ontwikkelingspsychologie
AJ 2021-2022
Laura Van Vaerenbergh
HOGENT
,Ontwikkelingspsychologie_Samenvatting.S1 – Laura Van Vaerenbergh 2021-2022
Hoofdstuk 1:
INLEIDING
1.2 EEN ORIËNTATIE OP DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
1.2.1 EEN DEFINITIE VAN ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Onderzoek, hypotheses, Menselijke ontwikkeling,
wetenschappelijke bewijzen culturele/raciale/etnische
verschillen, unieke aspect
= wetenschappelijke studie naar de groei,
verandering en stabiliteit van conceptie Groei en verandering tot het
tot aan de dood einde van hun leven →
‘levenslooppsychologie’
1.2.2 WAT IS ONTWIKKELING?
Ontwikkelen = het veranderen van een aanwezige structuur
→ de structuur wordt uitgebreider en complexer (ont-wikkelen, ont-vouwen, ont-plooien)
→ verwerven van nieuwe mogelijkheden én verliezen van een bepaalde functie of vaardigheid (winst en verlies gaan samen
hand in hand in ontwikkeling)
bv. zindelijkheidstraining > motorische ontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling
→ ontwikkeling is levenslang proces (verloop in tijd, houdt een voortgang in > je kan niet terugspoelen)
1.2.3 ACTUELE VRAAGSTUKKEN EN ONDERWERPEN IN DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Is ontwikkeling continue of discontinue?
Continue: je bouwt geleidelijk aan op het vorige (bv. taalontwikkeling)
Discontinue: de ene fase is kwalitatief anders dan de andere, in sprongen
naar de volgende fase → je moet een fase afwerken om naar de
volgende te kunnen gaan
kunnen naast elkaar geplaatst worden
Het zijn kritieke en gevoelige perioden
Kritieke periode: specifieke periode in de ontwikkeling waarin een
bepaalde gebeurtenis de grootste consequenties heeft
Gevoelige periode: organismen zijn extra ontvankelijk voor bepaalde soorten stimuli in hun omgeving > periode waarin je het
beste leert
Nature-nurture debat: welke zaken in onze ontwikkeling worden bepaalt door genetische zaken en welke door onze omgeving?
→ nature: eigenschappen, vermogens en capaciteiten geërfd v/d ouders
→ nurture: omgevingsinvloeden bepalend voor ons gedrag
Levensloopperspectief vs. focus op specifieke perioden
→ levenslooppsychologie: kijken naar de totale levensloop
1
,Ontwikkelingspsychologie_Samenvatting.S1 – Laura Van Vaerenbergh 2021-2022
1.2.4 HET LEVENSLOOP PERSPECTIEF: UITGANGSPUNTEN
· ontwikkeling is een levenslang proces: geen enkele levensfase heeft meer invloed op de ontwikkeling dan de andere
· ontwikkeling is multi-dimentioneel en multi-directioneel:
→ multi-dimentioneel = ontwikkelingsdomeinen beïnvloeden elkaar
→ multi-directioneel = sommige zaken in de ontwikkeling nemen toe, andere blijven stabiel of nemen af
· ontwikkeling is plastisch: de ontwikkeling is veranderbaar of kneedbaar in elke levensfase
· ontwikkeling wordt beïnvloed door meerdere, interagrerende factoren: factoren zijn met elkaar in interactie
− iedereen behoort tot een cohort: groep mensen die op dezelfde tijd en plaats geboren zijn
− onderhevig zijn aan normatieve effecten: wat is normaal?
→ historisch: effect op ontwikkeling
→ leeftijdsgebonden: veel adolescenten rond dezelfde periode
→ socio-cultureel: sociale invloeden
− onderhevig zijn aan niet-normatieve effecten: niet voor iedereen hetzelfde (bv. drie keer verhuizen)
1.3 DE REIKWEIDTE VAN HET VAKGEBIED
1.3.1 ONTWIKKELINGSFASEN EN -DOMEINEN
Verschillende ontwikkelingsfasen: Verschillende ontwikkelingsdomeinen:
· Prenatale ontwikkeling · Lichamelijke ontwikkeling
· Geboorte en pasgeborene · Motorische ontwikkeling
· Babytijd (1e levensjaar) · Tekenontwikkeling
· Peutertijd (1 – 3 jaar) · Perceptuele ontwikkeling
· Kleutertijd (3 – 6 jaar) · Seksuele ontwikkeling
· Lagere schoolkind (6 – 12 jaar) · Sociaal-emotionele ontwikkeling
· Adolescentie (12 – 20 jaar) · Cognitieve ontwikkeling
· Jongvolwassenheid (20 – 40 jaar) · Taalontwikkeling
· Volwassenheid (40 – 60 jaar) · Morele ontwikkeling
· Ouderdom (60 jaar – de dood) · Spelontwikkeling
· Persoonlijkheidsontwikkeling
er is een horizontale (= ontwikkelingsdomeinen binnen één leeftijdsfase staan in relatie tot elkaar) en een verticale (=
verschillende leeftijdsfasen hangen samen binnen één ontwikkelingsdomein) samenhang
→ samenhang tussen ontwikkelingsgebieden binnen één ontwikkelingsfase
→ samenhang over de verschillende ontwikkelingsfasen binnen één ontwikkelingsdomein
1.3.2 THEORETISCHE PERSPECTIEVEN
2
,Ontwikkelingspsychologie_Samenvatting.S1 – Laura Van Vaerenbergh 2021-2022
Hoofdstuk 2:
DE PRENATALE ONTWIKKELING
2.2 PRENATALE GROEI EN ONTWIKKELING
2.2.1 BEVRUCHTING: HET MOMENT VAN DE CONCEPTIE
Vanaf de puberteit: om de 4 weken een eisprong
→ eicel gaat via eileider naar baarmoeder: kans om bevrucht te worden door zaadcel
Bevruchting of conceptie = zaadcel en eicel smelten samen tot één zygote
Onderscheiden van drie perioden:
· germinale fase
· embryonale fase
· foetale fase
2.2.2 DE STADIA VAN DE PRENATALE ONTWIKKELING
2.2.2.1 De germinale periode (0 – 2 weken)
Germinale periode
→ zygote deelt zich + nestelt zich na vijftal dagen in baarmoeder
Zorgt voor methodische celdeling: cellen v/h organisme nemen toe in aantal + krijgen gespecialiseerde functie (differentiatie)
= eerste aanzet ontwikkeling belangrijke systemen (3):
· vruchtzak met vruchtwater dat zorgt voor veiligheid
· placenta of moederkoek waar voedingsstoffen worden opgenomen
· navelstreng die zorgt voor verbinding tussen de moeder en de embryo
innesteling zygote = cruciaal moment
→ mislukking = vroegtijdige maandstonden
→ afscheiding zwangerschapshormoon (zichtbaar in bloed en urine)
Bevruchting = strijd om ‘leven en dood’
→ na dat de zaadcel de eicel bereikt heeft gaat de eicel zich hermetisch afsluiten
2.2.2.2 De embryonale periode (2 – 8 weken)
We spreken over een embryo: na 40 dagen ontwikkelen de in- en uitwendige structuren (3):
· endoderm: inwendige organen
· mesoderm: skelet, spierstelsel, hart, bloed, bloedsomloop en geslachtsorganen
· ectoderm: huid, haar, tanden, zintuigen, hersenen en ruggenmerg
embryo is 2,5 cm lang + heeft kieuwen en soort staart
▪ eind 3de week: vormen primitief hart
▪ vanaf 5de week: snelle groei v/h hoofd (cefalocaudale ontwikkeling: groeit sneller dan de rest v/h lichaam) + ledematen
Begin van eerste uiterlijke tekenen zwangerschap: ochtendmisselijkheid, vermoeidheid, verstoorde eetlust …
Organogenese = ontwikkeling van de orgaansystemen
→ kwetsbaar voor ‘aanslagen’: externe schadelijke invloeden of teratogenen
Tot op einde van embryonale periode kan de zwangerschap afgebroken worden
3
, Ontwikkelingspsychologie_Samenvatting.S1 – Laura Van Vaerenbergh 2021-2022
2.2.2.3 De foetale periode (8 – 38 weken)
Foetus wordt herkenbaar als ‘minimensje’
Gekenmerkt door groei en verdere ontwikkeling
→ ingezet door botvorming, lengtegroei en gewichtstoename zijn aanzienlijk
▪ 14de – 16de week: geslacht foetus herkenbaar
▪ derde maand: beweging, reageren op auditieve, visuele en tactiele prikkels
▪ vierde maand: bewegingen worden door de moeder gevoeld
= belangrijk psychologisch moment
▪ laatste drie maand:
− intensieve groeiperiode v/d hersenen: verbinden van linker en rechter hersenhelft → verbindingen tussen
neuronen = complexer
− gewichtstoename
▪ achtste maand: moederlichaam voorziet foetus van antistoffen (beschermen tegen infectieziekten)
Zintuigelijke waarneming v/d baby?
→ onderzoeken naar zintuigelijke waarnemingen en reacties op prikkels
→ foetus reageert op geluid, verkiest zoete smaken,
Haptonomie = een relatie proberen opbouwen met je kindje vóór de geboorte
→ manieren leren om contact te maken met de baby bv. de buik op bewuste momenten aanraken
2.2.3 MISKRAAM
Miskraam of spontane abortus = wanneer de zwangerschap eindigt voordat het ontwikkelende kind buiten de baarmoeder kan
overleven → embryo lat los v/d baarmoederwand + wordt uitgestoten
· meestal veroorzaakt door genetische afwijkingen
Abortus = vrijwillig de zwangerschap beëindigen
2.2.4 FERTILITEITSPROBLEMEN: ALTERNATIEVE ROUTES BIJ ZWANGERSCHAP
Onvruchtbaarheid (infertiliteit) = het onvermogen om zwanger te worden na 12 – 18 maanden proberen
· bij mannen: te weinig / geen functionele zaadcellen, leeftijd …
· bij vrouwen: hormonale afwijkingen, leeftijd …
Andere mogelijkheden:
· kunstmatige inseminatie (al dan niet met een donor) KI(D): zaadcellen van een man worden door een arts direct in de
baarmoederhals v/d vrouw geplaatst
· in-vitrofertilisatie (IVF): bevruchting vindt plaats buiten de baarmoeder, de eicellen worden uit het lichaam v/d vrouw
gehaald en worden bevrucht in een labo
· draagmoeder: vrouw
2.3 PRENATALE DIAGNOSTIEK EN GENETISCHE ADVISERING
In Vlaanderen: 4 genetische centra
→ mogelijkheid om vroegtijdige diagnose te stellen i.v.m. afwijkingen in het genetische materiaal of andere afwijkingen door
genetisch adviseur
→ bij elke prenatale consultatie worden controleonderzoeken uitgevoerd
4