HOOFDSTUK 1: WAT IS SOCIOLOGIE?
J.J. Rousseau Indien wetten door mensen zijn gemaakt, waarom worden ze dan nageleefd?
C.W Mills 1) ‘The vivid awareness of the relationship between experience and the
wider society’ = wat je meemaakt in je leven is gekoppeld aan de
maatschappij waarin je leeft.
2) ‘The sociological imagination necessitates above all, being able to
think ourselves away from the familiar routines of our daily lives in
order to look at them anew’ = om de sociale verbeelding te gebruiken
moet je in staat zijn om je gewoontes in vraag te stellen/verklaring te
zoeken.
De sociologische verbeelding
HOOFDSTUK 2: SOCIALISATIE
Bourdieu Interiorisatie van de exterioriteit = cultuur- en omgangsvormen worden
tijdens het socialisatieproces verinnerlijkt en worden deel van onszelf. Er
wordt een software geïnstalleerd die ons handelen gaat sturen. Die software
is de habitus.
G.H. Mead ‘Mind, Self & Society’
Socialisatie = sociaal leerproces. (1. Imitatie; 2. Playfase; 3. Game fase)
Role-taking: je kan jezelf zien vanuit een extern standpunt, jezelf observeren.
Regels v/h spel worden normen v/d maatschappij: ontwikkeling v/d ‘Me’ is
voltooid. (Me = afspiegeling v. maatschappij). ‘I’ = niet-gesocialiseerde
element; het impulsieve, creatieve, volledig spontane; het
vrijheidscomponent.
Mead is geen sociaal determinist.
C. Cooley Looking-glass-self: we zien onszelf zoals we denken dat anderen ons zien. Ons
zelfbeeld is een verzameling van interpretaties die we krijgen v. anderen.
M. Kohn Welke waarden/normen het kind meekrijgt, hangt af van sociale
klassenpositie van ouders, van het soort werk: Arbeiders – middenklasse –
hogere klasse. Het gezin werkt als een cultuurfilter die rangorde aanbrengt i/d
waarden v/d SL.
Bourdieu Rol v/h onderwijs in het in stand houden van klasseverschillen in socialisatie.
Scholen zijn geen neutrale instituties. Het zijn instituten van ‘symbolisch
geweld’. Scholen zijn typische middenklasse-instituties. zelfuitsluiting door
een destructieve anticipatie op geringe kansen (anti-schoolse mentaliteit).
Paul Verhaeghe Tekst ‘In het brein van het kind’.
HOOFDSTUK 3: BOUWSTENEN VAN DE SAMENLEVING
E. Goffman Dramaturgische benadering. Beschrijft in z’n boek hoe we dagelijks onze
sociale rollen spelen. We doen aan impression management = echte personen
die de indrukken managen en van maskers wisselen. Frontstage: masker
dragen. Backstage: op zijn gemak.
Berger Vergelijkt sociale werkelijkheid met een poppentheater. Mensen gaan rollen
spelen die hen zijn voorgeschreven.
Max Weber De cultuur bepaalt de structuur.
N. Elias Omgangsvormen (o.a. etiquette).
J.J. Rousseau Indien wetten door mensen zijn gemaakt, waarom worden ze dan nageleefd?
C.W Mills 1) ‘The vivid awareness of the relationship between experience and the
wider society’ = wat je meemaakt in je leven is gekoppeld aan de
maatschappij waarin je leeft.
2) ‘The sociological imagination necessitates above all, being able to
think ourselves away from the familiar routines of our daily lives in
order to look at them anew’ = om de sociale verbeelding te gebruiken
moet je in staat zijn om je gewoontes in vraag te stellen/verklaring te
zoeken.
De sociologische verbeelding
HOOFDSTUK 2: SOCIALISATIE
Bourdieu Interiorisatie van de exterioriteit = cultuur- en omgangsvormen worden
tijdens het socialisatieproces verinnerlijkt en worden deel van onszelf. Er
wordt een software geïnstalleerd die ons handelen gaat sturen. Die software
is de habitus.
G.H. Mead ‘Mind, Self & Society’
Socialisatie = sociaal leerproces. (1. Imitatie; 2. Playfase; 3. Game fase)
Role-taking: je kan jezelf zien vanuit een extern standpunt, jezelf observeren.
Regels v/h spel worden normen v/d maatschappij: ontwikkeling v/d ‘Me’ is
voltooid. (Me = afspiegeling v. maatschappij). ‘I’ = niet-gesocialiseerde
element; het impulsieve, creatieve, volledig spontane; het
vrijheidscomponent.
Mead is geen sociaal determinist.
C. Cooley Looking-glass-self: we zien onszelf zoals we denken dat anderen ons zien. Ons
zelfbeeld is een verzameling van interpretaties die we krijgen v. anderen.
M. Kohn Welke waarden/normen het kind meekrijgt, hangt af van sociale
klassenpositie van ouders, van het soort werk: Arbeiders – middenklasse –
hogere klasse. Het gezin werkt als een cultuurfilter die rangorde aanbrengt i/d
waarden v/d SL.
Bourdieu Rol v/h onderwijs in het in stand houden van klasseverschillen in socialisatie.
Scholen zijn geen neutrale instituties. Het zijn instituten van ‘symbolisch
geweld’. Scholen zijn typische middenklasse-instituties. zelfuitsluiting door
een destructieve anticipatie op geringe kansen (anti-schoolse mentaliteit).
Paul Verhaeghe Tekst ‘In het brein van het kind’.
HOOFDSTUK 3: BOUWSTENEN VAN DE SAMENLEVING
E. Goffman Dramaturgische benadering. Beschrijft in z’n boek hoe we dagelijks onze
sociale rollen spelen. We doen aan impression management = echte personen
die de indrukken managen en van maskers wisselen. Frontstage: masker
dragen. Backstage: op zijn gemak.
Berger Vergelijkt sociale werkelijkheid met een poppentheater. Mensen gaan rollen
spelen die hen zijn voorgeschreven.
Max Weber De cultuur bepaalt de structuur.
N. Elias Omgangsvormen (o.a. etiquette).