SAMENVATTING
FOTOGRAMMETRIE
,FOTOGRAMMETRIE
H1: ALGEMENE PRINCIPES VAN DE FOTOGRAMMETRIE
1. Inleiding
• Fotogrammetrie
o = techniek om betrouwbare metingen uit te voeren met behulp van foto’s
o Metingen worden van op afstand uitgevoerd, zonder rechtstreeks contact
met object
o Gebaseerd op collineariteit
• Teledetectie
o = remote sensing of afstandswaarneming
o Metingen worden uitgevoerd adhv satellietbeelden
• Actieve vs. Passieve systemen
o Actieve: de locatie van het object wordt bepaald adhv de afgelegde afstand
van een signaal dat ze zelf uitsturen
Bv. Elektromechanische afstandsmeting (TS, laserscanner)
o Passieve: de locatie van het object wordt bepaald adhv parallax
Bv. Schaduwen, fotogrammetrie
Parallax= verschijnsel waarbij de schijnbare positie van een voorwerp kan
variëren afhankelijk vanuit welke positie men het bekijkt
2. Ontstaan & geschiedenis
• Ontstaan & geschiedenis
o Fotogrammetrie kwam na fotografie (door Meydenbauer, Duitsland)
o Analogisch tijdperk
» Tijdens WO I vooral fotointerpretatie
» Grotere evolutie door steeds betere camera’s
o Analytisch tijdperk
» Na WOII hogere nauwkeurigheid
o Digitale tijdperk
» Einde 20ste eeuw: hoge resolutie scanners om beelden te digitaliseren
» 21ste eeuw: verdere ontwikkeling
3. Teledetectie
• = opvangen van atmosferische stralingen die door de aarde/objecten teruggekaatst
worden
• Informatie krijgen over voorwerpen via instrumenten die niet rechtstreeks in contact
staan met het voorwerp
• Bron van straling
o Actief: radiogolven, microgolven
2
, o Passief: zon
• Kenmerken teledetectie:
o Maakt het onzichtbare, zichtbaar
o Grotere objectiviteit
o Positiegeboden en thematische informatie
o Reproduceerbaar
o Mogelijkheden nvoor contrastwerking en detaillering
o Grote gebieden kunnen in korte tijdspanne ingemeten worden
o Info over moeilijk toegankelijke gebieden
H2: CLASSIFICATIE VAN TELEDETECTIESYSTEMEN
1. Metrische vs. Interpretatiesystemen
• Metrisch: registreren van geometrische informatie (hoeken, afstande, opp, volumes)
• Interpretatie: herkenning en identificatie van objecten
2. Actieve vs. Passieve systemen
• Actieve: gebruiken eigen energiebron om zelf elektromagnetische straling uit te
sturen en reflectie op te vangen en dit om te zetten in een beeld
• Passieve: registreren van ee voorwerp adhv gereflecteerde eletromagnetische
stralingen (zon)
3. Indeling obv Opnameplatformen
• Resolutie en beeldschaal nemen af, hoe verder van het opnameplatform
• Vbn van verschillende platformen nvoor fotogrammetrische opnames
1. Satellietopnames
2. Klassieke luchtofotogrammetrie
3. RPAS opnames opnamehoogte
4. Terrestrische OF close range fotogrammetrie
5. ROV opnames
3
FOTOGRAMMETRIE
,FOTOGRAMMETRIE
H1: ALGEMENE PRINCIPES VAN DE FOTOGRAMMETRIE
1. Inleiding
• Fotogrammetrie
o = techniek om betrouwbare metingen uit te voeren met behulp van foto’s
o Metingen worden van op afstand uitgevoerd, zonder rechtstreeks contact
met object
o Gebaseerd op collineariteit
• Teledetectie
o = remote sensing of afstandswaarneming
o Metingen worden uitgevoerd adhv satellietbeelden
• Actieve vs. Passieve systemen
o Actieve: de locatie van het object wordt bepaald adhv de afgelegde afstand
van een signaal dat ze zelf uitsturen
Bv. Elektromechanische afstandsmeting (TS, laserscanner)
o Passieve: de locatie van het object wordt bepaald adhv parallax
Bv. Schaduwen, fotogrammetrie
Parallax= verschijnsel waarbij de schijnbare positie van een voorwerp kan
variëren afhankelijk vanuit welke positie men het bekijkt
2. Ontstaan & geschiedenis
• Ontstaan & geschiedenis
o Fotogrammetrie kwam na fotografie (door Meydenbauer, Duitsland)
o Analogisch tijdperk
» Tijdens WO I vooral fotointerpretatie
» Grotere evolutie door steeds betere camera’s
o Analytisch tijdperk
» Na WOII hogere nauwkeurigheid
o Digitale tijdperk
» Einde 20ste eeuw: hoge resolutie scanners om beelden te digitaliseren
» 21ste eeuw: verdere ontwikkeling
3. Teledetectie
• = opvangen van atmosferische stralingen die door de aarde/objecten teruggekaatst
worden
• Informatie krijgen over voorwerpen via instrumenten die niet rechtstreeks in contact
staan met het voorwerp
• Bron van straling
o Actief: radiogolven, microgolven
2
, o Passief: zon
• Kenmerken teledetectie:
o Maakt het onzichtbare, zichtbaar
o Grotere objectiviteit
o Positiegeboden en thematische informatie
o Reproduceerbaar
o Mogelijkheden nvoor contrastwerking en detaillering
o Grote gebieden kunnen in korte tijdspanne ingemeten worden
o Info over moeilijk toegankelijke gebieden
H2: CLASSIFICATIE VAN TELEDETECTIESYSTEMEN
1. Metrische vs. Interpretatiesystemen
• Metrisch: registreren van geometrische informatie (hoeken, afstande, opp, volumes)
• Interpretatie: herkenning en identificatie van objecten
2. Actieve vs. Passieve systemen
• Actieve: gebruiken eigen energiebron om zelf elektromagnetische straling uit te
sturen en reflectie op te vangen en dit om te zetten in een beeld
• Passieve: registreren van ee voorwerp adhv gereflecteerde eletromagnetische
stralingen (zon)
3. Indeling obv Opnameplatformen
• Resolutie en beeldschaal nemen af, hoe verder van het opnameplatform
• Vbn van verschillende platformen nvoor fotogrammetrische opnames
1. Satellietopnames
2. Klassieke luchtofotogrammetrie
3. RPAS opnames opnamehoogte
4. Terrestrische OF close range fotogrammetrie
5. ROV opnames
3