100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

hoorcollege aantekeningen de ondergang en daarna

Rating
-
Sold
2
Pages
33
Uploaded on
21-12-2021
Written in
2021/2022

aantekeningen van alle hoorcolleges

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 21, 2021
File latest updated on
December 21, 2021
Number of pages
33
Written in
2021/2022
Type
Class notes
Professor(s)
Bart van der boom
Contains
All classes

Subjects

Content preview

De ondergang en daarna
College 1:antisemitisme
 Introductie
o Willem Wilmink, Joost Prinsen en Ben Ali Libi
o Gedicht geschreven over een goochelaar
 Het is gestoord dat die man (de goochelaar) uit de weg moet voor het
opbouwen van het land
o Als historicus moet je juist de emotie aan de kant zetten om wel te begrijpen waarom
zo iets vreselijks is gebeurd
 Voorgeschiedenis (betekend niet dat de uitkomst onvermijdelijk was, blijft bizar dat het
gebeurt is)
 Antisemitische: intensiteit
o Xenofobische vorm
 Joden zijn waarneembaar anders en dit is in sommige maten ongewenst
o Chimerical, paranoïde vorm
 Joden zijn ook echt een gevaar
 Antisemitische: Drie bezwaren
o Verkeerde Religie: anti-judaisme
 Diasporaverspreiding van de joden over Europa
 Joden kiezen segregatie en blijven zo een aparte groep in de samenleving
 Monotheïstisch geloof mengvorm niet mogelijk met hun geloof
o Christendom en jodendom zwaar met elkaar vervlochten
(joden geloofde gewoon het verkeerde maar die zouden zich
nog bekeren)
 Joden hebben een plaats in de christelijke theologie
 ‘They were to suffer, but they were to survive’
 Joden erkennen de messias niet;
 Zij hebben Hem gedood;
 Zij ontheiligen christelijk rituelen
 Zij gebruiken christelijk bloed voor eigen rituelen
 Pogrom
 Het zomaar uitvallen op Joden en de schuld in de schoenen schuiven
vanuit en niets met moordpartijen
 Getto
 Wijken voor Joden
 De Jood als parasiet
 Joden in de geldhandelchristen mogen deze functie niet vervullen
o Ze maken niks en profiteren alleen maar van de rest van de
maatschappij
 Verbanning massaal
 14e eeuw Frankrijk
 13e eeuw Engeland’
 15e eeuw Iberisch schiereiland

o Verkeerde Cultuur
o Verkeerde ras
 Humanisme en reformatie
o Afwijzing religieus fanatisme
o Opheffing vele rituelen

, o Nieuwe belangstelling voor ‘het ‘Boek’
 Groot en deels Joods boek (joden= het volk van het boek)
o Contrareformatie: hernieuwd antisemitisme
 Cultuur: de verlichting
o Emancipatie: burgerrechten
o Religie is prive-aangelegenheid
o Joden moeten dus (deels) assimileren
 Joden tegen: vermengen met de rest van de bevolking niet de bedoeling,
moeilijk om joods te worden, bekeren zeldzaam
 Niet joden tegen: de joden hebben wel de gelijken rechten maar niet de
gelijke plichten, het opgeven van de eigencultuur doen ze niet
 Ras: modern antisemitisme
o Joden zijn niet langer onderdeel van het heilsverhaal, maar aartsvijanden
o Hun kwaal is ongeneeslijk
o Daarmee is hun bestaan een probleem
 Aantrekkingskracht modern antisemitisme
o Moderniteit brengt ontwrichting
o Identificatie Joden met moderniteit
 Joden profiteerde van die moderniteit
 Veel vooraanstaande joden in de wetenschap
o Alternatieve natie
 Tijd van nationalisme, plicht om een goede staatsburger te zijn
 Zijn joden dat wel, ze zijn verspreid over de hele wereld, niet trouw
aan de natie
o Disproportionele invloed
 Joden zijn succesvol in de pers, medische/ juridische wereld en bij banken
 Antisemitisme en nazi-Duitsland
o Voor het leiderschap staat antisemitisme centraal
o Voor de bevolking niet
o Positieve boodschap: Volksgemeinschaft
 De geenschappelijke Duitser kunnen samen als ze hun plicht verrichten veel
moois maken
 Duidelijk maken welke groep er wel bij hoort en welke groep niet
o Antisemitisme accentueert grenzen en belang volksgemeenschap
 Anti-Joodse maatregelen
o Schipperen tussen:
 Partijactivisten
 Massa
 Bestuur
 Buitenland
o 1933: uitsluiting, terugdringen ‘invloed’
o 1-4-1933: boycott
 Oproep aan Duitsers om niet te kopen bij jouden
 Bevolking reageert lauw
o 1935: Neurenberger Wetten
 Codificeren van de joodse maatregelen, welke rechten ze wel hebben en
welke niet
 2e rangsburger
 Geen politieke rechten meer
 Gemengde huwelijke verboden
 Joden mogen geen jongere vrouwen van 45 in dienst hebben

,  De wet bepaald wie joods is
o Iedereen met 3 joodse grootouders
o Als die ouders ingeschreven staan bij de joodse
gemeenschap
 Olympische spelen Berlijn, 1936  mild met joodse maatregelen
 9-11-1938: Kristallnacht
o Hoe sterker het bestuur in de schoenen staan nationaal en
internationaal des te meer antisemitisme
o Deze actie een teleur stelling van het regime want de
Duitsers hebben gemengde gevoelens over de
gebeurtenissen
 ‘Endgültige Lösung der Judenfrage’
o ‘Endlösung’ is nog geen eufemisme
 Is opzoek naar een oplossing en betekend nog geen
massamoord
o ‘Oplossing’ is territorial
o 1938: emigratie
o 1939-1941: Nisko (reservaat in zuid polen), Madagascar

De ondergang en daarna College 2: De Holocaust: de
beslissing.
 Himmler aan Hitler, 15-5-1940
o Den Begriff Juden hoffe ich, durch die Möglichkeit einer großen Auswanderung
sämtlicher Juden nach Afrika oder sonst in eine Kolonie völlig auslöschen zu sehen.
o So grausam und tragisch jeder einzelne Fall sein mag, so ist diese Methode, wenn
man die bolschewistische Methode der physischen Ausrottung eines Volkes aus
innerer Überzeugung als ungermanisch und unmöglich ablehnt, doch die mildeste
und beste.
o Hitler en Himmles zijn hier helemaal nog geen genocide van plan maar de migratie
van het hele volk. Het uitroeien van een volk zou zelfs on-Germaans zijn
o Het gigantisch vermoorden van mensen vind plotseling plaats. De lijn is eerst vrij vlak
en schiet dan ineens omhoog
 Genocidale bevolkingspolitiek, 1939-1941
o Doden van gehandicapten,T-4
 Eerst sterilisatie daarna gaan ze de gehandicapten doden
 Dit doden gebeurt via de bestaande kanalen, in verzorgingshuizen krijgen ze
deze opdracht en komt er een speciale commissie die besluit wie er beter
dood kan
 Eerste gaskamers
 Injecties
 verhongeren
 Gaat om 70.000 mensen
 Nutteloze monden wel consumeren niet produceren
 Programma stop 19 augustus 1941
 Te veel onrust in de maatschappij
 Kloof tussen regime en de maatschappij
 Eugenetica
o Doden van KZ-gevangenen, 14F13
 Doden gaat door in concentratie kampen

,  Sinds 1933 als concentratie kampen met overwegend politieke
gevangenen
 Rond 1940 moeten ook hier mensen vermoord gaan worden
 Mensen die afwijken van de norm komen hier terecht en zijn
biologisch gezien ziek ‘kon je beter maar doden’
 Ook hier een procedure van selectie die gedaan werd door
bestaande kanalen
 In deze kampen zitten ook al Joden  worden sws geselecteerd om
dood te gaan omdat ze Joods zijn
 Hier worden er 20.000 mensen gedood
o De stap dat Joden gedood worden op quasi medische reden is een belangrijke stap
om de holocaust te begrijpen
o Kolonisatie: Generalplan Ost
 Eigenlijk veel ste weinig mensen om dit voor elkaar te krijgen
 Mensen die daar wonen en die zijn overbodig
 Er zullen Duitsers naar toe gaan om mooie boerderijen te stichten met slaven
van de inheemse mensen daar
 Steden zijn overbodig en de stedelijke bevolking moet weg
 Het hongerplan= door de distributie van voedsel bepalen wie er blijft leven
en wie niet
 Voedsel als eerste voor het leger, dan de slaven op de nieuwe
boerderijen en de rest krijgt niks
 Sociaal Darwinisme plan blijft uit door geen snelle overwinning op de Sovjet-
Unie
 Bevolking nodig in fabrieken in Duitsland
o Deze punten verklaren niet de holocaust want dit is meer een kosten baten analyse
en dat is bij de joden niet het geval
 Hayes: drie stadia van ‘ontdekking’
o Januari 1933 - maart 1938: vervolging zonder tegenstand is mogelijk
o Maart 1938 – juni 1941: gedwongen emigratie is onmogelijk
o Juni – november (december) 1941: massale en snelle moord is mogelijk
 Intentionalisme : dingen gebeuren omdat mensen dat willen/ er is een plan
o Past bij de nazi’s  ordelijke machine met een sterke leider
o Hitler beslist
o Uit antisemitisme
o Tot het uitvoeren van een al langer bestaand plan
 Functionalisme
o Luie dictator; polycratie
 De baas kijkt een beetje toe en neemt vage beslissingen terwijl allerlei facties
strijden om gehoord te worden door de dictator
o Ingebouwde radicalisatie
o Beslissing Holocaust is niet genomen, maar gegroeid
 Joden werden al gedeporteerd naar Polen maar die getto’s zaten al snel vol
en de bewindslieden daar besluiten maar ruimte te gaan maken door al
aanwezige joden te doden
o Oplossingen lokaal bedacht
 Krijgen later pas toestemming van boven af. Beslissingen van onder naar
boven genomen
o Niet volgens plan, maar improviserend
o Mede vanuit een kosten-baten analyse
 Wat drijft de geschiedenis

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
floortjedejonge Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
20
Member since
4 year
Number of followers
13
Documents
7
Last sold
1 month ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions