Aantekeningen College 3 Belastingrecht 3
Financieren van een vennootschap:
Vergoeding voor eigen vermogen = Dividend (Niet aftrekbaar van de winst)
Vergoeding voor vreemd vermogen = Rente (Wel aftrekbaar van de winst)
Totaalwinst 3.8 wet IB → Tevens bepaling voor de winst VPB (en derhalve winst wel aftrekbaar)
Financiering dochter met aandelenkapitaal
Gevolg bij moedervennootschap
- In beginsel deelnemingsvrijstelling (vergoeding is vrijgesteld van VPB)
Gevolg bij dochtervennootschap
- Dividendbetaling niet aftrekbaar (dividend betaald uit eigen vermogen is niet aftrekbaar)
Rente kosten zijn bij de dochter wel aftrekbaar maar de inkomsten zijn bij de moeder wel belast.
, Aantekeningen Belastingrecht 3 College 4
Deelnemingsvrijstelling -> Voorkomen van dubbele belastingen.
Dochter keert dividend uit aan de moeder (1.000) dan dus 200 dividend belasting betalen en wordt
er dus 800 werkelijk gestort aan de moeder. Bij de moeder moet er dan nog belasting geheven
worden over het bedrag wat ontvangen wordt (omzet). Door de deelnemingsvrijstelling is het
ontvangen dividend bij de moeder vrijgesteld van belasting. (het maakt niet uit waar de dochter is
gevestigd als de moeder zich maar in Nederland bevindt).
Voordelen die vrijgesteld zijn: (atikel 13.1)
- Dividend al dan niet verkapt/vermomd
- Winstbonus/agiobonus
- Opbrengsten van claims
- Waardemutaties van de deelneming
- Vervreemdingsresultaten
Vereisten van een deelneming → Meer dan 5 % (artikel 13.2)
Meegekocht dividend:
Stel je koopt een deelneming op 1 oktober 2018 en je koopt hem voor 100.000 (Deelneming @Bank).
Er komt een dividend (winst uitkering) van 24.000 euro. Dividend uitkering vindt plaats in Nederland
(Bank 24.000 @Dividend opbrengsten 6.000 en @deelneming @18.000). Dit doe je omdat je de BV
heb gekocht in oktober 2018. Ofwel in de overname prijs zit al een dividend van 24. * (12-3)
is 18.000 euro. Deze moet dus uit de deelnemingswaarde omdat je hier eigenlijk gewoon geld heb
betaald.
Compartimentering:
Stel je koopt eerst 1% van de aandelen en later koop je nog 6% erbij. Dan heb je pas een deelneming
wanneer je hoger dan 5% heb. (wss niet tentamen omdat het te moeilijk is)
Kosten verband houdende met een deelneming aftrekbaar m.u.v. aan en verkoopkosten (artikel
13.1).
Drie soorten kosten bij de moeder: Normale kosten (aftrekbaar). Kosten die de moeder maakt maar
die eigenlijk van de dochter zijn (verkapt dividend en dus deelnemingsvrijstelling). Aan en verkoop
kosten van een deelneming (De aankoop en verkoop kosten zijn niet aftrekbaar bij de moeder maar
vallen wel onder de deelnemingsvrijstelling (en dus niet belast)).
Earn-out en prijsaanpassingen (artikel 13.6).
Daling aandelenbezit (artikel 13.6). Wanneer je eerst wel 5% had en daarna niet meer (omdat er bv
meer aandelen uit worden gegeven) dan val je nog 3 jaar onder de deelnemingsvrijstelling.
Financieren van een vennootschap:
Vergoeding voor eigen vermogen = Dividend (Niet aftrekbaar van de winst)
Vergoeding voor vreemd vermogen = Rente (Wel aftrekbaar van de winst)
Totaalwinst 3.8 wet IB → Tevens bepaling voor de winst VPB (en derhalve winst wel aftrekbaar)
Financiering dochter met aandelenkapitaal
Gevolg bij moedervennootschap
- In beginsel deelnemingsvrijstelling (vergoeding is vrijgesteld van VPB)
Gevolg bij dochtervennootschap
- Dividendbetaling niet aftrekbaar (dividend betaald uit eigen vermogen is niet aftrekbaar)
Rente kosten zijn bij de dochter wel aftrekbaar maar de inkomsten zijn bij de moeder wel belast.
, Aantekeningen Belastingrecht 3 College 4
Deelnemingsvrijstelling -> Voorkomen van dubbele belastingen.
Dochter keert dividend uit aan de moeder (1.000) dan dus 200 dividend belasting betalen en wordt
er dus 800 werkelijk gestort aan de moeder. Bij de moeder moet er dan nog belasting geheven
worden over het bedrag wat ontvangen wordt (omzet). Door de deelnemingsvrijstelling is het
ontvangen dividend bij de moeder vrijgesteld van belasting. (het maakt niet uit waar de dochter is
gevestigd als de moeder zich maar in Nederland bevindt).
Voordelen die vrijgesteld zijn: (atikel 13.1)
- Dividend al dan niet verkapt/vermomd
- Winstbonus/agiobonus
- Opbrengsten van claims
- Waardemutaties van de deelneming
- Vervreemdingsresultaten
Vereisten van een deelneming → Meer dan 5 % (artikel 13.2)
Meegekocht dividend:
Stel je koopt een deelneming op 1 oktober 2018 en je koopt hem voor 100.000 (Deelneming @Bank).
Er komt een dividend (winst uitkering) van 24.000 euro. Dividend uitkering vindt plaats in Nederland
(Bank 24.000 @Dividend opbrengsten 6.000 en @deelneming @18.000). Dit doe je omdat je de BV
heb gekocht in oktober 2018. Ofwel in de overname prijs zit al een dividend van 24. * (12-3)
is 18.000 euro. Deze moet dus uit de deelnemingswaarde omdat je hier eigenlijk gewoon geld heb
betaald.
Compartimentering:
Stel je koopt eerst 1% van de aandelen en later koop je nog 6% erbij. Dan heb je pas een deelneming
wanneer je hoger dan 5% heb. (wss niet tentamen omdat het te moeilijk is)
Kosten verband houdende met een deelneming aftrekbaar m.u.v. aan en verkoopkosten (artikel
13.1).
Drie soorten kosten bij de moeder: Normale kosten (aftrekbaar). Kosten die de moeder maakt maar
die eigenlijk van de dochter zijn (verkapt dividend en dus deelnemingsvrijstelling). Aan en verkoop
kosten van een deelneming (De aankoop en verkoop kosten zijn niet aftrekbaar bij de moeder maar
vallen wel onder de deelnemingsvrijstelling (en dus niet belast)).
Earn-out en prijsaanpassingen (artikel 13.6).
Daling aandelenbezit (artikel 13.6). Wanneer je eerst wel 5% had en daarna niet meer (omdat er bv
meer aandelen uit worden gegeven) dan val je nog 3 jaar onder de deelnemingsvrijstelling.