Week 1: persoonlijkheid
Persoonlijkheid:
Ieder mens is uniek (Zimbardo)
Persoonlijkheid = psychologische kenmerken van hele persoon
Ook processen (o.a. wisselwerking met omgeving)
o Nature versus nurture
o Karaktertheorieën versus procestheorieën
Nature: karaktereigenschappen die je bij de geboorte al hebt gekregen
Nurture: karaktereigenschappen die je zijn aangeleerd/ontwikkeld
Definitie volgens Rigter: ‘’een dynamisch georganiseerd geheel van karakteristieken (voelen, denken,
doen)’’
Theorieën over persoonlijkheid
Karaktertheorie
o Zoals dispositionele theorieën: gaat ervan uit dat iemands persoonlijkheid een
fundamenteel actieve en bepalende factor is voor zijn gedrag.
Psychodynamische theorieën
o Voorbeeld Freud: De persoonlijkheid is opgedeeld in driften, het Ego en het
Superego. Hierbij zijn er drijfveren die ervoor zorgen dat er een bepaald gedrag
komt.
Procestheorieën
o Voorbeeld Humanistische theorie: Maslow,
o Het wordt gekenmerkt door twee uitgangspunten: a) de nadruk op subjectieve
ervaringen (het fenomenologisch uitgangspunt) en b) het afwijzen van het
determinisme (gebeurtenissen, die op voorhand bepaalde gevolgen uitsluiten) ten
gunste van individuele keuze.
Sociaal cognitieve theorie
o Voorbeeld: Bandura
o Houdt zich bezig met denkprocessen
o Kijkend naar ons geheugen worden 3 fasen onderscheiden:
Het zintuiglijk geheugen
, Het kortetermijngeheugen
Het langetermijngeheugen
Dispositionele theorie
Betreft theorieën over persoonlijkheid op basis van temperament, karaktertrek, persoonlijkheidstype
BIG Five
5 basistrekken = trekdimensies
Neuroticisme versus stabiliteit
Extraversie versus introversie
Openheid voor ervaring (ook intellect) versus geslotenheid
Consciëntieusheid (zorgvuldigheid) versus laksheid
Vriendelijkheid versus antagonisme
Temperament kind: 3 typen
Makkelijk kind (40%)
o Rustig, slaapt goed, makkelijk logeren
Moeilijk kind (10%)
o Houdt van vaste patronen, van slag als anders is, slechte eter
Kind dat langzaam op gang komt (15%)
, o Past zich gaandeweg aan bij verandering, gematigd
Restcategorie (35%)
Persoonlijkheid volgens Freud:
Psychoseksuele fasen:
Kind gaat door reeks psychoseksuele fasen (orale, anale, fallische, latentie, genitale)
Als gevolg van seksuele en agressieve driften
Elke fase: erotisch genot
Fixatie: stagnatie in psychologische ontwikkeling --> verklaring voor verslaving
Ego-afweermechanismen (Freud)
Vooral onbewuste strategie om conflict/situatie niet aan te gaan
Ontkenning
Rationaliteit (iedereen drinkt toch wel eens wat)
Rorschachtest
Met wat je ziet, geeft je informatie over jezelf wanneer je naar een illustratie kijkt. Ieder mens ziet er
weer wat anders is.
Piramide van Maslow
Gezonde persoonlijkheid centraal