Uitleg video 1: https://www.youtube.com/watch?v=JiNs794-QF0
Versterking van het woord? -n, Zoals: beresterk, GEEN berensterk
Klinkerbotsing? Streepje ertussen.
Bijvoeglijk naamwoord? D (!!) ‘Deze klassieker is ontwikkeld in nauwe
samenwerking…’
Persoonsvorm
Persoonsvorm?
Ja Nee
Stam + (…) Verlengproef
Tegenwoordige tijd (tt) Voltooid deelwoord
Verleden tijd (vt) Onvoltooid deelwoord
Zo kort mogelijk
Infinitief
Gebiedende wijs
Bijvoeglijk naamwoord
Kenmerken persoonsvorm:
1 | Een persoonsvorm past zich aan, aan het onderwerp.
Ik koop een ijsje.
Koop jij een ijsje?
Hij koopt een ijsje/
Wij kopen een ijsje.
2 | Een persoonsvorm geeft tijd aan.
Tegenwoordige tijd of verleden tijd?
Ik koop een ijsje.
Ik kocht een ijsje.
Ik smul ervan.
Ik smulde ervan.
3 | Kiezen wat juist is
Ik heb(pv) een ijsje gekocht(vd).
Lopend(ovd) ging(pv) ik naar de ijssalon.
Ik heb (pv) zin om een ijsje te kopen(infinitief).
Koop(gw) eens een lekker ijsje voor me.
Ik eet(pv) m’n zojuist gekochte(bijv.nw) ijsje op.
De weerman voorspelt een zonnige ochtend.
De weerman is een ‘hij’ dus stam + t.
De weerman had(pv/vt) een zonnige ochtend voorspeld(vd).
Had is pv in de vt. Voorspeld is een vd, dus verlengen = voorspelde, dus een d.
Ik heb de verlote kaartjes voor dat festival gewonnen (bn, dus zo kort mogelijk).
Hij verlootte drie kaartjes voor dat festival (verleden tijd).
Hij zou drie kaartjes voor dat festival verloten (infinitief).
Engelse woorden vervoegen:
Ik race / Hij racet (tt)/ Zij racete (vt)
Ik heb geracet.
Thijs is verbaasd(vd) dat zijn moeder het verwachte (bn) pakketje, dat de postbode net heeft
Bezorgd(vd), niet betaalt(pv = stam +t).
, Uitleg video 2: https://www.youtube.com/watch?v=EqYu-gIFuRU
Hoe vind je de PV?
Tijdsproef (zin in de andere tijd zetten)
Vormproef (ik, jij, we veranderen)
Vragend maken (je maakt de zin vragend)
Even kort:
PVTT Hij loopt samen met zijn vrienden naar de zee.
PVVT Gisteren liep ik samen met mijn broer door het bos.
GW Loop nu eens door!
Infinitief We willen nog naar de zee lopen.
VD Is het waar dat jij de marathon van Rotterdam gelopen hebt?
OD Ik ga vaak lopend naar school.
BN Het lopende hondje zag er schattig uit.
Voorbeeld:
Je kunt altijd het werkwoord ‘lopen’ invullen, zoals:
Hij…(worden) vandaag aangehouden. Hij loopt, dus hij wordt.
…(worden) jij nu misselijk? Loop jij, dus word.
Dat …(gebeuren) nu echt. Dat loopt, dus gebeurt.
…(worden) je broer straks boos denk je? Loopt je broer, dus wordt.
Zwakke werkwoorden
Bij zwakke werkwoorden krijg je in de verleden tijd ‘de-(n)’ of ‘-te(n’).
Stap 1 Neem het hele werkwoord (infinitief)
Juichen en Klagen
Stap 2 Haal er -en vanaf.
Juich en Klag
Stap 3 Zit de laatste letter in ’t ex-kofschip, dan is het stam+te(n)
Juichte
Stap 4 Zit de laatste letter niet in ’t ex-kofschip, dan is het: stam +de(n)
Klaagde
Sterke werkwoorden
Bij sterke werkwoorden verandert de klank in de verleden tijd.
Bijvoorbeeld lopen – liepen en worden – werden
Voorbeeld:
Gisteren …(verhuizen) hij naar een ander dorp.
De ‘z’ zit niet in ’t ex – kofschip dus -de.
Gisteren verhuisde hij naar een ander dorp.
REGEL!!!
ZIT DE LAATSTE LETTER VAN DE STAM IN ’T EX-KOFSCHIP, DAN EINDT HET OP
EEN T.
Algemene tips
Versterking van het woord? -n, Zoals: beresterk, GEEN berensterk
Klinkerbotsing? Streepje ertussen.
Bijvoeglijk naamwoord? D (!!) ‘Deze klassieker is ontwikkeld in nauwe
samenwerking…’
Persoonsvorm
Persoonsvorm?
Ja Nee
Stam + (…) Verlengproef
Tegenwoordige tijd (tt) Voltooid deelwoord
Verleden tijd (vt) Onvoltooid deelwoord
Zo kort mogelijk
Infinitief
Gebiedende wijs
Bijvoeglijk naamwoord
Kenmerken persoonsvorm:
1 | Een persoonsvorm past zich aan, aan het onderwerp.
Ik koop een ijsje.
Koop jij een ijsje?
Hij koopt een ijsje/
Wij kopen een ijsje.
2 | Een persoonsvorm geeft tijd aan.
Tegenwoordige tijd of verleden tijd?
Ik koop een ijsje.
Ik kocht een ijsje.
Ik smul ervan.
Ik smulde ervan.
3 | Kiezen wat juist is
Ik heb(pv) een ijsje gekocht(vd).
Lopend(ovd) ging(pv) ik naar de ijssalon.
Ik heb (pv) zin om een ijsje te kopen(infinitief).
Koop(gw) eens een lekker ijsje voor me.
Ik eet(pv) m’n zojuist gekochte(bijv.nw) ijsje op.
De weerman voorspelt een zonnige ochtend.
De weerman is een ‘hij’ dus stam + t.
De weerman had(pv/vt) een zonnige ochtend voorspeld(vd).
Had is pv in de vt. Voorspeld is een vd, dus verlengen = voorspelde, dus een d.
Ik heb de verlote kaartjes voor dat festival gewonnen (bn, dus zo kort mogelijk).
Hij verlootte drie kaartjes voor dat festival (verleden tijd).
Hij zou drie kaartjes voor dat festival verloten (infinitief).
Engelse woorden vervoegen:
Ik race / Hij racet (tt)/ Zij racete (vt)
Ik heb geracet.
Thijs is verbaasd(vd) dat zijn moeder het verwachte (bn) pakketje, dat de postbode net heeft
Bezorgd(vd), niet betaalt(pv = stam +t).
, Uitleg video 2: https://www.youtube.com/watch?v=EqYu-gIFuRU
Hoe vind je de PV?
Tijdsproef (zin in de andere tijd zetten)
Vormproef (ik, jij, we veranderen)
Vragend maken (je maakt de zin vragend)
Even kort:
PVTT Hij loopt samen met zijn vrienden naar de zee.
PVVT Gisteren liep ik samen met mijn broer door het bos.
GW Loop nu eens door!
Infinitief We willen nog naar de zee lopen.
VD Is het waar dat jij de marathon van Rotterdam gelopen hebt?
OD Ik ga vaak lopend naar school.
BN Het lopende hondje zag er schattig uit.
Voorbeeld:
Je kunt altijd het werkwoord ‘lopen’ invullen, zoals:
Hij…(worden) vandaag aangehouden. Hij loopt, dus hij wordt.
…(worden) jij nu misselijk? Loop jij, dus word.
Dat …(gebeuren) nu echt. Dat loopt, dus gebeurt.
…(worden) je broer straks boos denk je? Loopt je broer, dus wordt.
Zwakke werkwoorden
Bij zwakke werkwoorden krijg je in de verleden tijd ‘de-(n)’ of ‘-te(n’).
Stap 1 Neem het hele werkwoord (infinitief)
Juichen en Klagen
Stap 2 Haal er -en vanaf.
Juich en Klag
Stap 3 Zit de laatste letter in ’t ex-kofschip, dan is het stam+te(n)
Juichte
Stap 4 Zit de laatste letter niet in ’t ex-kofschip, dan is het: stam +de(n)
Klaagde
Sterke werkwoorden
Bij sterke werkwoorden verandert de klank in de verleden tijd.
Bijvoorbeeld lopen – liepen en worden – werden
Voorbeeld:
Gisteren …(verhuizen) hij naar een ander dorp.
De ‘z’ zit niet in ’t ex – kofschip dus -de.
Gisteren verhuisde hij naar een ander dorp.
REGEL!!!
ZIT DE LAATSTE LETTER VAN DE STAM IN ’T EX-KOFSCHIP, DAN EINDT HET OP
EEN T.
Algemene tips