Multipliereffect:
1Y = 0.7Y + 15 + 45 + 60
0.3Y = 120
Y= 400
1Y = 0.7Y + 15 + 45 + 80
0.3Y = 140
Y = 466.67
Nieuw-oud= 66.67
66.67 : 20 = 3.33
Vaste lasten: verzekering, huur, hypotheek
Structurele werkeloosheid is op lange termijn
Y= 0,60Y + 20 + 30 + 50
0.4y= 100
Y= 250
Y= 0,60Y + 20 + 30 + 90
0.4y= 140
Y= 350
n-o= 350-250= 100
100:40= 25
Hoofdstuk 1
Economie (keuzes maken) = huishoudkunde
Gezinnen = consumentenhuishoudingen
Bedrijven = bedrijfshuishoudingen
Met beperkte inkomen doelen realiseren à nutsmaximalisatie
Schaarste: spanning tussen behoefte – beschikbare middelen
Alternatief aanwendbaar -> meerdere combinaties mogelijk met beschikbare schaarse middelen
,Welstand: persoonlijke voorspoed
Welvaart: mate waarin behoefte – beschikbare middelen is opgeheven
Welzijn: mate van bevrediging van middelen die niet schaars zijn (lucht)
Behoefte: is het menselijke verlangen waaraan voldaan wordt door de beschikking over schaarse
goederen en diensten
Categorieën:
Primaire versus secundaire behoeften
Elementaire goederen – luxe goederen
Stoffelijke versus onstoffelijke behoefte
Tastbare goederen – immateriële goederen
Individuele versus collectieve behoeften
Eigen behoefte vervulbaar – iedereen (veiligheid)
Inkomen is de stroom van verworven koopkracht zonder in te teren
Bruto inkomen
Belastingen en sociale premies –
Netto inkomen
Uitgaven primaire levensbehoeften en vaste lasten –
Vrij besteedbaar/discretionair inkomen
Vormen economische orde:
1- Centraal geleide plan economie: centrale overheid
2- Vrije markt economie: aanbieders en consumenten
3- Georiënteerde markteconomie: vrijemarkt mechanisme en overheid
3 soorten niveaus:
-macro = productie, consumptie en overheidsgedrag
-meso = economische processen
-micro = individuele consument/bedrijf
Economische indicatoren;
Binnenlandse indicatoren
- Groei van het binnenlands product (bbp)
- Conjuncturele situatie
- Index van het consumenten vertrouwen
, - Ontwikkeling van werkeloosheid en lonen enzo
- Arbeidsproductiviteit
- Prijsontwikkeling
- Orderportefeuille bedrijven (opdrachten toekomst)
Buitenlandse indicatoren
- Rentontwikkeling
- Ontwikkeling export en import
- Ontwikkeling van wisselkoersen
- Verloop van dollars koers
- Ontwikkeling energieprijzen
CBD regelt Nederlandse economie door:
Basismateriaal voor miljoenen nota
Macro economische verkenning (mev)
Centraal economische plan
1Y = 0.7Y + 15 + 45 + 60
0.3Y = 120
Y= 400
1Y = 0.7Y + 15 + 45 + 80
0.3Y = 140
Y = 466.67
Nieuw-oud= 66.67
66.67 : 20 = 3.33
Vaste lasten: verzekering, huur, hypotheek
Structurele werkeloosheid is op lange termijn
Y= 0,60Y + 20 + 30 + 50
0.4y= 100
Y= 250
Y= 0,60Y + 20 + 30 + 90
0.4y= 140
Y= 350
n-o= 350-250= 100
100:40= 25
Hoofdstuk 1
Economie (keuzes maken) = huishoudkunde
Gezinnen = consumentenhuishoudingen
Bedrijven = bedrijfshuishoudingen
Met beperkte inkomen doelen realiseren à nutsmaximalisatie
Schaarste: spanning tussen behoefte – beschikbare middelen
Alternatief aanwendbaar -> meerdere combinaties mogelijk met beschikbare schaarse middelen
,Welstand: persoonlijke voorspoed
Welvaart: mate waarin behoefte – beschikbare middelen is opgeheven
Welzijn: mate van bevrediging van middelen die niet schaars zijn (lucht)
Behoefte: is het menselijke verlangen waaraan voldaan wordt door de beschikking over schaarse
goederen en diensten
Categorieën:
Primaire versus secundaire behoeften
Elementaire goederen – luxe goederen
Stoffelijke versus onstoffelijke behoefte
Tastbare goederen – immateriële goederen
Individuele versus collectieve behoeften
Eigen behoefte vervulbaar – iedereen (veiligheid)
Inkomen is de stroom van verworven koopkracht zonder in te teren
Bruto inkomen
Belastingen en sociale premies –
Netto inkomen
Uitgaven primaire levensbehoeften en vaste lasten –
Vrij besteedbaar/discretionair inkomen
Vormen economische orde:
1- Centraal geleide plan economie: centrale overheid
2- Vrije markt economie: aanbieders en consumenten
3- Georiënteerde markteconomie: vrijemarkt mechanisme en overheid
3 soorten niveaus:
-macro = productie, consumptie en overheidsgedrag
-meso = economische processen
-micro = individuele consument/bedrijf
Economische indicatoren;
Binnenlandse indicatoren
- Groei van het binnenlands product (bbp)
- Conjuncturele situatie
- Index van het consumenten vertrouwen
, - Ontwikkeling van werkeloosheid en lonen enzo
- Arbeidsproductiviteit
- Prijsontwikkeling
- Orderportefeuille bedrijven (opdrachten toekomst)
Buitenlandse indicatoren
- Rentontwikkeling
- Ontwikkeling export en import
- Ontwikkeling van wisselkoersen
- Verloop van dollars koers
- Ontwikkeling energieprijzen
CBD regelt Nederlandse economie door:
Basismateriaal voor miljoenen nota
Macro economische verkenning (mev)
Centraal economische plan