Goederenrecht en bestuursrecht
Inhoud
Goederenrecht.......................................................................................................................................2
Hoofdstuk 1. Vermogensrecht............................................................................................................2
Hoofdstuk 2. Eigendomsrechten........................................................................................................3
Hoofdstuk 4. Pandrecht en hypotheekrecht.......................................................................................4
Hoofdstuk 5. Verhaalsrecht en faillissement......................................................................................5
Bestuursrecht.........................................................................................................................................6
Hoofdstuk 1. Inleiding bestuursrecht.................................................................................................6
Hoofdstuk 2. Bevoegdheidsverkrijging...............................................................................................6
Hoofdstuk 3. Belanghebbende...........................................................................................................7
Hoofdstuk 4. Het besluit.....................................................................................................................7
Hoofdstuk 7. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur..........................................................8
Hoofdstuk 8. De formele beginselen van behoorlijk bestuur.............................................................8
Hoofdstuk 9. De materiële beginselen van behoorlijk bestuur...........................................................8
Hoofdstuk 13. De bestuurlijke voorprocedure...................................................................................9
Hoofdstuk 14. Beroep bij de bestuursrechter.....................................................................................9
Hoofdstuk 15. Hoger beroep............................................................................................................10
Hoofdstuk 16. Voorlopige voorziening.............................................................................................10
, Goederenrecht
Hoofdstuk 1. Vermogensrecht
Het vermogensrecht bestaat uit het goederen- en het verbintenissenrecht. Het verbintenissenrecht
geeft regels met betrekking tot de prestatie die door de ene partij ten opzichte van de andere partij
uitgevoerd moet worden. Het goederenrecht geeft regels over de verhouding van een persoon tot
een goed.
Een vermogen bestaat uit goederen (activa) waarop de schulden (passiva) in mindering worden
gebracht.
Goederen zijn registergoederen of niet-registergoederen. Registergoederen zijn goederen waarbij
voor de overdracht van eigendom of vestiging van bepaalde rechten, inschrijving in openbare
registers bij het Kadaster wettelijk verplicht is alle andere goederen zijn niet-registergoederen.
Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten samen.
Zaken zijn tastbare objecten en zaken zijn roerend of onroerend (grond, gebouwen en werken die
duurzaam met de grond zijn verenigd). Roerende zaken zijn alle zaken die niet onroerend zijn.
Vermogensrechten zijn rechten die overdraagbaar zijn en/of waarde hebben en vermogensrechten
zijn absoluut (=tegenover iedereen kan worden gehandhaafd) of relatief (=kan alleen tegen bepaalde
personen worden ingeroepen). Tussenvormen tussen absolute en relatieve vermogensrechten zijn
de kwalitatieve verplichtingen (= om iets te dulden of om iets niet te doen) en het kettingbeding (=
om wel iets te doen of te geven).
Inhoud
Goederenrecht.......................................................................................................................................2
Hoofdstuk 1. Vermogensrecht............................................................................................................2
Hoofdstuk 2. Eigendomsrechten........................................................................................................3
Hoofdstuk 4. Pandrecht en hypotheekrecht.......................................................................................4
Hoofdstuk 5. Verhaalsrecht en faillissement......................................................................................5
Bestuursrecht.........................................................................................................................................6
Hoofdstuk 1. Inleiding bestuursrecht.................................................................................................6
Hoofdstuk 2. Bevoegdheidsverkrijging...............................................................................................6
Hoofdstuk 3. Belanghebbende...........................................................................................................7
Hoofdstuk 4. Het besluit.....................................................................................................................7
Hoofdstuk 7. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur..........................................................8
Hoofdstuk 8. De formele beginselen van behoorlijk bestuur.............................................................8
Hoofdstuk 9. De materiële beginselen van behoorlijk bestuur...........................................................8
Hoofdstuk 13. De bestuurlijke voorprocedure...................................................................................9
Hoofdstuk 14. Beroep bij de bestuursrechter.....................................................................................9
Hoofdstuk 15. Hoger beroep............................................................................................................10
Hoofdstuk 16. Voorlopige voorziening.............................................................................................10
, Goederenrecht
Hoofdstuk 1. Vermogensrecht
Het vermogensrecht bestaat uit het goederen- en het verbintenissenrecht. Het verbintenissenrecht
geeft regels met betrekking tot de prestatie die door de ene partij ten opzichte van de andere partij
uitgevoerd moet worden. Het goederenrecht geeft regels over de verhouding van een persoon tot
een goed.
Een vermogen bestaat uit goederen (activa) waarop de schulden (passiva) in mindering worden
gebracht.
Goederen zijn registergoederen of niet-registergoederen. Registergoederen zijn goederen waarbij
voor de overdracht van eigendom of vestiging van bepaalde rechten, inschrijving in openbare
registers bij het Kadaster wettelijk verplicht is alle andere goederen zijn niet-registergoederen.
Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten samen.
Zaken zijn tastbare objecten en zaken zijn roerend of onroerend (grond, gebouwen en werken die
duurzaam met de grond zijn verenigd). Roerende zaken zijn alle zaken die niet onroerend zijn.
Vermogensrechten zijn rechten die overdraagbaar zijn en/of waarde hebben en vermogensrechten
zijn absoluut (=tegenover iedereen kan worden gehandhaafd) of relatief (=kan alleen tegen bepaalde
personen worden ingeroepen). Tussenvormen tussen absolute en relatieve vermogensrechten zijn
de kwalitatieve verplichtingen (= om iets te dulden of om iets niet te doen) en het kettingbeding (=
om wel iets te doen of te geven).