Hoofdstuk 3: Goede gesprekken in een krachtige leeromgeving
Interacties doen ertoe
1. Relatiebevorderende interactie
2. Taalbevorderende interactie/taalstimulerende interactie/taalontwikkelende
interactie
3. Denkbevorderende interactie
4. Muzische interactie
Te onderscheiden, maar niet te scheiden van elkaar
Een krachtige leeromgeving voor taal leren in de kleuterklas
Echte en open gesprekken kunnen alleen maar een motor zijn voor het taalleerproces van
kinderen als ze plaatsvinden in een krachtige leeromgeving.
Een goed gesprek?!
Goede gesprekken = uitdagende gesprekken waarin kinderen en hun leerkracht ideeën
delen, serieus naar elkaar luisteren, samen redeneren en voortbouwen op elkaars ideeën.
3e motor: productieve interactie =
Ruimte voor eigen inbreng!!
Stellen van open vragen!!
o Bv: hoe kunnen we dat probleem oplossen, denk je?
Benoemen van behoeften
o Bv: o, jij wilt het graag zo oplossen
Ruimte voor betekenisonderhandeling!! (samen met kleuters onderhandelen)
o Bv: vinden jullie dat een goed idee?
o Bv: is dat een goede verstopplaats voor het doosje van Maxim?
Relateren van nieuwe kennis en ervaringen aan het gemeenschappelijke
referentiekader van de klas
o Bv: in onze klas hebben we dat ook al gedaan he, weet je nog?
Gelijkwaardige gesprekspartners
Non-productieve interactie =
Gesloten vragen, gewenste antwoord ligt reeds vast
Cued elicitation (= hints die de leerling naar het antwoord moeten leiden)
o Bv: wat is dit? Een … Een… Een ho? Hok, ja
Leerkracht neemt een bovengeschikte en leerling neemt een ondergeschikte positie
in
De rol van de leerkracht
Voldoende taalruimte geven om inbreng te doen tijdens het gesprek
Rijk en boeiend taalaanbod kunnen voorzien
Taalfeedback geven
Interacties doen ertoe
1. Relatiebevorderende interactie
2. Taalbevorderende interactie/taalstimulerende interactie/taalontwikkelende
interactie
3. Denkbevorderende interactie
4. Muzische interactie
Te onderscheiden, maar niet te scheiden van elkaar
Een krachtige leeromgeving voor taal leren in de kleuterklas
Echte en open gesprekken kunnen alleen maar een motor zijn voor het taalleerproces van
kinderen als ze plaatsvinden in een krachtige leeromgeving.
Een goed gesprek?!
Goede gesprekken = uitdagende gesprekken waarin kinderen en hun leerkracht ideeën
delen, serieus naar elkaar luisteren, samen redeneren en voortbouwen op elkaars ideeën.
3e motor: productieve interactie =
Ruimte voor eigen inbreng!!
Stellen van open vragen!!
o Bv: hoe kunnen we dat probleem oplossen, denk je?
Benoemen van behoeften
o Bv: o, jij wilt het graag zo oplossen
Ruimte voor betekenisonderhandeling!! (samen met kleuters onderhandelen)
o Bv: vinden jullie dat een goed idee?
o Bv: is dat een goede verstopplaats voor het doosje van Maxim?
Relateren van nieuwe kennis en ervaringen aan het gemeenschappelijke
referentiekader van de klas
o Bv: in onze klas hebben we dat ook al gedaan he, weet je nog?
Gelijkwaardige gesprekspartners
Non-productieve interactie =
Gesloten vragen, gewenste antwoord ligt reeds vast
Cued elicitation (= hints die de leerling naar het antwoord moeten leiden)
o Bv: wat is dit? Een … Een… Een ho? Hok, ja
Leerkracht neemt een bovengeschikte en leerling neemt een ondergeschikte positie
in
De rol van de leerkracht
Voldoende taalruimte geven om inbreng te doen tijdens het gesprek
Rijk en boeiend taalaanbod kunnen voorzien
Taalfeedback geven