Notities onderwijsbijeenkomsten N. Limbourg
Bewijs in strafzaken
Bijeenkomst 2 – Hoofdlijnen Nederlands bewijsrecht
Bewijsmiddelen
Bewijsmiddel = datgene waardoor men de rechter in kennis brengt met diverse
redengevende feiten of omstandigheden
Wettige bewijsmiddelen
De bewezenverklaring moet rusten op wettige bewijsmiddelen, art. 338 en 359
lid 1 Sv. Deze staan genoemd in art. 339 lid 1 Sv en zijn zo ruim geformuleerd
dat vrijwel elk denkbaar bewijs onder een van de categorieën kan worden
ondergebracht. Bewijsmiddelen kunnen worden aangevuld door feiten van
algemene bekendheid, art. 339 lid 2 Sv.
Eigen waarneming van de rechter: art. 340 Sv. Is een restcategorie t.o.v. de
andere bewijsmiddelen. De waarneming van de rechter moet zijn gedaan in zijn
hoedanigheid als rechter en op het onderzoek ter terechtzitting, zodat andere
partijen zich daarover kunnen uitlaten. De rechter moet zijn waarneming op het
ottz bespreken als het gebruik van die waarneming in het bewijs een van die
partijen zou kunnen verrassen.
HR 24 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1414 (Eigen waarneming rechter)
Feiten
Verdachte is veroordeeld voor het mishandelen van het slachtoffer (eenmaal op het gezicht slaan).
Deze bewezenverklaring steunt o.a. op de eigen waarneming van het Hof van de in het dossier
gevoegde beelden. Het Hof ziet dat de verdachte uithaalt naar het hoofd van het slachtoffer en ziet
haar hoofd omklappen. Hierna volgt een woordenwisseling en geduw en getrek en loopt verdachte
weg. Slachtoffer gaat met de hand naar de wang en blijft enige tijd zo zitten. Raadsman stelt dat de
verdediging geen Proces Verbaal of aantekeningen heeft van de zitting op welke die
camerabeelden zijn bekeken. Zo kan zij niet nagaan wat de eigen waarneming van de rechter heeft
ingehouden.
Rechtsvraag
Onder welke voorwaarden kan eigen waarneming van de rechter meewerken aan het bewijs?
Overweging
De eigen waarneming van de rechter kan alleen als bewijsmiddel meewerken als verdediging en
het OM zich daarover hebben kunnen uitlaten op het ottz. Beeld/geluid mag buiten het ottz worden
bekeken en via eigen waarneming aan het bewijs worden toegevoegd. Dat mag echter alleen als
het beeld/geluid 1) tijdens de ottz aan de orde is gesteld, 2) de verdachte en het OM van de
opname kennis hebben kunnen nemen en 3) verdachte of het OM geen bezwaar heeft gemaakt
tegen het niet vertonen van de opname. De rechter MOET de opname op het ottz bespreken als het
gebruik ervan in het bewijs een van de partijen zou kunnen verrassen. Of daarvan sprake is, hangt
af van de omstandigheden van het geval, zoals het procesverloop, de waard van de waarneming,
verband tussen de waarneming en het overige bewijs.
Verklaring van de verdachte: art. 341 Sv. Hoeft niet te gaan om een
bekentenis of ontkenning, de verklaring kan ook op iets heel anders betrekking
hebben. Verdachte hoeft niet te verklaren (art. 29 Sv), en zijn verklaring mag niet
worden gebruikt als deze is afgelegd zonder rechtsbijstand (tenzij verdachte
ondubbelzinnig en vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht op rechtsbijstand
en over de gevolgen van deze afstand is geïnformeerd). Kennelijke leugenachtige
verklaringen kunnen onder omstandigheden door de rechter worden
meegewogen in het bewijs. De verdachte kan niet enkel op zijn eigen bekentenis
worden veroordeeld, art. 341 lid 2 Sv.
Verklaring van een getuige: art. 342 Sv. Kan alleen gaan om wat de getuige
zelf heeft ‘waargenomen of ondervonden’. Tegenwoordig is er ook een auditu-
verklaring toegestaan (=van horen zeggen). De getuigenverklaring moet aan drie
eisen voldoen:
, Notities onderwijsbijeenkomsten N. Limbourg
1) Getuigenverklaring mag geen oordelen bevatten die aan de rechter zijn
voorgehouden (bijvoorbeeld: ik denk dat hij moet worden veroordeeld).
2) Getuigenverklaring mag geen onzekere factoren (vermoedens,
veronderstellingen, gissingen) bevatten. Ook leugenachtigheid mag niet.
3) Getuige moet kunnen worden verhoord door de verdediging (tenzij de
verdediging voldoende is gecompenseerd voor het fit dat dit niet kan).
Verklaring van een deskundige: art. 343 Sv. Sinds de invoering van de Wet
Deskundige in Strafzaken kan dit gaan om een verklaring op het ottz of een
verklaring ten overstaan van de RC. De deskundige moet formeel deskundig zijn
(hij moet in het register staan) en materieel deskundig zijn (hij moet voldoende
kennis hebben). Een niet-formele deskundige kan ook worden ingeroepen als dat
voor de zaak van belang is.
Schriftelijke bescheiden: art. 344 Sv. De opsomming van art. 344 Sv is ‘open’,
in die zin dat het geen enkel type geschrift vooraf uitsluit. Art. 344a Sv geeft
nadere regels over het gebruik van schriftelijke bescheiden als bewijs.
Bewijsminimumregels
Een veroordeling kan niet volgen op basis van 1 getuigenverklaring (art. 342 lid 2
Sv) of op de verklaring van de getuige (art. 341 lid 3 Sv). Ook art. 344a Sv bevat
bewijsminima. Ratio: er kan nooit met zekerheid worden vastgesteld of een
getuige of verdachte wel de (gehele) waarheid heeft verteld.
Naast de getuigenverklaring moet altijd aanvullend bewijsmateriaal aanwezig zijn
om tot een bewezenverklaring te komen. HR stelt aan dit steunbewijs weinig
eisen en gering steunbewijs is voldoende. Het steunbewijs:
- Hoeft de kern van het verwijs niet direct te bevestigen;
- Hoeft niet rechtstreeks te bewijzen dat de verdachte bij het ten laste gelegde
betrokken is;
- Moet afkomstig zijn van een andere bron dat de getuige zelf;
- Moet voldoende steun bieden voor de feiten en omstandigheden die de getuigen
noemt in zijn verklaring.
Hoeveel steun moet aanwezig zijn voor een getuigenverklaring? Dat is niet
geheel duidelijk, omdat het afhangt van de omstandigheden van het geval (o.a.
aard van het delict, soort bijkomend bewijs, wat de verdachte als verweer tegen
de getuigenverklaring heeft aangevoerd).
Een unus testis-verklaring moet voldoende steun vinden in ander
bewijsmateriaal. Daarbij zijn een aantal algemene aspecten volgens de HR van
belang:
- Unus testis-regel zorgt voor waarborging van de deugdelijkheid van de
bewijsbeslissing.
- Daarbij zijn er bewijsmiddelen die de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring
kunnen vergroten (steunbewijs) en bewijsmiddelen die op zichzelf de
deugdelijkheid van de bewezenverklaring versterken.
- Rechter moet uitleggen waarom aan het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv is
voldaan.
- De unus testis-regel ziet op de TLL in het geheel, niet op een onderdeel daarvan.
Aandachts- en gezichtspunten. De HR geeft aan dat er geen algemene regels
kunnen worden gegeven over wanneer aan art. 342 lid 2 Sv is voldaan. Er kan
meer duidelijkheid worden verkregen over dit leerstuk door in concrete gevallen
te beslissen wanneer wel of niet aan het bewijsminimum is voldaan.
Schakelbewijs. Steunbewijs kan zorgen dat veroordeling op basis van een
getuigenverklaring wel mogelijk is, want er is dus nog meer bewijs. Er is niet veel
schakelbewijs nodig.
Aanwezigheid van de verdachte ten tijde van het delict. Als een
getuigenverklaring belangrijk is voor de bewezenverklaring, is van belang dat uit
Bewijs in strafzaken
Bijeenkomst 2 – Hoofdlijnen Nederlands bewijsrecht
Bewijsmiddelen
Bewijsmiddel = datgene waardoor men de rechter in kennis brengt met diverse
redengevende feiten of omstandigheden
Wettige bewijsmiddelen
De bewezenverklaring moet rusten op wettige bewijsmiddelen, art. 338 en 359
lid 1 Sv. Deze staan genoemd in art. 339 lid 1 Sv en zijn zo ruim geformuleerd
dat vrijwel elk denkbaar bewijs onder een van de categorieën kan worden
ondergebracht. Bewijsmiddelen kunnen worden aangevuld door feiten van
algemene bekendheid, art. 339 lid 2 Sv.
Eigen waarneming van de rechter: art. 340 Sv. Is een restcategorie t.o.v. de
andere bewijsmiddelen. De waarneming van de rechter moet zijn gedaan in zijn
hoedanigheid als rechter en op het onderzoek ter terechtzitting, zodat andere
partijen zich daarover kunnen uitlaten. De rechter moet zijn waarneming op het
ottz bespreken als het gebruik van die waarneming in het bewijs een van die
partijen zou kunnen verrassen.
HR 24 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1414 (Eigen waarneming rechter)
Feiten
Verdachte is veroordeeld voor het mishandelen van het slachtoffer (eenmaal op het gezicht slaan).
Deze bewezenverklaring steunt o.a. op de eigen waarneming van het Hof van de in het dossier
gevoegde beelden. Het Hof ziet dat de verdachte uithaalt naar het hoofd van het slachtoffer en ziet
haar hoofd omklappen. Hierna volgt een woordenwisseling en geduw en getrek en loopt verdachte
weg. Slachtoffer gaat met de hand naar de wang en blijft enige tijd zo zitten. Raadsman stelt dat de
verdediging geen Proces Verbaal of aantekeningen heeft van de zitting op welke die
camerabeelden zijn bekeken. Zo kan zij niet nagaan wat de eigen waarneming van de rechter heeft
ingehouden.
Rechtsvraag
Onder welke voorwaarden kan eigen waarneming van de rechter meewerken aan het bewijs?
Overweging
De eigen waarneming van de rechter kan alleen als bewijsmiddel meewerken als verdediging en
het OM zich daarover hebben kunnen uitlaten op het ottz. Beeld/geluid mag buiten het ottz worden
bekeken en via eigen waarneming aan het bewijs worden toegevoegd. Dat mag echter alleen als
het beeld/geluid 1) tijdens de ottz aan de orde is gesteld, 2) de verdachte en het OM van de
opname kennis hebben kunnen nemen en 3) verdachte of het OM geen bezwaar heeft gemaakt
tegen het niet vertonen van de opname. De rechter MOET de opname op het ottz bespreken als het
gebruik ervan in het bewijs een van de partijen zou kunnen verrassen. Of daarvan sprake is, hangt
af van de omstandigheden van het geval, zoals het procesverloop, de waard van de waarneming,
verband tussen de waarneming en het overige bewijs.
Verklaring van de verdachte: art. 341 Sv. Hoeft niet te gaan om een
bekentenis of ontkenning, de verklaring kan ook op iets heel anders betrekking
hebben. Verdachte hoeft niet te verklaren (art. 29 Sv), en zijn verklaring mag niet
worden gebruikt als deze is afgelegd zonder rechtsbijstand (tenzij verdachte
ondubbelzinnig en vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht op rechtsbijstand
en over de gevolgen van deze afstand is geïnformeerd). Kennelijke leugenachtige
verklaringen kunnen onder omstandigheden door de rechter worden
meegewogen in het bewijs. De verdachte kan niet enkel op zijn eigen bekentenis
worden veroordeeld, art. 341 lid 2 Sv.
Verklaring van een getuige: art. 342 Sv. Kan alleen gaan om wat de getuige
zelf heeft ‘waargenomen of ondervonden’. Tegenwoordig is er ook een auditu-
verklaring toegestaan (=van horen zeggen). De getuigenverklaring moet aan drie
eisen voldoen:
, Notities onderwijsbijeenkomsten N. Limbourg
1) Getuigenverklaring mag geen oordelen bevatten die aan de rechter zijn
voorgehouden (bijvoorbeeld: ik denk dat hij moet worden veroordeeld).
2) Getuigenverklaring mag geen onzekere factoren (vermoedens,
veronderstellingen, gissingen) bevatten. Ook leugenachtigheid mag niet.
3) Getuige moet kunnen worden verhoord door de verdediging (tenzij de
verdediging voldoende is gecompenseerd voor het fit dat dit niet kan).
Verklaring van een deskundige: art. 343 Sv. Sinds de invoering van de Wet
Deskundige in Strafzaken kan dit gaan om een verklaring op het ottz of een
verklaring ten overstaan van de RC. De deskundige moet formeel deskundig zijn
(hij moet in het register staan) en materieel deskundig zijn (hij moet voldoende
kennis hebben). Een niet-formele deskundige kan ook worden ingeroepen als dat
voor de zaak van belang is.
Schriftelijke bescheiden: art. 344 Sv. De opsomming van art. 344 Sv is ‘open’,
in die zin dat het geen enkel type geschrift vooraf uitsluit. Art. 344a Sv geeft
nadere regels over het gebruik van schriftelijke bescheiden als bewijs.
Bewijsminimumregels
Een veroordeling kan niet volgen op basis van 1 getuigenverklaring (art. 342 lid 2
Sv) of op de verklaring van de getuige (art. 341 lid 3 Sv). Ook art. 344a Sv bevat
bewijsminima. Ratio: er kan nooit met zekerheid worden vastgesteld of een
getuige of verdachte wel de (gehele) waarheid heeft verteld.
Naast de getuigenverklaring moet altijd aanvullend bewijsmateriaal aanwezig zijn
om tot een bewezenverklaring te komen. HR stelt aan dit steunbewijs weinig
eisen en gering steunbewijs is voldoende. Het steunbewijs:
- Hoeft de kern van het verwijs niet direct te bevestigen;
- Hoeft niet rechtstreeks te bewijzen dat de verdachte bij het ten laste gelegde
betrokken is;
- Moet afkomstig zijn van een andere bron dat de getuige zelf;
- Moet voldoende steun bieden voor de feiten en omstandigheden die de getuigen
noemt in zijn verklaring.
Hoeveel steun moet aanwezig zijn voor een getuigenverklaring? Dat is niet
geheel duidelijk, omdat het afhangt van de omstandigheden van het geval (o.a.
aard van het delict, soort bijkomend bewijs, wat de verdachte als verweer tegen
de getuigenverklaring heeft aangevoerd).
Een unus testis-verklaring moet voldoende steun vinden in ander
bewijsmateriaal. Daarbij zijn een aantal algemene aspecten volgens de HR van
belang:
- Unus testis-regel zorgt voor waarborging van de deugdelijkheid van de
bewijsbeslissing.
- Daarbij zijn er bewijsmiddelen die de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring
kunnen vergroten (steunbewijs) en bewijsmiddelen die op zichzelf de
deugdelijkheid van de bewezenverklaring versterken.
- Rechter moet uitleggen waarom aan het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv is
voldaan.
- De unus testis-regel ziet op de TLL in het geheel, niet op een onderdeel daarvan.
Aandachts- en gezichtspunten. De HR geeft aan dat er geen algemene regels
kunnen worden gegeven over wanneer aan art. 342 lid 2 Sv is voldaan. Er kan
meer duidelijkheid worden verkregen over dit leerstuk door in concrete gevallen
te beslissen wanneer wel of niet aan het bewijsminimum is voldaan.
Schakelbewijs. Steunbewijs kan zorgen dat veroordeling op basis van een
getuigenverklaring wel mogelijk is, want er is dus nog meer bewijs. Er is niet veel
schakelbewijs nodig.
Aanwezigheid van de verdachte ten tijde van het delict. Als een
getuigenverklaring belangrijk is voor de bewezenverklaring, is van belang dat uit