Bijzondere weefselleer II: bijvragen
Integument
1. Waarom hebben honden sneller last van schurft dan mensen?
Bij de mens ontspringt een haartje uit een enkelvoudige follikel, terwijl dit bij honden uit een
samengestelde follikel is. Dit wil zeggen dat er een groepje van follikels bij elkaar ligt dat wijd
uitmondt aan het huidoppervlak. Bij de hond kunnen we dit zien aan het feit dat er één
hoofdhaar en verscheidene satellietharen onderscheiden kunnen worden. Door de wijde
uitmonding kunnen kiemen makkelijker indringen wat kan leiden tot schurft.
2. Wat is Huxley?
Het laagje van Huxley is een onderdeel van de binnenste wortelschede van een haar en zal
dus tussen het laagje van Henle en de cuticula liggen. In deze laag zien we zeer veel
trichohyaliene korrels.
3. Wat is het verschil tussen brachydonte tanden en hypsodonte tanden?
Brachydonte tanden, die de mens en carnivoren hebben, zijn gekenmerkt door een geringe
kroonhoogte en door het feit dat hun groei stopt meteen na de eruptie. Hypsodonte tanden,
die herkauwers en paarden hebben, zijn veel langer en ze groeien nog verder na eruptie.
Opmerkelijk is ook dat de volledige tand bedekt is met cement en niet alleen de wortel.
Ademhalingsstelsel
4. Welke cellen komen voor in de alveolen?
Hier vinden we drie verschillende celtypen terug: pneumocyten type I, pneumocyten type II
en alveolaire macrofagen. Type I van de pneumocyten zijn betrokken bij het
gasuitwisselingsproces en type II van de pneumocyten staan in voor de productie van
surfactant. De alveolaire macrofagen moet vreemde partikels weghalen uit de ductuli
alveoli. Er komen ook neuro-epitheliale lichaampjes voor.
5. Wat is de bloed-lucht barrière en wat is hier de functie van?
Deze barrière in het gasuitwisselingsproces bestaat uit: capillair endotheel, de lamina basalis
van het capillair, de lamina basalis van de alveolaire cel en daarboven een dun laagje
alveolair epitheel. Deze moet er voor zorgen dat de longcapillairen niet rechtstreeks in
contact staan met de lucht, dus in feite dat het bloed gescheiden wordt van de lucht.
1
, 6. Wat is een lamellair lichaampje?
De lamellaire lichaampjes kan je samen met de multivesiculaire lichaampjes terugvinden in
het cytoplasma van pneumocyten type II. Het is eigenlijk een vesikel met lipiden in en deze
vesikel zal dan gaan samensmelten met een multivesiculair lichaampje. Deze zullen dan
samen een lipoproteïne vormen.
7. Wat zijn de poriën van Kohn?
De poriën van Kohn, ook bekend als interalveolaire verbindingen, zijn discrete openingen in
wanden van aangrenzende alveoli. Ze worden gebruikt voor ventilatie.
8. Waar bevinden zich de clara-achtige cellen en wat zijn de eigenschappen?
Deze liggen ter hoogte van de bronchiolen, net naast de neuro-epitheliale lichaampjes. Ze
lijken sterk op de clara-cellen, maar ze produceren een ander eiwit en reageren verschillend
op stimuli. Ze zijn wel gelijk qua structuur en secretie van CCSP (clara cel secretoire
proteïnen).
9. Waarom hebben de conchae zo’n specifieke vorm?
Ze zijn eigenlijk schelpvormig en dit is nodig omdat ze het contactoppervlak moeten
vergroten. Hierdoor zal de lucht op meerder plaatsen botsen en kunnen de geurdeeltjes
beter waargenomen worden.
10. Wat zijn Clara-cellen?
Dit zijn bronchiolaire exocriene cellen die gelegen zijn in de bronchiolen. Ze vormen een
bijdrage in de vorming van surfactant en hebben ook een anti-inflammatoir effect, tevens
spelen ze ook een rol in de metabolisering van xenobiotische (lichaamsvreemde)
componenten.
Spijsverteringsstelsel
11. Waarop is de indeling van de acinus hepaticus gebaseerd?
De acinus hepaticus of acinus van Rappaport is één van de manieren om de lever op te delen
in verschillende compartimenten. Deze vormt een ruitvormige zone waarin twee
overstaande hoekpunten, twee venae centralis zullen zijn en de andere overstaande
hoekpunten zijn twee driehoeken van Kiernan.
2
Integument
1. Waarom hebben honden sneller last van schurft dan mensen?
Bij de mens ontspringt een haartje uit een enkelvoudige follikel, terwijl dit bij honden uit een
samengestelde follikel is. Dit wil zeggen dat er een groepje van follikels bij elkaar ligt dat wijd
uitmondt aan het huidoppervlak. Bij de hond kunnen we dit zien aan het feit dat er één
hoofdhaar en verscheidene satellietharen onderscheiden kunnen worden. Door de wijde
uitmonding kunnen kiemen makkelijker indringen wat kan leiden tot schurft.
2. Wat is Huxley?
Het laagje van Huxley is een onderdeel van de binnenste wortelschede van een haar en zal
dus tussen het laagje van Henle en de cuticula liggen. In deze laag zien we zeer veel
trichohyaliene korrels.
3. Wat is het verschil tussen brachydonte tanden en hypsodonte tanden?
Brachydonte tanden, die de mens en carnivoren hebben, zijn gekenmerkt door een geringe
kroonhoogte en door het feit dat hun groei stopt meteen na de eruptie. Hypsodonte tanden,
die herkauwers en paarden hebben, zijn veel langer en ze groeien nog verder na eruptie.
Opmerkelijk is ook dat de volledige tand bedekt is met cement en niet alleen de wortel.
Ademhalingsstelsel
4. Welke cellen komen voor in de alveolen?
Hier vinden we drie verschillende celtypen terug: pneumocyten type I, pneumocyten type II
en alveolaire macrofagen. Type I van de pneumocyten zijn betrokken bij het
gasuitwisselingsproces en type II van de pneumocyten staan in voor de productie van
surfactant. De alveolaire macrofagen moet vreemde partikels weghalen uit de ductuli
alveoli. Er komen ook neuro-epitheliale lichaampjes voor.
5. Wat is de bloed-lucht barrière en wat is hier de functie van?
Deze barrière in het gasuitwisselingsproces bestaat uit: capillair endotheel, de lamina basalis
van het capillair, de lamina basalis van de alveolaire cel en daarboven een dun laagje
alveolair epitheel. Deze moet er voor zorgen dat de longcapillairen niet rechtstreeks in
contact staan met de lucht, dus in feite dat het bloed gescheiden wordt van de lucht.
1
, 6. Wat is een lamellair lichaampje?
De lamellaire lichaampjes kan je samen met de multivesiculaire lichaampjes terugvinden in
het cytoplasma van pneumocyten type II. Het is eigenlijk een vesikel met lipiden in en deze
vesikel zal dan gaan samensmelten met een multivesiculair lichaampje. Deze zullen dan
samen een lipoproteïne vormen.
7. Wat zijn de poriën van Kohn?
De poriën van Kohn, ook bekend als interalveolaire verbindingen, zijn discrete openingen in
wanden van aangrenzende alveoli. Ze worden gebruikt voor ventilatie.
8. Waar bevinden zich de clara-achtige cellen en wat zijn de eigenschappen?
Deze liggen ter hoogte van de bronchiolen, net naast de neuro-epitheliale lichaampjes. Ze
lijken sterk op de clara-cellen, maar ze produceren een ander eiwit en reageren verschillend
op stimuli. Ze zijn wel gelijk qua structuur en secretie van CCSP (clara cel secretoire
proteïnen).
9. Waarom hebben de conchae zo’n specifieke vorm?
Ze zijn eigenlijk schelpvormig en dit is nodig omdat ze het contactoppervlak moeten
vergroten. Hierdoor zal de lucht op meerder plaatsen botsen en kunnen de geurdeeltjes
beter waargenomen worden.
10. Wat zijn Clara-cellen?
Dit zijn bronchiolaire exocriene cellen die gelegen zijn in de bronchiolen. Ze vormen een
bijdrage in de vorming van surfactant en hebben ook een anti-inflammatoir effect, tevens
spelen ze ook een rol in de metabolisering van xenobiotische (lichaamsvreemde)
componenten.
Spijsverteringsstelsel
11. Waarop is de indeling van de acinus hepaticus gebaseerd?
De acinus hepaticus of acinus van Rappaport is één van de manieren om de lever op te delen
in verschillende compartimenten. Deze vormt een ruitvormige zone waarin twee
overstaande hoekpunten, twee venae centralis zullen zijn en de andere overstaande
hoekpunten zijn twee driehoeken van Kiernan.
2