Overzicht Farmacologie Circulatie
Farmacologische Beïnvloeding van de Hartfunctie
Farmaca met Inotrope en/of Chronotrope Werking
Inotropie: contractiekracht verhogen/verlagen
Chronotropie: hartfrequentie verhogen/verlagen
Soort stof Naam Werking Bijwerkingen Toepassing
Sympaticomimetica Dopamine, adrenaline, Agonistisch effect op Dopamine: Endogene
(+inotroop + noradrenaline β1-adrenoceptoren Lage dosering → catecholamines:
+chronotroop) (endogene vasodilatatie in nieren, Parenterale toediening
catecholamines) Adrenaline: mesenterium, coronair IV toediening
Potente, aselectieve vaten en hersenen Intracardiale toediening
Dobutamine adrenoceptor-agonist Hoge dosering →
Lage dosering → perifere vasoconstrictie Adrenaline:
Isoproterenol perifere vasodilatatie (activatie van Bij anaphylactische
(β2) + ↑hartfrequentie ⍺-adrenoceptoren) shock met hypotensie
(β1) en evt.
Hoge dosering → Risico op (ventriculaire) bronchospasme,
activatie ⍺ aritmieën hartstilstand, lokaal
(overheersen β2) → bloedingen stoppen,
netto vasoconstrictie + lokaal verlenging van
↑bloeddruk + ↑CO (β1) werkingsduur lokaal
anesthetica
Noradrenaline:
Potente agonist van Noradrenaline:
⍺1-, ⍺2- en Bij hypotensie en
β1-adrenoceptoren cardiaal arrest
grotere
bloeddrukverhoging Dopamine:
dan adrenaline IV toediening via
constant rate infusion
Dopamine: Bij cardiogene of
Endogeen septische shock, acuut
catecholamine met nierfalen, kortdurende
functies als behandeling van
neurotransmitter hartfalen
Dopamine → ↑afgifte
noradrenaline Dobutamine:
Bij hypotensie die niet
Dobutamine: reageert op
Synthetische stof met vloeistoftherapie en evt.
structurele analogie kortdurende
aan dopamine behandeling van
Geen effect op hartfalen
dopamine-receptoren
Lage infuussnelheid → Isoproterenol:
↑contractiliteit + geen Bij acute
effect op hartfrequentie bronchoconstrictie,
en perifere volledig AV blok
, vaatweerstand
Isoproterenol:
Potente nonselectieve
β-adrenoceptor agonist
met
structuurverwantschap
aan adrenaline
IV infusie → ↓perifere
weerstand door
vasodilatatie (β2) + ↑CO
(β1)
Parasympaticolytica Atropine Remming van Algeheel Bij sinus bradycardie,
(+chronotroop) endogene activiteit van parasympaticolytisch sino-atriaal arrest en
Propantheline ACh effect AV blok
(AChM-antagonisten)
Glycopyrrolaat Atropine → passeert
BHB → centrale
bijwerkingen
Digitalis glycosiden Digoxine Blokkade van Smalle therapeutische Contraïndicatie bij SA
(+inotroop + Na+/K+-ATPase → breedte → snel blok, AV blok,
-chronotroop) ↑Na+intra → ↓uitwisseling bijwerkingen: hypertrofische
van Ca2+intra voor Na+extra - Braken, anorexie, cardiomyopathie en
→ ↑Ca2+ diarree (hond) ventriculaire
beschikbaarheid → - Ileus egv tachycardie
+inotroop maagoverlading
(paard) Bij congestief hartfalen
Vergroting van - Cardiale bijwerkingen (paard)
vagotonus → Als anti-aritmicum
↓hartfrequentie →
↓prikkelgeleiding In combinatie met
diuretica → grotere
+inotroop + kans op toxiciteit
-chronotroop =
↑hartminuutvolume In combinatie met
(MHV) Quinidine → verhoogt
werkzaamheid
Fosfodiesterase (PDE) Pimobendan Remming van PDE III Prodrug
III remmers (+inotroop) → ↑cAMP → ↑vrije
Ca2+intra concentratie in Bij congestief hartfalen
myocard → door dilatatieve
↑contractiekracht cardiomyopathie of
myxomateuze
Vasodilatatie in mitralisklep degeneratie
bloedvaten door
remming van PDE III
en IV → ↓perifere
weerstand
Sympaticolytica Propranolol β1-adrenoceptor Propranolol: Propranolol:
(-chronotroop + antagonisten langdurige toepassing Contraïndicatie bij
-inotroop Atenolol → upregulatie van (allergische)
Propranolol: β-adrenoceptoren → aandoeningen aan de
Aselectieve minder effectief diepere luchtwegen
β-adrenoceptor farmacon (bronchoconstrictie),
antagonist Abrupt stoppen → hartfalen, sinus
Farmacologische Beïnvloeding van de Hartfunctie
Farmaca met Inotrope en/of Chronotrope Werking
Inotropie: contractiekracht verhogen/verlagen
Chronotropie: hartfrequentie verhogen/verlagen
Soort stof Naam Werking Bijwerkingen Toepassing
Sympaticomimetica Dopamine, adrenaline, Agonistisch effect op Dopamine: Endogene
(+inotroop + noradrenaline β1-adrenoceptoren Lage dosering → catecholamines:
+chronotroop) (endogene vasodilatatie in nieren, Parenterale toediening
catecholamines) Adrenaline: mesenterium, coronair IV toediening
Potente, aselectieve vaten en hersenen Intracardiale toediening
Dobutamine adrenoceptor-agonist Hoge dosering →
Lage dosering → perifere vasoconstrictie Adrenaline:
Isoproterenol perifere vasodilatatie (activatie van Bij anaphylactische
(β2) + ↑hartfrequentie ⍺-adrenoceptoren) shock met hypotensie
(β1) en evt.
Hoge dosering → Risico op (ventriculaire) bronchospasme,
activatie ⍺ aritmieën hartstilstand, lokaal
(overheersen β2) → bloedingen stoppen,
netto vasoconstrictie + lokaal verlenging van
↑bloeddruk + ↑CO (β1) werkingsduur lokaal
anesthetica
Noradrenaline:
Potente agonist van Noradrenaline:
⍺1-, ⍺2- en Bij hypotensie en
β1-adrenoceptoren cardiaal arrest
grotere
bloeddrukverhoging Dopamine:
dan adrenaline IV toediening via
constant rate infusion
Dopamine: Bij cardiogene of
Endogeen septische shock, acuut
catecholamine met nierfalen, kortdurende
functies als behandeling van
neurotransmitter hartfalen
Dopamine → ↑afgifte
noradrenaline Dobutamine:
Bij hypotensie die niet
Dobutamine: reageert op
Synthetische stof met vloeistoftherapie en evt.
structurele analogie kortdurende
aan dopamine behandeling van
Geen effect op hartfalen
dopamine-receptoren
Lage infuussnelheid → Isoproterenol:
↑contractiliteit + geen Bij acute
effect op hartfrequentie bronchoconstrictie,
en perifere volledig AV blok
, vaatweerstand
Isoproterenol:
Potente nonselectieve
β-adrenoceptor agonist
met
structuurverwantschap
aan adrenaline
IV infusie → ↓perifere
weerstand door
vasodilatatie (β2) + ↑CO
(β1)
Parasympaticolytica Atropine Remming van Algeheel Bij sinus bradycardie,
(+chronotroop) endogene activiteit van parasympaticolytisch sino-atriaal arrest en
Propantheline ACh effect AV blok
(AChM-antagonisten)
Glycopyrrolaat Atropine → passeert
BHB → centrale
bijwerkingen
Digitalis glycosiden Digoxine Blokkade van Smalle therapeutische Contraïndicatie bij SA
(+inotroop + Na+/K+-ATPase → breedte → snel blok, AV blok,
-chronotroop) ↑Na+intra → ↓uitwisseling bijwerkingen: hypertrofische
van Ca2+intra voor Na+extra - Braken, anorexie, cardiomyopathie en
→ ↑Ca2+ diarree (hond) ventriculaire
beschikbaarheid → - Ileus egv tachycardie
+inotroop maagoverlading
(paard) Bij congestief hartfalen
Vergroting van - Cardiale bijwerkingen (paard)
vagotonus → Als anti-aritmicum
↓hartfrequentie →
↓prikkelgeleiding In combinatie met
diuretica → grotere
+inotroop + kans op toxiciteit
-chronotroop =
↑hartminuutvolume In combinatie met
(MHV) Quinidine → verhoogt
werkzaamheid
Fosfodiesterase (PDE) Pimobendan Remming van PDE III Prodrug
III remmers (+inotroop) → ↑cAMP → ↑vrije
Ca2+intra concentratie in Bij congestief hartfalen
myocard → door dilatatieve
↑contractiekracht cardiomyopathie of
myxomateuze
Vasodilatatie in mitralisklep degeneratie
bloedvaten door
remming van PDE III
en IV → ↓perifere
weerstand
Sympaticolytica Propranolol β1-adrenoceptor Propranolol: Propranolol:
(-chronotroop + antagonisten langdurige toepassing Contraïndicatie bij
-inotroop Atenolol → upregulatie van (allergische)
Propranolol: β-adrenoceptoren → aandoeningen aan de
Aselectieve minder effectief diepere luchtwegen
β-adrenoceptor farmacon (bronchoconstrictie),
antagonist Abrupt stoppen → hartfalen, sinus