Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Inleidende les ................................................................................................................................. 3
Hoofdstuk 2: Kinderen betrekken in therapie........................................................................................................ 6
Hoofdstuk 3: VZW Sporen ................................................................................................................................. 11
Hoofdstuk 4: Pleegouders versterken in opvoeden (PVO): empirisch onderbouwde modules in
behandelpleegzorg ............................................................................................................................................ 15
Hoofdstuk 5: Voorbeeldexamen......................................................................................................................... 29
Cursus: 3 delen
1. Interpretatie van de aanmeldingsklacht
2. Overgaan tot onderzoek + interpretatie
3. Hypothesevorming
Taak (20% + 10% presentatie)
Casus uitschrijven: 8 à 10 pagina's
Groepje van 3-4 personen
Afgeven op 20 april 2015
Casus voorstellen
Casus
1.Bondige (!) theoretische uitleg omtrent de diagnose (max. 1 blz.):
a) kenmerken van de pathologie
b) prevalentie
c) etiologie
d) comorbiditeit
2. Casus uitschrijven:
a) aanmelding: wie? Wat? Waar? Wanneer? Hoe? Door wie doorverwezen?
b) Probleemsituering: ontstaan (van het probleem). Evolutie. Hulpverleningscircuit
(hulpverleningsgeschiedenis)
c) Voorgeschiedenis: geboorte, ontwikkeling, levensweg van het kind en relaties (welke hobby's? Wat doet
het kind graag?).
d) Onderzoeksopzet: motivering van de verschillende onderzoeken
e) Onderzoeksresultaten: observatiegegevens en testgegevens
f) Besluit: risicofactoren EN protectieve factoren (wat loopt er goed? Van daaruit gaan we vertrekken. Hoe
komt het dat het goed loopt? Bv. Bang om te slapen ben je al eens niet bang geweest? Ja, als
vriendin erbij is. Hoe komt het dat je dan wel kunt slapen? Hoe doe jij dat? Kijken naar de dingen die ze
heeft en die omzetten naar de situatie waarin ze die dingen niet heeft
g) Behandeling: je stelt een behandelingsvoorstel voor en onderbouwt dit vanuit theoretisch standpunt
(Max. 1 blz.)
,3. Welke behandelingsvormen stel je voor bij deze casus en onderbouw dit vanuit onderzoek/literatuur (evidence-
based) (Max. 1 blz.)
4. Bijlagen
a) Alle testresultaten
b) Afgelegde test
c) Ruwe scores
d) …
Examen (70%)
Casus schriftelijk voorbereiden (1u)
Anamnese, testresultaten (bv. WISC, FRT, FID
Testresultaten interpreteren, maar niet scoren bv. WISC: je krijgt VIQ, PIQ, TIQ en scores op
subtesten
1 hypothese vormen
Alle notities gebruiken (ook andere cursussen! Bv. cursus Leerstoornissen, kinderpathologie,
ontwikkelingspsychologie)
Dan vertellen waarom jij aan die hypothese hebt gedacht en dat uitleggen (5 min)
Wat we niet goed vinden: 'ik denk dat dit een kind is met een beetje ADHD want…' zelfzeker
overkomen!
Het is NIET altijd een DSM Diagnose!!! Probeer te checken vanuit welke invalshoeken het
komt. De invalshoek moet je niet geven op het examen.
Te kennen tests voor het examen
WISC III of WISC R
FRT
FID
NOSI
GDS
CBCL
TRF
Bourdon Vos
15 woorden van Rey
3 wensen
Tea-Ch
4 affecten
Complexe Figuur van Rey
CBSK
Frequent gebruikte tests in de les
, Hoofdstuk 1: Inleidende les
1. Observeren
Er bestaat niet zoiets als 'echt' of 'werkelijk' gedrag van kind in de zin van objectief waarneembaar of
meetbare werkelijkheid
Omgevingsinvloeden zijn belangrijk
Hoe is het kind op school? Thuis? Wat maakt dat er een verschil is tussen op school en thuis?
Bv. Druk kind (meisje van 6 jaar, 1ste leerjaar) in de klas, loopt rond en kan niet stilzitten,
mama zegt dat het kind thuis rustig is en wel kan stilzitten. fantasie: wat doet het kind dan
thuis? Bv. met de poppen spelen of kleuren op een stoel
o Bevragen aan de mama: wat is rustig? Het meisje is de jongste van 3 kinderen, en de
twee andere kinderen hebben ADHD. In vergelijking met de andere twee kinderen is
het meisje rustig omdat die niet zoveel babbelt
deze informatie is zeer belangrijk!
o Onze fantasie kan anders zijn dan wat mama denkt
Alles wat er verteld wordt in vraag stellen! Doen alsof je het niet begrijpt en dat laten concretiseren.
Bv. Ze haalt goede punten op school wat zijn goede punten?
Bv. Het is een rustig meisje wat is rustig?
Bv. Ik ben triestig omdat mijn opa gestorven is waarom ben jij dan zo triestig? Ik ben triestig
omdat mijn mama nu zoveel weent, maar ik vond dat een vervelende opa.
Als psycholoog verhalen NIET zelf invullen door onze eigen rugzak (eigen opvoeding, dingen die we
hebben meegemaakt) ! Uw referentiekader bepaalt de manier waarop je naar dingen kijkt en daar
moeten we ons van bewust zijn
Context
2. Informatie verzamelen
Belangrijk om verschillende soorten informatie verkrijgen
Lichamelijk functioneren
Cognitieve functies
School- en gezinsfunctioneren
Familieanamnese
Ontwikkeling van kind: wat kan het kind goed en wat niet?
Sterke en zwakke kanten
…
Informatie halen uit verschillende informatiebronnen
Wees voorzichtig met informatiebronnen, want die geven informatie vanuit hun referentiekader
Ouders
Als moeder contact opneemt, is het belangrijk om de vader ook voor een gesprek uit te
nodigen, want dit zijn twee verschillende informatiebronnen. Een moeder gaat vaak een ander
verhaal vertellen dan vader.
o Bv. Vader gaat zeggen ‘mijn vrouw zit daar constant bij als ze niet wil slapen’, en ik
zeg dan ‘het is genoeg, laat ze eens wenen’. Dit is andere informatie dan als alleen
mama op gesprek zou komen.
o Soms komen vaders ook niet mee, ze vinden het soms allemaal wat overdreven en
denken ‘moet je daarvoor naar een psycholoog gaan’.
algemeen functioneren van een kind