28/09/20
Leerpad 2: Markten en Prijzen: Vraag en aanbod (hs 3)
1.De vraag
-partiële vraag
De vraagcurve:
Veel factoren hebben invloed op de vraag van bv een broodje. Bvb.: prijs, inkomen, reclame,
alternatieven, het weer, …
De ‘algemene vraagfunctie’, schrijft de vraag als functie van al deze factoren.
We gaan in deze module op zoek naar het verband tussen de prijs en de vraag vh broodje. Alle
andere variabelen houden we constant: met de Latijnse term ‘ceteris paribus’ aangeduid.
Partiele vraagfunctie: notatie: V(p)
De wet van de vraag:
Er is een duidelijk negatief verband tussen prijs en gevraagde hoeveelheid
Reservatieprijs: is gelijk aan de maximale bereidheid tot betalen.
Dmv de reservatieprijs leiden we een vraagcurve af, deze is dalend.
Hoe hoger de prijs, hoe lager de vraag.
-het consumentensurplus
Op de vraagcurve kan je aflezen hoeveel een consument bereid is om te betalen voor een broodje.
Totale bereidheid om te betalen, is de totale opp onder de vraagcurve.
Stel: An haar reservatieprijs is 6 euro, ze koopt een broodje voor 3 euro. Dan is An haar
consumentensurplus gelijk aan 3 euro (ze spaart 3 euro uit).
Totale uitgaven (opp onder de curve, aangeduid door de prijs van een broodje) aftrekken van de
totale maximale bereidheid tot betalen (opp onder de curve), dan bekomen we het totale
consumentensurplus.
-de marktvraag
De marginale bereidheid tot betalen voor een aantal broodjes: is de bereidheid tot betalen voor dat
laatste broodje.
De totale bereidheid tot betalen is gelijk aan de opp onder de vraagcurve.
De totale uitgave van de consumenten is gelijk aan de prijs vermenigvuldigd met de hoeveelheid.
, 28/09/20
Consumentensurplus:
Marktvraagcurve: een vloeiende dalende curve, hogere prijs = minder broodjes gekocht
Bij meer vraag, daalt de marginale bereidheid tot betalen.
-algebra van de vraag (zie grafiek)
Voor de eenvoud veronderstellen we een lineair verband tussen prijs en hoeveelheid.
Stel bijvoorbeeld dat volgend voorschrift de marktvraag naar broodjes weergeeft:
We kunnen deze vraagfunctie grafisch weergeven:
Merk op dat we de vraagcurve weergeven in een assenstelsel met de prijs op de verticale as en
de gevraagde hoeveelheid op de horizontale as. Eigenlijk geven we dus de geïnverteerde
vraagfunctie weer. Algebraïsch noteren we die zo:
V ^(-1) (q) = 6 – 0.01q
Later zullen we deze inverse vraagfunctie als volgt noteren: p^V (q) = 6 – 0.01q
We kunnen deze inverse vraagfunctie ook interpreteren als de marginale bereidheid tot
betalen.
Leerpad 2: Markten en Prijzen: Vraag en aanbod (hs 3)
1.De vraag
-partiële vraag
De vraagcurve:
Veel factoren hebben invloed op de vraag van bv een broodje. Bvb.: prijs, inkomen, reclame,
alternatieven, het weer, …
De ‘algemene vraagfunctie’, schrijft de vraag als functie van al deze factoren.
We gaan in deze module op zoek naar het verband tussen de prijs en de vraag vh broodje. Alle
andere variabelen houden we constant: met de Latijnse term ‘ceteris paribus’ aangeduid.
Partiele vraagfunctie: notatie: V(p)
De wet van de vraag:
Er is een duidelijk negatief verband tussen prijs en gevraagde hoeveelheid
Reservatieprijs: is gelijk aan de maximale bereidheid tot betalen.
Dmv de reservatieprijs leiden we een vraagcurve af, deze is dalend.
Hoe hoger de prijs, hoe lager de vraag.
-het consumentensurplus
Op de vraagcurve kan je aflezen hoeveel een consument bereid is om te betalen voor een broodje.
Totale bereidheid om te betalen, is de totale opp onder de vraagcurve.
Stel: An haar reservatieprijs is 6 euro, ze koopt een broodje voor 3 euro. Dan is An haar
consumentensurplus gelijk aan 3 euro (ze spaart 3 euro uit).
Totale uitgaven (opp onder de curve, aangeduid door de prijs van een broodje) aftrekken van de
totale maximale bereidheid tot betalen (opp onder de curve), dan bekomen we het totale
consumentensurplus.
-de marktvraag
De marginale bereidheid tot betalen voor een aantal broodjes: is de bereidheid tot betalen voor dat
laatste broodje.
De totale bereidheid tot betalen is gelijk aan de opp onder de vraagcurve.
De totale uitgave van de consumenten is gelijk aan de prijs vermenigvuldigd met de hoeveelheid.
, 28/09/20
Consumentensurplus:
Marktvraagcurve: een vloeiende dalende curve, hogere prijs = minder broodjes gekocht
Bij meer vraag, daalt de marginale bereidheid tot betalen.
-algebra van de vraag (zie grafiek)
Voor de eenvoud veronderstellen we een lineair verband tussen prijs en hoeveelheid.
Stel bijvoorbeeld dat volgend voorschrift de marktvraag naar broodjes weergeeft:
We kunnen deze vraagfunctie grafisch weergeven:
Merk op dat we de vraagcurve weergeven in een assenstelsel met de prijs op de verticale as en
de gevraagde hoeveelheid op de horizontale as. Eigenlijk geven we dus de geïnverteerde
vraagfunctie weer. Algebraïsch noteren we die zo:
V ^(-1) (q) = 6 – 0.01q
Later zullen we deze inverse vraagfunctie als volgt noteren: p^V (q) = 6 – 0.01q
We kunnen deze inverse vraagfunctie ook interpreteren als de marginale bereidheid tot
betalen.