College blok 1 – Onderzoeksmethoden en designs......................................................................................... 2
College blok 2 – Bronnen en vertekening........................................................................................................ 8
College blok 3 – Betrouwbaarheid en validiteit.............................................................................................13
College blok 4 – Beschrijvende statistiek en kansrekening............................................................................19
College blok 5 – Kansmodellen en Z- waarde................................................................................................ 25
College blok 6 – Hypothesen, z – toets en betrouwbaarheidsinterval............................................................31
College blok 7 – Van Z naar T-toets............................................................................................................... 37
Responsiecollege......................................................................................................................................... 42
,College blok 1 – Onderzoeksmethoden en designs
10 september 2021
Frequentiematen
- Prevalentie
o Proportie bestaande gevallen
- Incidentie
o Proportie nieuwe gevallen
- Incidentiedichtheid
Prevalentie en incidentie worden berekend met epidemiologische breuk
Geeft de frequentie van ziekten (proportie) in de populatie weer:
Prevalentie
- Proportie bestaande gevallen op een bepaald moment
o Puntprevalentie: fractie mensen in toestand X op een bepaald moment
o Periodeprevalentie: fractie mensen die in een bepaalde periode (tussen t0 en
t1) in toestand X zijn (geweest)
Incidentie
- Proportie nieuwe gevallen
o Cumulatieve incidentie
o Incidentiedichtheid
Cumulatieve incidentie (CI): fractie nieuwe gevallen vanaf t0 tot t1
Uitgedrukt met aanduiding van tijdspanne (belangrijk!)
VB:
‘0,8% van alle 1e jaars aan de VU werd in januari 2010 besmet met de Mexicaanse
griep’
totaal aantal nieuwe zieken∈bepaalde periode
CI =
totaal aantal personen∈ populatie aan begin van deze periode
Nadelen CI:
- Geeft niets van snelheid van ontwikkelen uitkomst weer
- Loss to follow-up wordt niet meegenomen
- Niet bruikbaar bij een open (dynamische populatie
Incidentiedichtheid (ID): een maat die de kans op een ziekte combineert met de snelheid
waarmee de ziekte zich optreedt.
- Aantal nieuwe cases in een bepaalde periode / de som van de tijd dat personen ‘at
risk’ zijn
o Meet voor iedere betrokkene de tijdsduur voor optreden
o Druk fractie uit per persoonstijd
2
, totaal aantal nieuwe zieken∈bepaalde periode
ID=
totaal aantal geobserveerde persoonsjaren at risk gedurende deze periode
Aantal zieken / meet periodes
= 0.125 (1 op 8) per persoonsjaar
Associatiematen
- Risico en odds
- Ratio’s en verschillen
- NNT, APE, APT
Verklarende epidemiologie
Risico is de kans dat kenmerk X optreedt
- Risico hoort een statusverandering
o Niet ziek wel ziek
- Over een bepaalde tijd heen observeerden
Cohort of experimenteel = kan je risico’s berekenen
Kan je ook verschillen berekenen
Odd zijn de relatieve kans dat Kenmerk X optreedt
- Longkanker krijgen ten opzichte van longkanker niet krijgen
o Geen statusverandering nodig
o Transversaal of patiënt-controleonderzoek geen risico’s te berekenen
Patiënt controle geen status verandering, kies patiënten
Ratio’s zijn de verhouding tussen blootgestelde en niet blootgestelde groep
Odds ratio (OR)
- Verhouding tussen odds en de blootgestelde en niet blootgestelde groep
- Neutrale waarde is 1 (in beide groepen odd gelijk)
Levert altijd ‘extremere getalswaarde op’
780
/20
27220
=17.16
11980
De odds om longkaker te krijgen ten opzichte van gezond te zijn, zijn 17.2 keer zo hoog voor
rokers vergeleken niet rokers.
3
, Relatieve Risico (RR)
- Verhouding tussen risico's van de blootgestelde niet blootgestelde groep
- Neutrale waarde is 1 beide groepen zijn risico gelijk
o < onder 1 beschermende factor
o > boven 1 risico factor
780
/20
2800
=16.71
12000
Het relatieve risico om longkanker te krijgen is voor rokers 16.7 keer zo hoog dan voor niet –
rokers.
RR bij statusverandering
Risicoverschil (Attributief risico)
Het verschil in risico tussen twee groepen
- Risico op longkanker onder rokers: 780/28000 = 2.79%
- Risico op longkanker onder niet rokkers: 20/12000= 0.17%
Risico verschil: 2.79% - 0.17% = 2.62%
Interpretatie: de kans op het krijgen van longkanker is voor rokers 2.62
procentpunten hoger dan voor niet rokers.
Verschil is de interpretatie procentpunten
Verschil tussen twee incidentiedichtheden= incidentiedichthedenverschil (IDV)
- Incidentiedichtheid min elkaar doen
Ratio van twee incidentiedichtheden = incidentiedichthedenratio (IDR) -> Hazard Ratio
- Incidentiedichtheid gedeeld door elkaar doen
Number Needed to Treat (NNT)
- Aantal mensen dat behandeld moet worden om 1 ongewenste uitkomst te
voorkomen (dood, ziekte)
- Interventieonderzoek anders dan het risicoverschil
- NNT = 1 / risicoverschil
o Hoeveel mensen moet je behandelen om 1 extra persoon te genezen (laten
herstellen)?
4