100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Uitgebreide samenvatting van de doelstellingen 1-9 GPR 2022

Rating
4.0
(2)
Sold
1
Pages
78
Uploaded on
08-11-2021
Written in
2022/2023

Zeer uitgebreide uitwerking en samenvatting van de doelstellingen van de hoofdstukken 1 t.e.m. 9 van geschiedenis van het publiekrecht gegeven door professor Lesaffer, KULeuven.

Institution
Course












Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
November 8, 2021
File latest updated on
November 25, 2021
Number of pages
78
Written in
2022/2023
Type
Summary

Subjects

Content preview

Doelstellingen GPR hoofdstuk 1-
9
1. De haastige triomftocht van het westerse
constitutionele model

1. De pijlers van het westerse constitutionele model en de betekenis van democratie,
rechtsstaat en mensenrechten
- Pijlers constitutionele model : - Pluralistische democratie
- Rechtsstaat
- Respect voor de mensenrechten
- Een vrije markteconomie

- Rechtsstaat = De staat is gebaseerd op het recht
 Elke burger is gelijk onderworpen aan het recht, gelijkheid voor de wet
 De overheid is gebonden aan het recht
(= rule of law)

- Democratie = - De legitimatie v/d machthebbers = de wil v/h volk
 zoals uitgedrukt bij gewone verkiezingen
- Grondwettelijk contract tss. burgers – OH
- Ingebed in de Europese en internationale politieke en juridische orde
- De democratie moet voortdurend aangepast w. aan de veranderende
noden en omstandigheden v/d samenleving

- Mensenrechten = - Elk individu heeft natuurlijke en onvervreemdbare rechten die
stoelen op het mens zijn zelf
- Ze worden nt gecreëerd door de staat en overstijgen het positieve
recht van de staat
- De staat kan ze modeleren en interpreteren maar nt afnemen
- Hebben hun wortels in die van het natuurrechtsdenken


2. De historische betekenis van het Charter voor een Nieuw Europa aan het einde van de
Koude Oorlog
- Consecratie door de landen van de CVSE, van de visie van een Europa van pluralistische
democratieën naar westers model
- Geen bindend verdrag, maar legde de grondslagen voor een nieuwe politieke en
juridische ordening van Europa na de Koude Oorlog
- Maakte expliciet een einde aan de Koude Oorlog

- Doorbrak een consensus van de Koude Oorlog : die volgens de welke mensenrechten
“politiek neutraal waren” en zowel in een westerse democratie als onder het
communisme konden bestaan


1

, - Legde de verbinding tussen de verspreiding van het westerse constitutionele model over
heel Europa en de vrede en veiligheid van Europa
 Dit model wordt verheven tot een zaak voor alle EU-landen
+ alle landen hebben moreel recht om elkaar op naleving hiervan aan te spreken
- Om een nieuwe constitutionele ordening voor Europa uit te tekenen
- Grondgedachte = eenwording van Europa
 “Europe whole and free” (< George H.W. Bush)
- Doel: het stelde dat de voorwaarde voor vrede in Europa de overname van het westerse
model van meerpartijendemocratie, mensenrechten, rechtsstaat en vrije markteconomie
was, door alle landen van het continent
 Pijlers zijn cumulatief
= Feitelijke overwinning v/h westers constitutioneel model


3. De rol van de Duitse eenmaking in de transformatie van de Europese politieke en juridische
orde
- Duitse eenmaking binnen het Westen zou betekenen dat de Sovjet-troepen zich uit de
DDR, en bijgevolg ook uit Polen en Tsjechoslowakije zouden moeten terugtrekken
- Voor Gorbatsjov : eenmaking als gevolg op de verwerkelijking van zijn visie van het
Gemeenschappelijke Europese Huis
Voor Bush : voorwaarde voor de verwerkelijking van zijn visie op “Europe whole and
free”

- Kohl kreeg zijn zin voor een snelle eenmaking
Het “Kohl-blok” stond voor de opname v/d DDR in de BRD : dit zorgde ervoor dat men
het econ. model v. BRD overnam, nl. de vrije markteconomie
- Kohl opende strijd voor Duitse eenmaking + strijd voor Europa :
- Binnenland : tegenstanders v. snelle eenmaking overtuigen
- Buitenland : diplomatieke strijd om andere regeringen te overtuigen

- 3 factoren droegen bij tot de snelle oplossing v/h Duitse vraagstuk :
1. Alliantie Bush (“Europe Whole and Free”) en Kohl
2. Compromis Kohl – Mitterrand over verbinding Duitse eenmaking en EU-integratie
3. Toenemende zwakte Gorbatsjov
- Einddoel westerse Koude Oorlogsstrategie = uitbreiding westers model naar Oost-Europa


4. Constitutionalisme en de mechanismen tot inperking van de macht van de overheid
- Constitutionalisme = Het organiseert de overheid en zijn werking, maar beperkt ook
vooral de macht van de overheid. Het gewone recht, dat volledig in handen is van de
soevereine macht in de staat, is dus onderworpen aan de constitutionele regels. Dit om
de private sfeer van vrijheid voor de burgers af te schermen en te verdedigen. Zo legt
men de overheid aan banden.

- Inperkingsmechanismen : - Rechtsstaat
- Mensenrechten
- Scheiding der machten
Maar ook : - Democratie

2

, - Vrijemarkteconomie
- Vrijheid van eigendom en onderneming
- Complexe procedure + grotere parlementaire meerderheid
nodig voor de wijziging v/d GW
- Grondwettigheidscontrole v/h recht door de rechtbanken of
door speciaal daar voor bevoegde rechtbanken


5. De traditionele en moderne opvatting over de verhouding tussen overheid en recht
1. Traditionele opvatting :
- Heerser als hoogste rechter
- De behoeder van “pax et justitia”
- Heerser moet het bestaande recht handhaven en zorgen voor de correcte naleving.
Hij moet geen nieuw recht creëren of het bestaande recht veranderen
- Rechter = degene die namens de heerser de rechtsmacht over de rechtbank heeft
 Zorgt ervoor dat er door rechtbank recht gedaan zal worden
Zorgt ervoor dat er een rechtszaak komt, roept rechtbank samen
Maant rb. aan om een vonnis te wijzen + ziet erop toe dat het wordt uitgevoerd
≈ Openbaar Ministerie

- Recht ≠ instrument van heerser om zijn wil aan samenleving op te leggen, om zijn
beleid te voeren
= een op zich staand gegeven dat ervoor zorgt dat eenieder in de samenleving
krijgt wat hem toekomt
≠ uitdrukking v/d wil v/d overheid, wordt niet door haar tot stand gebracht
= objectief gegeven dat aan de subjectieve wil v/d overheid ontsnapt
- Bronnen v/h recht = goddelijke wil – natuurrecht – gewoonterecht
- Komt vooral voor in samenlevingen waarin het recht stoelt op de gewoonte
- Heerser ziet toe op de naleving en ontleent zijn legitimiteit hieraan. Zijn gezag stoelt
op het recht.

2. Moderne opvatting :
- Overheid / heerser = hoogste rechter + wetgever
- Recht = instrument v/d overheid om daarmee de politieke gemeenschap te sturen,
een beleid te voeren
- Hoogtepunt in het rechtspositivisme van 19 E eeuw




3

,2. De crisis van de respublica Christiana en de opkomst
van de soevereine staat (c. 1500-1661)

1. De feodaliteit, het heerlijk stelsel en hun onderling verband
- Feodaliteit
- Geheel aan rechtsregels i.v.m. de verdeling v. politieke, militaire macht
- Voor de verdeling v. politieke macht (imperium) + het grondbezit (dominium)
- In NT : pol. functie v/d feodaliteit verzwakte door de opmars v/d dynastieke
vorstenstaat
- Tot de Franse Revolutie voor de verdeling van grondbezit
< Karolingische tijd
 Om zich v/e professioneel ridderleger te voorzien
+ voornaamste ambtenaren aan zich te binden d.m.v. een relatie gebaseerd op
persoonlijke trouw
+ centrale gezag versterken
< Feodale contract tss. leenheer – leenman, vazal


- Ontstaan uit 2 contracten :
1. Commendatio
= man plaatste zichzelf onder de bescherming v/e rijkere, machtigere heer in ruil
voor trouw + gehoorzaamheid
2. Beneficium (/ Feodum)
= Iemand gaf een goed levenslang in gebruik aan een ander
≈ Vruchtgebruik

- Heer vervulde zijn plicht tot bescherming + onderhoud door aan zijn vazal een goed in

leen te geven
= Instrument om een leger van ridders te paard te vormen
 Gronden gaven vazal de econ. positie + onafhankelijkheid om zich als ridder te
oefenen en voor koning te vechten
 Verplichting v. leenman om voor zijn leenheer-koning te vechten

= Fundament v/d koninklijke macht
 Het keerde zich later tegen de koningen door machtsversnippering
1. Ambten + andere aspecten v/h koninklijk gezag als leengoed geven
= ambtslenen
 Oorzaak voor vermenging v. overheidsgezag met privaat bezit v. grond
2. Leengoederen onder belenen aan achterleenmannen
 Piramides v. leenmannen – leenheren
+ Koning, suzerein, opperste leenheer : aan de top
 Leenheer v/d leenheer had gn direct gezag op de achterleenman

= Wederkerige OK tss. vazal – leenheer
- Plichten leenheer : bescherming + onderhoud = plicht tot genot v. leengoed
- Plichten vazal : leenheer met raad + daad bijstaan


4

, - Raad = deelnemen aan beraadslagingen v/h hof v. leenheer / curia
- Daad = plicht om te vechten voor de heer
- Leencontract kwam tot stand d.m.v. ritueel :
1. Vazal legde leenhulde af = symbool voor onderwerping
2. Beiden zwoeren een eed v. trouw
3. Leenheer bekleedde zijn vazal met het leengoed

- Transformatie v/h feodaal stelsel :
1. Invoering v/d erfelijkheid v/d lenen
- Leenheer kon na dood vazal het leengoed nt opnieuw verwerven
- Bij vererving kreeg leenheer enkel verheffingsgeld
2. Verhandelbaarheid v. lenen
 Familiale belangen v/d vazal wogen door op de rechten v/d leenheer
 Droeg bij tot de privatisering, patrimoniale karakter v/h overheidsgezag
3. Verzakelijking
= Verschuiving v. persoonlijke verplichtingen vazal naar genot v. geleende zaak
4. Pluraliteit v. lenen
 Vazal had meerdere lenen + meerdere leenheren



- Heerlijk stelsel
- Ontstaan doordat lokale heren delen v/h koninklijk gezag usurpeerden
 Leidde tot bevoegdheidsverdeling + machtsversnippering
- Speelde zich op diverse niveaus af
- Lokaal niveau : Domeinen = landbouwgemeenschappen rond de villa v/d heer
 Demesne : gronden die rechtstr. voor rekening v. heer bewerkt werden
 Tenure : gronden die de boeren voor zichzelf bewerken

- Slavernij vervangen door horigheid :
- Een horige kon verregaande rechten laten gelden
- Horige was gebonden aan de grond
 Werd met de grond mee overgedragen aan de nieuwe heer
- Jaarlijks cijns betalen aan heer = symbool voor onderwerping aan heerlijke gezag
- Heerlijke usurpatie = heer trok over het domein bep. aspecten v/h koninklijk gezag
naar zich toe + oefende dit in eigen naam uit (jurisdictie …)

1. Allodiale heerlijkheid : - Heer is eigenaar v/h domein
- Heer oefende OH-rechten + banrechten in eigen naam uit
- Heer viel nog steeds onder het opperste gezag v/d koning
Bv. Kerkelijke gronden, goederen
2. Feodale heerlijkheid : Heer houdt het domein in leen

 Ze zorgden beiden voor een versnippering v/d macht
+ zijn beide een vector tot de verdeeldheid v/d christenheid




5
$18.64
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all 2 reviews
3 year ago

3 year ago

4.0

2 reviews

5
1
4
0
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
JuDu Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
125
Member since
4 year
Number of followers
68
Documents
34
Last sold
2 weeks ago

3.5

11 reviews

5
3
4
1
3
6
2
1
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions