Bakker, Onderzoek in de gezondheidszorg
Onderzoekend vermogen, casus 2.2 Peter
De student kan kwantitatief van kwalitatief onderzoek onderscheiden.
Een kwalitatief onderzoekt ervaringen, belevingen en een kwantitatief onderzoek bestudeert
oorzakelijke verbanden, toetsen van hypotheses, doen voorspellingen en zoeken naar verklaringen.
De student benoemt de kenmerken van kwantitatief onderzoek.
- Probeert werkelijkheid in getallen te vatten;
- Maakt gebruik van numerieke data en gestandaardiseerde condities;
- Dataverzameling: interviews, metingen, enquete, observaties.
De student kan verschillende typen kwantitatief onderzoek van elkaar onderscheiden, en bij elk
type onderzoek een passende manier van data-verzameling benoemen.
De student kan de waarde van kwantitatief onderzoek voor de praktijk beschrijven.
, 3.1 Indelingen van onderzoek
Een onderzoek kan ingedeeld worden op basis van hoe het doel bereikt wil worden, het soort
gegevens dat verzameld wordt, het tijdpad van het onderzoek en op basis van het onderzoeksdesign.
Onderzoeksmethoden kun je indelen op:
Fundamenteel – praktijkgericht
Kwantitatief – kwalitatief
Beschrijvend – explorerend – experimenteel
Dwarsdoorsnede (1 meetmoment in de tijd) – longitudinaal (meerdere meetmomenten in de tijd bij
zelfde eenheid)
Prospectief – retrospectief
Definiërend onderzoek: bepaalde kenmerken geef je weer van het onderwerp.
Beschrijvend onderzoek: eigenschappen in kaart brengen.
Vergelijkend onderzoek: verschillen onderzoeken.
Verklarend onderzoek: richtend op oorzaken van gevonden verschillen of verbanden.
Evaluerend onderzoek: effect van interventie evalueren
Voorschrijvend onderzoek: bedoeld om een maatregel of richtlijn op te stellen.
Voorspellend onderzoek: gevolgen van het onderwerp bekijken.
Explorerend: opzoek gaan naar verbanden of verklaringen.
Toetsend: theorie of verwachtingen toetsen of het effect van een bepaalde interventie onderzoeken.
Dwarsdoorsnedeonderzoek: 1 meetmoment, alle variabelen worden op hetzelfde moment
verzameld.
Longitudinaal/follow-upondezoek: de dataverzameling bevat meerdere meetmomenten.
Prospectief onderzoek: in de tijd vooruitkijken. De uitkomst moet nog uitgevonden worden, oorzaak
wel al bekend.
Retrospectief onderzoek: de uitkomst is al bekend, wat is er gebeurd? Wat is de oorzaak van de
uitkomst. Een nadeel is dat het onderzoek al gedaan is en het niet altijd precies genoeg is voor jouw
onderzoek.
Experimenteel: interventie/controlegroep.
Observationeel: er wordt niet ingegrepen, alleen geobserveerd.
Experimentele onderzoekdesigns
Experiment: RCT, met controlegroep Voordeel is vertekening voorkomen
Quasi-experiment: CCT, niet random. Bijvoorbeeld twee verschillende ziekenhuizen.
Pre-experiment: voor-en-na-vergelijking, wanneer een controlegroep niet mogelijk is.
Observationele onderzoekdesigns
Cohortonderzoek: binnen een vaststaande groep mensen een gedurende periode volgen. Een cohort
is een vaststaande onderzoeksgroep. Een cohortonderzoek kan zowel observationeel als
experimenteel. Voordeel is dat je er meerdere uitkomsten uit kan halen.
Patiënt-controleonderzoek/patiënt-controle study: retrospectief, de onderzoeksgroepen worden
samengesteld op basis van uitkomst. Het is retrospectief omdat de ziekte er al is bij het begin van het
onderzoek. Nadeel is het vinden van een geschikte controlegroep en het automatisch meeselecteren
van andere variabelen.
Patiëntenseries: onderzoek naar dezelfde gelijke kenmerken bij mensen met dezelfde aandoening.
Ecologisch onderzoek: groepen met elkaar vergelijken. Geaggregeerde gegevens. Ideeën of theorieën
genereren.
Onderzoekend vermogen, casus 2.2 Peter
De student kan kwantitatief van kwalitatief onderzoek onderscheiden.
Een kwalitatief onderzoekt ervaringen, belevingen en een kwantitatief onderzoek bestudeert
oorzakelijke verbanden, toetsen van hypotheses, doen voorspellingen en zoeken naar verklaringen.
De student benoemt de kenmerken van kwantitatief onderzoek.
- Probeert werkelijkheid in getallen te vatten;
- Maakt gebruik van numerieke data en gestandaardiseerde condities;
- Dataverzameling: interviews, metingen, enquete, observaties.
De student kan verschillende typen kwantitatief onderzoek van elkaar onderscheiden, en bij elk
type onderzoek een passende manier van data-verzameling benoemen.
De student kan de waarde van kwantitatief onderzoek voor de praktijk beschrijven.
, 3.1 Indelingen van onderzoek
Een onderzoek kan ingedeeld worden op basis van hoe het doel bereikt wil worden, het soort
gegevens dat verzameld wordt, het tijdpad van het onderzoek en op basis van het onderzoeksdesign.
Onderzoeksmethoden kun je indelen op:
Fundamenteel – praktijkgericht
Kwantitatief – kwalitatief
Beschrijvend – explorerend – experimenteel
Dwarsdoorsnede (1 meetmoment in de tijd) – longitudinaal (meerdere meetmomenten in de tijd bij
zelfde eenheid)
Prospectief – retrospectief
Definiërend onderzoek: bepaalde kenmerken geef je weer van het onderwerp.
Beschrijvend onderzoek: eigenschappen in kaart brengen.
Vergelijkend onderzoek: verschillen onderzoeken.
Verklarend onderzoek: richtend op oorzaken van gevonden verschillen of verbanden.
Evaluerend onderzoek: effect van interventie evalueren
Voorschrijvend onderzoek: bedoeld om een maatregel of richtlijn op te stellen.
Voorspellend onderzoek: gevolgen van het onderwerp bekijken.
Explorerend: opzoek gaan naar verbanden of verklaringen.
Toetsend: theorie of verwachtingen toetsen of het effect van een bepaalde interventie onderzoeken.
Dwarsdoorsnedeonderzoek: 1 meetmoment, alle variabelen worden op hetzelfde moment
verzameld.
Longitudinaal/follow-upondezoek: de dataverzameling bevat meerdere meetmomenten.
Prospectief onderzoek: in de tijd vooruitkijken. De uitkomst moet nog uitgevonden worden, oorzaak
wel al bekend.
Retrospectief onderzoek: de uitkomst is al bekend, wat is er gebeurd? Wat is de oorzaak van de
uitkomst. Een nadeel is dat het onderzoek al gedaan is en het niet altijd precies genoeg is voor jouw
onderzoek.
Experimenteel: interventie/controlegroep.
Observationeel: er wordt niet ingegrepen, alleen geobserveerd.
Experimentele onderzoekdesigns
Experiment: RCT, met controlegroep Voordeel is vertekening voorkomen
Quasi-experiment: CCT, niet random. Bijvoorbeeld twee verschillende ziekenhuizen.
Pre-experiment: voor-en-na-vergelijking, wanneer een controlegroep niet mogelijk is.
Observationele onderzoekdesigns
Cohortonderzoek: binnen een vaststaande groep mensen een gedurende periode volgen. Een cohort
is een vaststaande onderzoeksgroep. Een cohortonderzoek kan zowel observationeel als
experimenteel. Voordeel is dat je er meerdere uitkomsten uit kan halen.
Patiënt-controleonderzoek/patiënt-controle study: retrospectief, de onderzoeksgroepen worden
samengesteld op basis van uitkomst. Het is retrospectief omdat de ziekte er al is bij het begin van het
onderzoek. Nadeel is het vinden van een geschikte controlegroep en het automatisch meeselecteren
van andere variabelen.
Patiëntenseries: onderzoek naar dezelfde gelijke kenmerken bij mensen met dezelfde aandoening.
Ecologisch onderzoek: groepen met elkaar vergelijken. Geaggregeerde gegevens. Ideeën of theorieën
genereren.