Lichamelijke Opvoeding
Marie Vandebroek
I. Begrippenlijst werpen, vangen, mikken en balspelen
De volgende begrippen worden gebruikt in de cursustekst over werpen, vangen, mikken en
balspelen:
Begrip Betekenis
Mikken Wilt zeggen dat je een manipulatief voorwerp ergens
in een specifieke richting en naar een specifieke
plaats gaat werpen, slaan of trappen
Onderhands werpen Gooi de bal bij het mikken met de 2 handen vanaf je
broek. Wijs de bal na als je deze omhoog gooit.
Probeer zoveel mogelijk op je plaats te blijven als je
iets omhoog gooit
Borstpas De handen achter de bal, maak een driehoekje
tussen de duimen en de wijsvingers. de ellebogen
wijzen naar buiten. Stap naar voren met de niet-
voorkeursvoet
Botspas De handen achter de bal, maak een driehoekje
tussen de duimen en de wijsvingers. De armen
maken een schuin neerwaartse beweging. De bal
botst op 2/3 afstand tot de partner
Eénhandige strekworp
Doelpuntenrondje De leerlingen leggen een omloop af waarbij ze de
bal tussen de kegels moeten rollen. Doorheen de
omloop proberen ze zoveel mogelijk punten te halen
Foambal Een zachte bal
Doelspelen Twee teams proberen zoveel mogelijk doelpunten te
maken en voorkomen dat het andere team een
doelpunt scoort. Voetbal, handbal,…
Netspelen Een team probeert het slagmateriaal zo over het net
te spelen in het speelveld van de tegenstander dat
er punten kunnen worden gescoord. Volleybal,
badminton
1
Marie Vandebroek
I. Begrippenlijst werpen, vangen, mikken en balspelen
De volgende begrippen worden gebruikt in de cursustekst over werpen, vangen, mikken en
balspelen:
Begrip Betekenis
Mikken Wilt zeggen dat je een manipulatief voorwerp ergens
in een specifieke richting en naar een specifieke
plaats gaat werpen, slaan of trappen
Onderhands werpen Gooi de bal bij het mikken met de 2 handen vanaf je
broek. Wijs de bal na als je deze omhoog gooit.
Probeer zoveel mogelijk op je plaats te blijven als je
iets omhoog gooit
Borstpas De handen achter de bal, maak een driehoekje
tussen de duimen en de wijsvingers. de ellebogen
wijzen naar buiten. Stap naar voren met de niet-
voorkeursvoet
Botspas De handen achter de bal, maak een driehoekje
tussen de duimen en de wijsvingers. De armen
maken een schuin neerwaartse beweging. De bal
botst op 2/3 afstand tot de partner
Eénhandige strekworp
Doelpuntenrondje De leerlingen leggen een omloop af waarbij ze de
bal tussen de kegels moeten rollen. Doorheen de
omloop proberen ze zoveel mogelijk punten te halen
Foambal Een zachte bal
Doelspelen Twee teams proberen zoveel mogelijk doelpunten te
maken en voorkomen dat het andere team een
doelpunt scoort. Voetbal, handbal,…
Netspelen Een team probeert het slagmateriaal zo over het net
te spelen in het speelveld van de tegenstander dat
er punten kunnen worden gescoord. Volleybal,
badminton
1