100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Uitwerkingen bijeenkomsten en leerdoelen KLRE 1.1a

Rating
-
Sold
-
Pages
16
Uploaded on
13-12-2021
Written in
2020/2021

Bevatten een paar spellingsfouten door mijn dyslectie

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 13, 2021
Number of pages
16
Written in
2020/2021
Type
Class notes
Professor(s)
?
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Belangrijk als VPK
Zefmenagment
Preventie


Bijeenkomst 1

Lessen

Leerdoelen
1. het begrip ‘klinisch redeneren’ uitleggen;
Klinisch redeneren is wat je ziet een patiënt en je medische kennis samenvoegen. Wat is de beste
behandeling voor die individuele patiënt.

‘Het continue proces van kritisch denken, gegevensverzameling en analyse, gericht op de vragen en
problemen van een individu en diens naasten, in relatie tot ziekte en gezondheid, om tot het beste
besluit over de zorg voor deze (individuele) patiënt te komen’ (2, p. 16).

Het is een bepaalde denk- en handelswijze = een competentie van de verpleegkundige

2. de vier soorten basisvragen bij klinisch redeneren noemen en toelichten;
4 basisvragen van klinisch redeneren:
1. Wat is er aan de hand met patiënt? Symptomen De diagnostische vraag
2. Waardoor komt het Ethologische vraag
3. Hoe loopt het waarschijnlijk af met dit probleem? Wat denken we te bereiken?
prognostische vraag
4. Wat denken we eraan te kunnen doen? Therapeutische vraag

3. verklaren waarom klinisch redeneren een belangrijke vaardigheid is voor
verpleegkundigen;
Met klinisch redeneren maak je ook een risico inschatting en denk je bewust na over het ziekte beeld.
Door deze risico inschatting en het bewust worden besef je dat een patiënt misschien besmettelijk is
of agressief kan reageren

4. de kernbegrippen bij ‘ademhalingsproblemen’ noemen, ordenen, in een concept web
organiseren, en de relaties tussen de kernbegrippen uitleggen.


Bijeenkomst 2
Lessen

Leerdoelen
1. het ICF model aan medestudenten uitleggen;

,Tabel 1.2 Definities van de ICF-componenten
Functies
Fysiologische en mentale eigenschappen van het menselijk organisme
Voorbeelden: bewustzijn, slaap. reuk. handhaving lichaamsgewicht, spiersterkte

Anatomische eigenschappen
Positie, aanwezigheid, vorm en continuïteit van onderdelen van het menselijk lichaam
Voorbeelden: anatomische eigenschappen van het netvlies, van het hart, van het heupgewricht

Activiteiten
Onderdelen van iemands handelen
Voorbeelden: richten van aandacht, oplossen van problemen, zich verplaatsen, zich wassen, drinken,
huishouden doen

Participatie
Iemands deelname aan het maatschappelijk leven
Voorbeelden: (on)betaald werk, sociale activiteiten, recreatie en vrije tijd

Stoornissen
Afwijkingen in of verlies van functies of anatomische eigenschappen
Voorbeelden: stoornis in pijngewaarwording, in opname van voedsel

Stoornissen
Afwijkingen in of verlies van functies of anatomische eigenschappen
Voorbeelden: darmperforatie, atrofie van het spierweefsel, troebeling van de ooglens

Beperkingen
Moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van activiteiten
Voorbeelden: beperking in het omgaan met stress, in lezen, in (open, in zich wassen

Participatieproblemen
Problemen die iemand heeft mei het deelnemen aan het maatschappelijk leven
Voorbeelden: problemen met het aangaan van sociale relaties, met het gebruiken van geld, met
kunnen sporten

, Externe factoren
Iemands fysieke en sociale omgeving
Voorbeelden: geneesmiddelen, bril, educatief speelgoed, geld. klimaat, familie, sociale normen,
huisvesting, aan- of afwezigheid van gezondheidszorgvoorzieningen

Persoonlijke factoren
Iemands individuele achtergrond
Voorbeelden: leeftijd, geslacht, sociale status, levenservaringen

2. redeneren met behulp van het ICF-model;
Oefenen

3. de pathogenese van ademhalingsproblemen beschrijven;
4. de standaardvragen bij diagnostisch redeneren gebruiken;
De standaardvragen bij diagnostisch redeneren zijn gericht op het interpreteren van de symptomen:
1. Welke objectieve en subjectieve symptomen zijn er aanwezig bij de patiënt (Wachten,
verschijnselen, gedrag, afwijkende normaalwaarden)?
2. Hoe zijn deze symptomen te verklaren (afwijkingen in anatomie, fysiologie en psychosociaal
functioneren)?
3. Wat wil je nog meer weten van of over de patiënt? Vul met het antwoord op deze vraag de
antwoorden op vraag 1 en 2 aan.
4. Welke last heeft de patiënt hiervan (activiteiten, participatie)?
5. Hoe reageert de patiënt hierop (emotioneel gedrag, effectief of ineffectief zelfmanagement)?
6. Op welke mogelijke gezondheidsproblemen wijst dit (anatomische eigenschappen, functies,
activiteiten, participatie)? Neem vijf minuten om een volledige probleemlijst te maken. Geef
per probleem aan of het om een belangrijk of om een minder belangrijk probleem gaat.
7. Wat zijn van de belangrijke gezondheidsproblemen de kenmerkende verschijnselen?
8. Hoe kan de aan- of afwezigheid van deze kenmerkende verschijnselen getoetst worden?
Toets vervolgens of deze verschijnselen ook daadwerkelijk aanwezig zijn.

1_17 Toelichting op de standaardvragen bij een diagnostisch besluit
Standaardvragen Toelichting
1. Welke objectieve en subjectieve Voor verpleegkundigen zijn de symptomen van de patiënt meestal de eerste informatie
symptomen zijn er aanwezig bij over zijn gezondheidstoestand die zij zien. horen of lezen. Het begrijpen van wat er aan
de patiënt? (klachten, de hand is begint dus bij goed kijken en luisteren naar de patiënt, en goed lezen van de
verschijnselen, gedrag, al bekende gegevens.
afwijkende normaalwaarden)
2. Hoe zijn deze symptomen te Symptomen zijn uitingen van afwijkingen in anatomische structuren, of in fysiologische
verklaren? (vanuit afwijkingen in of psychosociale processen. Om goed te kunnen begrijpen wat er precies aan de hand
anatomie, fysiologie en is, moet de verpleegkundige weten hoe die structuren of processen normaal verlopen
psychosociaal functioneren) en welke afwijking ervan dit symptoom verklaart. Welke processen zorgen er
bijvoorbeeld voor dat iemand met koorts er rood uitziet?
Deze kennis is ook nodig om later de zinvolheid van interventies te kunnen inschatten.
3. Wat wil je nog meer weten van Het kan zijn dat er nog gegevens ontbreken, bijvoorbeeld over subjectieve symptomen
of over de patiënt? als pijn.
4. Welke last heeft de patiënt Hiermee wordt duidelijk hoe de anatomische eigenschappen en functies doorwerken in
hiervan? (activiteiten, het functioneren van de persoon. De resultaten hiervan kunnen in de redenering later
participatie) als Probleem of als Signs/symptoms in de verpleegkundige diagnose terugkomen.
5. Hoe reageert de patiënt hierop? De reactie van de patiënt kan in de redenering later als Probleem in de verpleegkundige
(emotioneel gedrag, effectief of diagnose terugkomen.
ineffectief zelfmanagement) Het kan ook een positieve of negatieve factor blijken te zijn. die een rol speelt bij het
$4.17
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
nienkeriniavannauta
2.5
(2)

Get to know the seller

Seller avatar
nienkeriniavannauta Hogeschool van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
9
Member since
4 year
Number of followers
9
Documents
0
Last sold
2 year ago

2.5

2 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions