enquêtes met gesloten vragen
De student kan de fasen van een onderzoek beschrijven.`
Ontwerpen ( alle activiteiten die leiden tot het afbakenen van het onderzoeksonderwerp
(domein) dus het formuleren van de probleem/ doelstelling en eventuele deelvragen.
Gegevens verzamelen (dataverzameling) “het veld in”
Analyseren ( je verwerkt de gegevens tot een resultaat)
Evalueren en adviseren ( hoe haal je conclusies uit je resultaat)
Beroepsproduct
De student kent diverse methode voor gegevensverzameling en uitleggen wat ze inhouden.
Inductief: is er van te voren geen theorie bekend (theorie ontwikkelend onderzoek)
Deductief: formuleert de onderzoeker verwachtingen aan de hand van theorieën en modellen
(theorie toetsend onderzoek)
Cross-sectioneel: onderzoek op 1 moment in de tijd (1malig)
Longitudinaal: onderzoek dat op meerdere momenten in de tijd herhaald wordt
Surveyonderzoek: onderzoek met behulp van enquêtes, om meningen, houdingen en kennis bij
grote groep mensen te meten
Methode triangulatie: inzet van meerdere methoden van dataverzameling
Data triangulatie: inzet van verschillende onderzoeksgroepen (datasets)
Onderzoekers triangulatie: inzet van meerdere onderzoekers
Theoretische triangulatie: inzet van verschillende theoretische uitgangspunten