ANATOMIE VAN DE LONGEN
HET STERNUM (HET BORSTBEEN)
Bestaat uit drie delen, van boven naar beneden:
- Manubrium
- Corpus
- Proc. xiphoideus
Het sternum bevat een gewrichtsoppervlak voor de eerste rib
en gedeeltelijk voor de tweede rib.
Suprasternal notch (jugular notch): de bovenste rand van het
manubrium. Dit is de plek tussen de clavicula waar een deuk te
zien is
Angle of Louis: de hoek tussen het corpus en het manubrium.
Vrij puntig en goed voelbaar. Merkpunt: luchtpijp splits op dit
punt op in de linker hoofdbronchus en rechter
DE RIBBEN
Op te delen in echte en valse ribben:
- Echte ribben: rib 1 t/m 7 (vertebrosternal)
- Valse ribben: rib 8 t/m 10 (vertebrochondral)
- Zwevende ribben: rib 11 en rib 12 (vertebral)
Een rib bestaat uit een corpus, nek en hoofd. Op
verschillende plaatsen wordt er contact gemaakt met
een wervel.
De ribben hechten posterior aan aan de wervelkolom.
DE RESPIRATOIRE SPIEREN
Bij het inademen maken de spieren het volume van de borstholte groter, zodat de longen, die zich in deze
borstholte bevinden, uitzetten. De druk in de borstholte wordt dan lager dan die van de buitenlucht,
waardoor de lucht in de longen stroomt. Bij het uitademen ontspannen de spieren zich en wordt het
volume van de longen weer kleiner. Daarmee neemt de druk in de longen toe en wordt de lucht weer
naar buiten gestuwd.
- In rust: inspiratie (actief proces) en expiratie (passief proces). In rust wordt voornamelijk het
middenrif (diafragma) gebruikt. Die beweegt in neerwaartse richting waardoor de thoraxholte
groter wordt.
- Forse ademhaling: hulpademhalingsspieren, spelen voornamelijk een rol bij de inspiratie.
,Expiratoire spieren: interne intercostalis / buikspieren
Accessoire spieren: sternocleidomastoïde, scaleni, bovenste trapezius, pectoralis major / minor, serratus
anterior, rhomboids, latissimus dorsi, serratus posterior superior, thoracale erector spinae
DE ADEMHALING
Inspiratie (inademen) Expiratie (uitademen)
1. Een inspiratoire spieractie, vaak het middenrif 1. De inspiratoire spieren ontspannen
2. Een thorax vergroting 2. Een thorax verkleining
3. Vergroting van de longen 3. Verkleining van de longen
4. Intrapulmonale druk wordt lager 4. Intrapulmonale druk wordt hoger
5. Lucht stroomt naar binnen 5. Lucht stroomt naar buiten
Het middenrif gaat eerst neerwaarts totdat het De thorax wordt bovenin in voor achterwaartse
vastloopt op de buikholte. Vervolgens worden de richting verkleint, aan de onderkant in zijwaartse
ribben aan de onderkant geheven: richting. Het middenrif veert weer terug naar
flankademhaling. Externe intercostale spieren boven.
gaan meehelpen met het heffen van de bovenste Als de longelasticiteit verminderd is, ontstaan er
ribben, de borstkas wordt daarbij in voor problemen bij de uitademing.
achterwaartse richting vergoot
HET DIAFRAGMA (MIDDENRIF)
Een spierplaat tussen de borstholte en de buikholte. Bestaat uit een platte peesplaat, het centrum
tendineum. Met daaromheen het spierweefsel. Het middenrif bevat een aantal gaten; eentje voor de
slokdarm, eentje voor de onderste holle ader en eentje voor de buikslagader (boven het middenrif de
borstslagader). Aan de binnenzijde is het diafragma bedenkt door het pleura parietalis.
, INTERCOSTALE SPIEREN
- Externe intercostales: vezelrichting die zorgt voor ribheffing, daarmee voor inspiratie. Voor een goede
werking moet de bovenkant van de thoraxholte gefixeerd worden door rug-, schouder- en
nekspieren.
- Intern intercostales: tegengestelde richting die zorgt voor ribdaling, daarmee voor expiratie. Voor een
goede werking moet de onderkant van de thoraxholte gefixeerd worden dor buikspieren.
HULPADEMHALINGSSPUEREN
Door het fixeren van de thoraxholte kunnen de inspiratoire spieren hun actie uitvoeren. De enige
spiergroep die betrokken is bij de expiratie zijn de buikspieren aan de voorkant van de romp.
Scaleni spieren: zorgen voor ribheffing. Voorwaarde: punctum fixum (origo) zit aan de achterkant en het
punctum mobile (insertie) aan de voorkant. Rekt pas als de achterkant van de nek goed gefixeerd is.
DE LONGEN (HILIUM)
- Parenchym: sponsachtige
structuur waarin de
luchtwegen opgehangen zijn.
- Kegelvormig met een apex,
bases en drie zijkanten.
- De hilum: circulaire lijn waar
belangrijke structuren de
longen in en uitgaan.
- Roots: structuren die
aanwezig zijn; luchtpijp,
slagaders en aders.
LOBES (KWABBEN)
Rechterlong Linkerlong
- Bovenkwab - Bovenkwab
- Middenkwab - Onderkwab
- Onderkwab