Publiekrecht
Rechtsverhouding overheid - burger
College 1.
Staatsrecht.
Bevat regels omtrent de samenstelling van staatsinstellingen
- Raad van State
- Regering
- Staten-Generaal
o Eerste en Tweede Kamer.
Geeft bepaalde taken en bevoegdheden aan staatsinstellingen
- Wat mag de Tweede kamer en wat niet.
- Vind je terug in de Grondwet, nationaal niveau
- Gemeente en provincie op lager niveau
Begrenst de taken en bevoegdheden van de staatsinstellingen
- Tot hoever mogen ze regels maken
o Vrijheid van meningsuiting beperken bijvoorbeeld
Belediging
o Moet op de wet gebaseerd zijn.
Wat is staatsrecht?
- Een territorium
- Een grond waar de staat op gevestigd is
- Een overheid die effectief en daadwerkelijk gezag uitoefent over de op het
territorium woonachtige bevolking
Staat: 2 functies:
- Machtsfunctie
o Alleen de overheid mag legitiem geweld gebruiken.
- Juridische functie
o Regels.
Waaraan moet de overheid zich houden
Waar moet de burger zich aan houden
Rechtstaat
- Een staat waarvan de macht gereguleerd en beperkt wordt door het recht
om daarmee de vrijheid van burgers te waarborgen.
5 beginselen
- Machtenscheiding
1
, - Legaliteitsbeginsel
- Democratie
- Onafhankelijke rechten
- Waarborgen van grondrechten
Machtenscheiding:
- Montesquieu
- 3 machten: Trias Politica
o Uitvoerende macht
Regering
Ook wel bestuur genoemd.
H2 van GW
o Wetgevende macht
Regering en Staten-Generaal
Wetten maken
Artikel 81 GW
o Rechtsprekende machten
Rechters
H6 van GW
Geen Trias Politica maar wel ‘Checks and Balances’
- gedeelde bevoegdheden op verschillende terreinen.
- Staan dichter bij elkaar dus beter te checken
Legaliteitsbeginsel:
- Alles wat de overheid doet moet op de Grondwet of een wet in formele zin
zijn berust.
o Formele wet: gemaakt door regering en S-G.
o Materiele wet: inhoud. Algemene verbindende voorschriften
Strafrecht is formeel en materieel.
- Ze mogen aan de vrijheid van burgers geen andere beperkingen stellen
dan die in de wetten zijn neergelegd en dat die beperkingen in beginselen
voor iedereen gelijk zijn.
Democratiebeginsel
- Burgers hebben het recht te bepalen door wie zij vertegenwoordigd willen
worden, zodat zij invloed hebben op wetgeving en bestuur.
o Stemrecht
Nationaal niveau
Lokaal niveau
Artikel 4 van GW.
Artikel 50 e.v. wijze van verkiezingen
o Het volk heeft het voor het zeggen
Onafhankelijkheid van de rechter
- Grondwet hoofdstuk 6
- Rechter toetst op rechtmatigheid
2
, - Artikel 11 AB (Algemene bepalingen): rechter geen wetgevende functie
- Eigen opvattingen niet bij uitspraak betrekken
- Artikel 112 en 113 GW: gerechten tot rechterlijke macht
- Waarborgen rechterlijke onafhankelijkheid
o Persoonlijk onafhankelijk zijn
Geen eigen visie, rechtspreken volgens de wet
o Zakelijke onafhankelijk
Waarborg van grondrechten
- Vrijheidsrechten
- Klassieke grondrechten: overheidsonthouding
o Terughoudend opstellen
Vrijheid van godsdienst/meningsuiting
o In grondwet 1 t/m 17 globaal
- Sociale grondrechten: overheidsbemoeienis
o Artikel 18 tot 33 globaal
o De overheid moet zich bemoeien met die grondrechten
Recht op onderwijs
Recht op werkgelegenheid
Organen van de staat Nederland
Koning
Functie:
- Staatshoofd
- Deel van de regering
o Dus betrokken bij wetgevende macht
Artikel 42 GW
o Ook uitvoerende macht
Het koningschap is erfelijk
- Kan op 2 manieren overgaan
o Grond van artikel 25 GW
Bij overlijden
o Grond van artikel 27 GW
Als er afstand van wordt gedaan
Bevoegdheid:
- (mede (minister ook)) ondertekenen Koninklijke besluiten (artikel 47 GW.).
- Wie maakt een Koninklijk besluit?
o Regering
Koning en ministers
Verantwoordelijkheid:
- Geen: Koning is onschendbaar (Artikel 42 lid 2 GW).
- Ministers zijn verantwoordelijk
- Al het handelen van de koning is op verantwoording van de minister
o Politiek handelen
3
, o Privé persoon
Te hard rijden bijvoorbeeld
- Politieke ministeriele verantwoordelijkheid
Regering
- Koning en ministers gezamenlijk (artikel 42 GW)
- Uitvoerende en wetgevende taak
In Nederland maken staatssecretarissen ook onderdeel uit van de regering. Mag
dit ingevolge de Grondwet?
Artikel 42 lid 1 GW: koning + ministers
Regering: koning + ministers + staatssecretarissen (kunnen onderdeel uitmaken
van regering)
- Het is aan de regering om wel of geen staatssecretarissen te benoemen.
(artikel 46 lid 1)
Kabinet: Ministers en staatssecretarissen
regering: Zit ook de koning in
Ministers (artikel 44 GW)
- Maken deel uit van kabinet en regering (artikel 42 GW)
Taken:
- Ministerie leiden (hoeft niet)
o Je hebt ministers met en zonder portefeuille
Geen eigen ministeries
- Minister lid van MR (Minister Raad) (artikel 45 GW)
o Minister president is voorzitter
Politieke ministeriele verantwoordelijkheid
- Tekst en uitleg geven
- Ook voor ambtenaren van zijn ministerie
Strafrechtelijke ministeriele verantwoordelijkheid
- De minister pleegt een strafbaar feit onder andere als hij een besluit van
de Koning medeondertekent dat in strijd is met een wet in formele zin of
met de Grondwet.
Staatssecretarissen
- Ondergeschikt aan de minister
- Taken vastgesteld door minister en krijgt aanwijzingen van de minister
- Eigen politieke ministeriele verantwoordelijkheid
4
,Kabinetsformatie
- 76 zetels of meer
o Meerderheid 2e kamer
- Grootste partijen
- Informateur
o Onderzoeken kabinet
o Benoemt door koning (tot kabinet Rutte) Oude situatie
o Benoemt door 2e kamer. Nieuwe situatie
Reglement van Orde 2e kamer
o Brengt verslag uit aan 2e kamer
o 2e kamer wijst formateur aan:
- Formateur
o Regeerakkoord + ministers
o Kabinet formeren
o 9 van de 10 gevallen de minister president
Staten-Generaal (Artikel 50 GW)
- 1e en 2e kamer gezamenlijk
- Voor 4 jaar gekozen
67 lid 3 GW
- Leden stemmen zonder last
- Je mag doen en laten wat je wil met jouw zegel.
o Als je politieke partij tegen is, mag jij ook (zonder last) voor dat
wetsvoorstel stemmen.
- Zetel is gebonden aan een persoon, niet aan een partij
Artikel 71 GW
- Parlementaire onschendbaarheid
- Alles wat tijdens de vergadering wordt gezegd, daar ben je onschendbaar
voor
Artikel 119 GW
- Berechting bij ambtsmisdrijf
- Gelijk bij Hoge Raad
Synoniemen voor Staten-Generaal
- Volksvertegenwoordiging
- Parlement
- Eerste en Tweede kamer
Actief kiesrecht:
zelf stemmen
Passief kiesrecht:
Dat er op jou gestemd kan worden
5
, 2e kamer:
- Rechtstreeks gekozen
o Het volk kiest de 2e kamer
- 150 leden
Taken:
- Medewetgever (samen met regering)
- Controleur van regering
- Volksvertegenwoordiger
Recht van Initiatief (artikel 82 GW)
- Wetsvoorstel maken
Recht van Amendement (artikel 84 GW)
- Recht om in wetsvoorstel wijziging in aan te brengen. Moet met
meerderheid van de kamer
Controle:
- Recht van interpellatie
o Als kamerlid de mogelijkheid om minister te controleren
o Minstens 30 Kamerleden moeten jou steunen
- Vragenrecht
o Kan alleen, zelfstandig.
o Geen steun nodig
- Recht van enquête
o Grote onderzoeken
Motie van wantrouwen
- Geen vertrouwen meer in minister, staatsecretaris of hele kabinet
- Meerderheid van Staten-Generaal steun
1e kamer
- Getrapt gekozen
o Niet als volk de eerste kamer kiezen
o De provinciale staten kiezen de 75 leden
Wij kiezen wel de provinciale staten
Taken Eerste Kamer:
- Medewetgever (samen met regering)
- Controleur van regering
- Volksvertegenwoordiging
6
Rechtsverhouding overheid - burger
College 1.
Staatsrecht.
Bevat regels omtrent de samenstelling van staatsinstellingen
- Raad van State
- Regering
- Staten-Generaal
o Eerste en Tweede Kamer.
Geeft bepaalde taken en bevoegdheden aan staatsinstellingen
- Wat mag de Tweede kamer en wat niet.
- Vind je terug in de Grondwet, nationaal niveau
- Gemeente en provincie op lager niveau
Begrenst de taken en bevoegdheden van de staatsinstellingen
- Tot hoever mogen ze regels maken
o Vrijheid van meningsuiting beperken bijvoorbeeld
Belediging
o Moet op de wet gebaseerd zijn.
Wat is staatsrecht?
- Een territorium
- Een grond waar de staat op gevestigd is
- Een overheid die effectief en daadwerkelijk gezag uitoefent over de op het
territorium woonachtige bevolking
Staat: 2 functies:
- Machtsfunctie
o Alleen de overheid mag legitiem geweld gebruiken.
- Juridische functie
o Regels.
Waaraan moet de overheid zich houden
Waar moet de burger zich aan houden
Rechtstaat
- Een staat waarvan de macht gereguleerd en beperkt wordt door het recht
om daarmee de vrijheid van burgers te waarborgen.
5 beginselen
- Machtenscheiding
1
, - Legaliteitsbeginsel
- Democratie
- Onafhankelijke rechten
- Waarborgen van grondrechten
Machtenscheiding:
- Montesquieu
- 3 machten: Trias Politica
o Uitvoerende macht
Regering
Ook wel bestuur genoemd.
H2 van GW
o Wetgevende macht
Regering en Staten-Generaal
Wetten maken
Artikel 81 GW
o Rechtsprekende machten
Rechters
H6 van GW
Geen Trias Politica maar wel ‘Checks and Balances’
- gedeelde bevoegdheden op verschillende terreinen.
- Staan dichter bij elkaar dus beter te checken
Legaliteitsbeginsel:
- Alles wat de overheid doet moet op de Grondwet of een wet in formele zin
zijn berust.
o Formele wet: gemaakt door regering en S-G.
o Materiele wet: inhoud. Algemene verbindende voorschriften
Strafrecht is formeel en materieel.
- Ze mogen aan de vrijheid van burgers geen andere beperkingen stellen
dan die in de wetten zijn neergelegd en dat die beperkingen in beginselen
voor iedereen gelijk zijn.
Democratiebeginsel
- Burgers hebben het recht te bepalen door wie zij vertegenwoordigd willen
worden, zodat zij invloed hebben op wetgeving en bestuur.
o Stemrecht
Nationaal niveau
Lokaal niveau
Artikel 4 van GW.
Artikel 50 e.v. wijze van verkiezingen
o Het volk heeft het voor het zeggen
Onafhankelijkheid van de rechter
- Grondwet hoofdstuk 6
- Rechter toetst op rechtmatigheid
2
, - Artikel 11 AB (Algemene bepalingen): rechter geen wetgevende functie
- Eigen opvattingen niet bij uitspraak betrekken
- Artikel 112 en 113 GW: gerechten tot rechterlijke macht
- Waarborgen rechterlijke onafhankelijkheid
o Persoonlijk onafhankelijk zijn
Geen eigen visie, rechtspreken volgens de wet
o Zakelijke onafhankelijk
Waarborg van grondrechten
- Vrijheidsrechten
- Klassieke grondrechten: overheidsonthouding
o Terughoudend opstellen
Vrijheid van godsdienst/meningsuiting
o In grondwet 1 t/m 17 globaal
- Sociale grondrechten: overheidsbemoeienis
o Artikel 18 tot 33 globaal
o De overheid moet zich bemoeien met die grondrechten
Recht op onderwijs
Recht op werkgelegenheid
Organen van de staat Nederland
Koning
Functie:
- Staatshoofd
- Deel van de regering
o Dus betrokken bij wetgevende macht
Artikel 42 GW
o Ook uitvoerende macht
Het koningschap is erfelijk
- Kan op 2 manieren overgaan
o Grond van artikel 25 GW
Bij overlijden
o Grond van artikel 27 GW
Als er afstand van wordt gedaan
Bevoegdheid:
- (mede (minister ook)) ondertekenen Koninklijke besluiten (artikel 47 GW.).
- Wie maakt een Koninklijk besluit?
o Regering
Koning en ministers
Verantwoordelijkheid:
- Geen: Koning is onschendbaar (Artikel 42 lid 2 GW).
- Ministers zijn verantwoordelijk
- Al het handelen van de koning is op verantwoording van de minister
o Politiek handelen
3
, o Privé persoon
Te hard rijden bijvoorbeeld
- Politieke ministeriele verantwoordelijkheid
Regering
- Koning en ministers gezamenlijk (artikel 42 GW)
- Uitvoerende en wetgevende taak
In Nederland maken staatssecretarissen ook onderdeel uit van de regering. Mag
dit ingevolge de Grondwet?
Artikel 42 lid 1 GW: koning + ministers
Regering: koning + ministers + staatssecretarissen (kunnen onderdeel uitmaken
van regering)
- Het is aan de regering om wel of geen staatssecretarissen te benoemen.
(artikel 46 lid 1)
Kabinet: Ministers en staatssecretarissen
regering: Zit ook de koning in
Ministers (artikel 44 GW)
- Maken deel uit van kabinet en regering (artikel 42 GW)
Taken:
- Ministerie leiden (hoeft niet)
o Je hebt ministers met en zonder portefeuille
Geen eigen ministeries
- Minister lid van MR (Minister Raad) (artikel 45 GW)
o Minister president is voorzitter
Politieke ministeriele verantwoordelijkheid
- Tekst en uitleg geven
- Ook voor ambtenaren van zijn ministerie
Strafrechtelijke ministeriele verantwoordelijkheid
- De minister pleegt een strafbaar feit onder andere als hij een besluit van
de Koning medeondertekent dat in strijd is met een wet in formele zin of
met de Grondwet.
Staatssecretarissen
- Ondergeschikt aan de minister
- Taken vastgesteld door minister en krijgt aanwijzingen van de minister
- Eigen politieke ministeriele verantwoordelijkheid
4
,Kabinetsformatie
- 76 zetels of meer
o Meerderheid 2e kamer
- Grootste partijen
- Informateur
o Onderzoeken kabinet
o Benoemt door koning (tot kabinet Rutte) Oude situatie
o Benoemt door 2e kamer. Nieuwe situatie
Reglement van Orde 2e kamer
o Brengt verslag uit aan 2e kamer
o 2e kamer wijst formateur aan:
- Formateur
o Regeerakkoord + ministers
o Kabinet formeren
o 9 van de 10 gevallen de minister president
Staten-Generaal (Artikel 50 GW)
- 1e en 2e kamer gezamenlijk
- Voor 4 jaar gekozen
67 lid 3 GW
- Leden stemmen zonder last
- Je mag doen en laten wat je wil met jouw zegel.
o Als je politieke partij tegen is, mag jij ook (zonder last) voor dat
wetsvoorstel stemmen.
- Zetel is gebonden aan een persoon, niet aan een partij
Artikel 71 GW
- Parlementaire onschendbaarheid
- Alles wat tijdens de vergadering wordt gezegd, daar ben je onschendbaar
voor
Artikel 119 GW
- Berechting bij ambtsmisdrijf
- Gelijk bij Hoge Raad
Synoniemen voor Staten-Generaal
- Volksvertegenwoordiging
- Parlement
- Eerste en Tweede kamer
Actief kiesrecht:
zelf stemmen
Passief kiesrecht:
Dat er op jou gestemd kan worden
5
, 2e kamer:
- Rechtstreeks gekozen
o Het volk kiest de 2e kamer
- 150 leden
Taken:
- Medewetgever (samen met regering)
- Controleur van regering
- Volksvertegenwoordiger
Recht van Initiatief (artikel 82 GW)
- Wetsvoorstel maken
Recht van Amendement (artikel 84 GW)
- Recht om in wetsvoorstel wijziging in aan te brengen. Moet met
meerderheid van de kamer
Controle:
- Recht van interpellatie
o Als kamerlid de mogelijkheid om minister te controleren
o Minstens 30 Kamerleden moeten jou steunen
- Vragenrecht
o Kan alleen, zelfstandig.
o Geen steun nodig
- Recht van enquête
o Grote onderzoeken
Motie van wantrouwen
- Geen vertrouwen meer in minister, staatsecretaris of hele kabinet
- Meerderheid van Staten-Generaal steun
1e kamer
- Getrapt gekozen
o Niet als volk de eerste kamer kiezen
o De provinciale staten kiezen de 75 leden
Wij kiezen wel de provinciale staten
Taken Eerste Kamer:
- Medewetgever (samen met regering)
- Controleur van regering
- Volksvertegenwoordiging
6