Notities Onderwijsbijeenkomsten N. Limbourg
Bewijs in Strafzaken
Bijeenkomst 4 – Getuigen- en deskundigenbewijs
Getuigen ter zitting oproepen en horen
Voor het oproepen van getuigen om te verklaren op het ottz geldt het volgende
regime:
Eerste regime
Oproepen van getuigen voorafgaand aan het ottz
Art. 263 Sv: rechter en verdachte mogen de OvJ verzoeken getuigen op te
roepen. De OvJ is gemachtigd deze getuigen op te roepen, art. 260 lid 1 Sv. Hij
moet dat onverwijld doen, art. 263 lid 5 Sv.
Uitzondering van de oproepplicht van de OvJ: art. 264 Sv (dit artikel bevat
weigeringsgronden van de OvJ).
Oproepen van getuigen op het ottz (aan het begin)
Als de OvJ op grond van art. 164 Sv weigert de getuigen op te roepen, zal de
getuige (zeer waarschijnlijk) niet op het ottz verschijnen. Op het ottz kijkt de
rechter welke al dan niet opgeroepen getuigen zijn verschenen, art. 287 lid 1 Sv.
Dit impliceert dat de verdachte ook op eigen houtje getuigen mee kan nemen
naar het ottz, zonder tussenkomst van de OvJ. Als de verdachte zelf geen getuige
heeft meegenomen en de getuigen zijn niet op het ottz, dan kunnen er 2 dingen
aan de hand zijn:
1) De OvJ heeft de getuige niet opgeroepen, of
2) De getuige heeft niet voldaan aan de oproep.
De verdachte kan aan de rechtbank verzoeken de getuige alsnog/nogmaals op te
roepen, art. 287 lid 3 Sv. Dat hoeft de rechter niet te doen als er sprake is van
een weigeringsgrond (art. 288 Sv, dezelfde weigeringsgronden als de OvJ).
Tweede regime
Oproepen van de getuigen tijdens het ottz
Het is mogelijk dat het ottz al begonnen is, en dat dan duidelijk wordt dat het van
groot belang is voor de zaak om een bepaalde getuige te horen. Art. 315 Sv: als
een rechter oproepen van een getuige noodzakelijk acht, kan hij oproeping van
deze getuige bevelen. Art. 328 jo. 331 Sv: de verdachte kan rechter verzoeken
gebruik te maken van deze bevoegdheid.
In het eerste regime geldt het verdedigingsbelang: de OvJ moet oproepen, tenzij
verdediging hierdoor niet in haar belangen wordt geschaad of dat belang moet
wijken voor een weigeringsgrond. In het tweede regime geldt het
noodzakelijkheidsvereiste (ofwel het “nee, tenzij-regime”). De rechter roept de
getuige in beginsel niet op, tenzij dit noodzakelijk is voor de volledigheid van het
ottz. Het regime dat geldt met betrekking tot oproepen van getuigen, geldt ook
voor het oproepen van deskundigen volgens art. 299 Sv.
HR 5 januari 2016, NJ 2016, 141 (afwijzing horen getuigen)
Feiten
Verdachte is (nadat HR de zaak naar het Hof heeft terugverwezen) door het Hof
wegens 2 mishandelingen veroordeeld. Verdachte stelt cassatie in en klaagt dat het
horen van getuige B onterecht is afgewezen. Het verzoek is afgewezen omdat de
1
,Notities Onderwijsbijeenkomsten N. Limbourg
getuige 2x eerder is gehoord t.o.v. de rechter en dat niets nieuws is opgeworpen ten
opzichte van de eerdere verzoeken tot horen.
Rechtsvraag
Is dit voldoende grond om een verzoek tot horen van een getuige door de
verdediging af te wijzen?
Overweging
De enige omstandigheid dat de getuige al eerder is gehoord, is niet voldoende om
het verzoek af te wijzen. De omstandigheden van het geval moeten hierbij in
ogenschouw worden genomen (in casu: B had haar getuigenverklaring ingetrokken
en de politierechter had verdachte in 1 e aanleg vrijgesproken + verklaring was
belangrijk voor het bewijs), maar ook het feit dat het verzoek tot horen van de
getuigen tot doel had om de verklaringen op betrouwbaarheid te toetsen.
Recht om getuigen te horen, art. 6 EVRM
Hoofdlijnen van het normatieve kader
De tekst van art. 6 lid 3 sub d EVRM geeft weinig houvast aan de nationale
strafrechter. Het ondervragingsrecht is geen absoluut recht. Niet iedere inbreuk
op het ondervragingsrecht is een schending van het ondervragingsrecht: een
schending is een ongeoorloofde inbreuk. Maar wat is dan een ongeoorloofde
inbreuk?
Onduidelijkheid in de normering
Op bepaalde punten is de betekenis van de EHRM-jurisprudentie niet geheel
duidelijk, mede doordat de toepassing van algemeen geformuleerde
uitgangspunten in concrete zaken niet steeds consistent lijkt te zijn. Wanneer het
niet geheel duidelijk is welke regels of uitgangspunten moeten worden gevolgd
en wanneer het EHRM andere uitgangspunten lijkt te hanteren dan de HR, kan
dat een spagaatpositie opleveren.
Beoordelingskader EHRM
Enkele factoren die een rol spelen bij de beoordeling of een procedure eerlijk is
verlopen:
- Heeft de verdediging een behoorlijke en effectieve ondervragingsgelegenheid
gekregen?
- Bestaat er een goede reden voor het zijn uitgebleven van de
ondervragingsgelegenheid?
- Mocht de verklaring die de getuige eerder heeft afgelegd, voor het bewijs
worden gebruikt (en is de verklaring van beslissende betekenis geweest)?
- Is de verdediging voldoende gecompenseerd voor het ontbreken van de
effectieve ondervragingsgelegenheid?
Sinds Schatschaschwili is het ontbreken van een goede reden niet meer
doorslaggevend. Deze benadering geeft de nationale rechter minder houvast.
Nederlands beoordelingskader
Twee typen regels m.b.t. het ondervragingsrecht:
1) Regels over de beoordeling van de getuigenverzoeken
Zijn opgenomen in het Wetboek van Strafvordering. Wanneer de verdediging de
betrouwbaarheid wenst te onderzoeken, ligt het initiatief bij haar.
2) Regels over de bruikbaarheid van verklaringen van getuigen die niet
effectief door de verdediging konden worden ondervraagd
Zijn niet gecodificeerd. Regels komen er in essentie op neer dat verklaringen van
niet door de verdediging gehoorde getuigen mogen worden gebruikt voor het
bewijs wanneer deze niet-beslissend zijn dan wel in de procedure voldoende
2
, Notities Onderwijsbijeenkomsten N. Limbourg
compensatie is geboden voor het ontbreken van een effectieve
ondervragingsgelegenheid.
Verschillen in toetsingskader tussen EHRM en HR
HR toetst niet de eerlijkheid van de procedure als geheel. HR betrekt niet de
vraag of een getuigenverzoek mocht worden afgewezen. Nederlandse rechter
past primair de Nederlandse regels toe.
Beoordeling van getuigenverzoeken
Wanneer het ondervragingsrecht niet kon worden uitgeoefend, kan de verdachte
daarover in beginsel alleen met succes klagen bij de HR of het EHRM wanneer hij
de zittingsrechter heeft verzocht om de getuige op te roepen.
Eisen aan getuigenverzoeken
- Wens om getuige te ondervragen moet voldoende stellig worden geuit;
- Met voldoende precisie aanduiden om welke getuige het gaat;
- Motivering waarom het horen van de getuige relevant is voor de
beraadslaging
Inhoudelijke beoordeling
Wanneer een getuigenverzoek voldoet aan bovenstaande eisen, moet de rechter
een beslissing nemen op dat verzoek.
Beoordelingsmaatstaven:
- Verdedigingsbelang (wordt geacht aanwezig te zijn wanneer het horen van de
getuige relevant kan zijn voor het nemen van beslissingen op vragen van de
artikelen 348 en 350 Sv).
- Noodzakelijkheidscriterium (zittingsrechter acht de ondervraging noodzakelijk
met het oog op de volledigheid van het onderzoek) strengere maatstaf dan
het verdedigingsbelang!
- Bijzondere omstandigheden van de zaak.
Toepassing
1) Vaststellen welk criterium van toepassing is
2) Criterium daadwerkelijk toepassen op de feiten en omstandigheden van de
zaak
Relevantie van een ondervraging kan ontbreken:
- Omdat de kwestie waarover getuige zou moeten worden ondervraagd
onvoldoende relevant is voor de waarheidsvinding.
- Omdat dezelfde getuige al eerder in de procedure is ondervraagd en niet
aannemelijk is gemaakt dat een nieuwe ondervraging nieuwe informatie kan
opleveren.
Belangrijke factoren:
- Belang van de getuigenverklaring
- Strafbedreiging (hoe hoger de strafbedreiging, hoe groter het belang van de
verdediging om de getuige te ondervragen).
De rechter die een getuigenverzoek beoordeelt, moet zich realiseren dat
afwijzing van het verzoek gevolgen kan hebben voor de bruikbaarheid van de
getuigenverklaring voor het bewijs.
Gebruik van getuigenverklaringen voor het bewijs
Heeft de verdediging
voldoende initiatief getoont
om de getuige te kunnen
ondervragen?
Ja: heeft de verdediging een
behoorlijke en effectieve Nee: geen schending van het
ondervragingsgelegenheid ondervragingsrecht
gekregen?
Nee: is de verklaring van de
Ja: geen schending van het
getuige van beslissende
ondervragingsrecht
betekenis?
3
Ja: is voldoende compensatie Nee: geen schending van het
geboden? ondervragingsrecht
Bewijs in Strafzaken
Bijeenkomst 4 – Getuigen- en deskundigenbewijs
Getuigen ter zitting oproepen en horen
Voor het oproepen van getuigen om te verklaren op het ottz geldt het volgende
regime:
Eerste regime
Oproepen van getuigen voorafgaand aan het ottz
Art. 263 Sv: rechter en verdachte mogen de OvJ verzoeken getuigen op te
roepen. De OvJ is gemachtigd deze getuigen op te roepen, art. 260 lid 1 Sv. Hij
moet dat onverwijld doen, art. 263 lid 5 Sv.
Uitzondering van de oproepplicht van de OvJ: art. 264 Sv (dit artikel bevat
weigeringsgronden van de OvJ).
Oproepen van getuigen op het ottz (aan het begin)
Als de OvJ op grond van art. 164 Sv weigert de getuigen op te roepen, zal de
getuige (zeer waarschijnlijk) niet op het ottz verschijnen. Op het ottz kijkt de
rechter welke al dan niet opgeroepen getuigen zijn verschenen, art. 287 lid 1 Sv.
Dit impliceert dat de verdachte ook op eigen houtje getuigen mee kan nemen
naar het ottz, zonder tussenkomst van de OvJ. Als de verdachte zelf geen getuige
heeft meegenomen en de getuigen zijn niet op het ottz, dan kunnen er 2 dingen
aan de hand zijn:
1) De OvJ heeft de getuige niet opgeroepen, of
2) De getuige heeft niet voldaan aan de oproep.
De verdachte kan aan de rechtbank verzoeken de getuige alsnog/nogmaals op te
roepen, art. 287 lid 3 Sv. Dat hoeft de rechter niet te doen als er sprake is van
een weigeringsgrond (art. 288 Sv, dezelfde weigeringsgronden als de OvJ).
Tweede regime
Oproepen van de getuigen tijdens het ottz
Het is mogelijk dat het ottz al begonnen is, en dat dan duidelijk wordt dat het van
groot belang is voor de zaak om een bepaalde getuige te horen. Art. 315 Sv: als
een rechter oproepen van een getuige noodzakelijk acht, kan hij oproeping van
deze getuige bevelen. Art. 328 jo. 331 Sv: de verdachte kan rechter verzoeken
gebruik te maken van deze bevoegdheid.
In het eerste regime geldt het verdedigingsbelang: de OvJ moet oproepen, tenzij
verdediging hierdoor niet in haar belangen wordt geschaad of dat belang moet
wijken voor een weigeringsgrond. In het tweede regime geldt het
noodzakelijkheidsvereiste (ofwel het “nee, tenzij-regime”). De rechter roept de
getuige in beginsel niet op, tenzij dit noodzakelijk is voor de volledigheid van het
ottz. Het regime dat geldt met betrekking tot oproepen van getuigen, geldt ook
voor het oproepen van deskundigen volgens art. 299 Sv.
HR 5 januari 2016, NJ 2016, 141 (afwijzing horen getuigen)
Feiten
Verdachte is (nadat HR de zaak naar het Hof heeft terugverwezen) door het Hof
wegens 2 mishandelingen veroordeeld. Verdachte stelt cassatie in en klaagt dat het
horen van getuige B onterecht is afgewezen. Het verzoek is afgewezen omdat de
1
,Notities Onderwijsbijeenkomsten N. Limbourg
getuige 2x eerder is gehoord t.o.v. de rechter en dat niets nieuws is opgeworpen ten
opzichte van de eerdere verzoeken tot horen.
Rechtsvraag
Is dit voldoende grond om een verzoek tot horen van een getuige door de
verdediging af te wijzen?
Overweging
De enige omstandigheid dat de getuige al eerder is gehoord, is niet voldoende om
het verzoek af te wijzen. De omstandigheden van het geval moeten hierbij in
ogenschouw worden genomen (in casu: B had haar getuigenverklaring ingetrokken
en de politierechter had verdachte in 1 e aanleg vrijgesproken + verklaring was
belangrijk voor het bewijs), maar ook het feit dat het verzoek tot horen van de
getuigen tot doel had om de verklaringen op betrouwbaarheid te toetsen.
Recht om getuigen te horen, art. 6 EVRM
Hoofdlijnen van het normatieve kader
De tekst van art. 6 lid 3 sub d EVRM geeft weinig houvast aan de nationale
strafrechter. Het ondervragingsrecht is geen absoluut recht. Niet iedere inbreuk
op het ondervragingsrecht is een schending van het ondervragingsrecht: een
schending is een ongeoorloofde inbreuk. Maar wat is dan een ongeoorloofde
inbreuk?
Onduidelijkheid in de normering
Op bepaalde punten is de betekenis van de EHRM-jurisprudentie niet geheel
duidelijk, mede doordat de toepassing van algemeen geformuleerde
uitgangspunten in concrete zaken niet steeds consistent lijkt te zijn. Wanneer het
niet geheel duidelijk is welke regels of uitgangspunten moeten worden gevolgd
en wanneer het EHRM andere uitgangspunten lijkt te hanteren dan de HR, kan
dat een spagaatpositie opleveren.
Beoordelingskader EHRM
Enkele factoren die een rol spelen bij de beoordeling of een procedure eerlijk is
verlopen:
- Heeft de verdediging een behoorlijke en effectieve ondervragingsgelegenheid
gekregen?
- Bestaat er een goede reden voor het zijn uitgebleven van de
ondervragingsgelegenheid?
- Mocht de verklaring die de getuige eerder heeft afgelegd, voor het bewijs
worden gebruikt (en is de verklaring van beslissende betekenis geweest)?
- Is de verdediging voldoende gecompenseerd voor het ontbreken van de
effectieve ondervragingsgelegenheid?
Sinds Schatschaschwili is het ontbreken van een goede reden niet meer
doorslaggevend. Deze benadering geeft de nationale rechter minder houvast.
Nederlands beoordelingskader
Twee typen regels m.b.t. het ondervragingsrecht:
1) Regels over de beoordeling van de getuigenverzoeken
Zijn opgenomen in het Wetboek van Strafvordering. Wanneer de verdediging de
betrouwbaarheid wenst te onderzoeken, ligt het initiatief bij haar.
2) Regels over de bruikbaarheid van verklaringen van getuigen die niet
effectief door de verdediging konden worden ondervraagd
Zijn niet gecodificeerd. Regels komen er in essentie op neer dat verklaringen van
niet door de verdediging gehoorde getuigen mogen worden gebruikt voor het
bewijs wanneer deze niet-beslissend zijn dan wel in de procedure voldoende
2
, Notities Onderwijsbijeenkomsten N. Limbourg
compensatie is geboden voor het ontbreken van een effectieve
ondervragingsgelegenheid.
Verschillen in toetsingskader tussen EHRM en HR
HR toetst niet de eerlijkheid van de procedure als geheel. HR betrekt niet de
vraag of een getuigenverzoek mocht worden afgewezen. Nederlandse rechter
past primair de Nederlandse regels toe.
Beoordeling van getuigenverzoeken
Wanneer het ondervragingsrecht niet kon worden uitgeoefend, kan de verdachte
daarover in beginsel alleen met succes klagen bij de HR of het EHRM wanneer hij
de zittingsrechter heeft verzocht om de getuige op te roepen.
Eisen aan getuigenverzoeken
- Wens om getuige te ondervragen moet voldoende stellig worden geuit;
- Met voldoende precisie aanduiden om welke getuige het gaat;
- Motivering waarom het horen van de getuige relevant is voor de
beraadslaging
Inhoudelijke beoordeling
Wanneer een getuigenverzoek voldoet aan bovenstaande eisen, moet de rechter
een beslissing nemen op dat verzoek.
Beoordelingsmaatstaven:
- Verdedigingsbelang (wordt geacht aanwezig te zijn wanneer het horen van de
getuige relevant kan zijn voor het nemen van beslissingen op vragen van de
artikelen 348 en 350 Sv).
- Noodzakelijkheidscriterium (zittingsrechter acht de ondervraging noodzakelijk
met het oog op de volledigheid van het onderzoek) strengere maatstaf dan
het verdedigingsbelang!
- Bijzondere omstandigheden van de zaak.
Toepassing
1) Vaststellen welk criterium van toepassing is
2) Criterium daadwerkelijk toepassen op de feiten en omstandigheden van de
zaak
Relevantie van een ondervraging kan ontbreken:
- Omdat de kwestie waarover getuige zou moeten worden ondervraagd
onvoldoende relevant is voor de waarheidsvinding.
- Omdat dezelfde getuige al eerder in de procedure is ondervraagd en niet
aannemelijk is gemaakt dat een nieuwe ondervraging nieuwe informatie kan
opleveren.
Belangrijke factoren:
- Belang van de getuigenverklaring
- Strafbedreiging (hoe hoger de strafbedreiging, hoe groter het belang van de
verdediging om de getuige te ondervragen).
De rechter die een getuigenverzoek beoordeelt, moet zich realiseren dat
afwijzing van het verzoek gevolgen kan hebben voor de bruikbaarheid van de
getuigenverklaring voor het bewijs.
Gebruik van getuigenverklaringen voor het bewijs
Heeft de verdediging
voldoende initiatief getoont
om de getuige te kunnen
ondervragen?
Ja: heeft de verdediging een
behoorlijke en effectieve Nee: geen schending van het
ondervragingsgelegenheid ondervragingsrecht
gekregen?
Nee: is de verklaring van de
Ja: geen schending van het
getuige van beslissende
ondervragingsrecht
betekenis?
3
Ja: is voldoende compensatie Nee: geen schending van het
geboden? ondervragingsrecht