MICRO-ECONOMIE: INLEIDING.
Bij bijna alle menselijke handelingen zit een economisch aspect: keuzes maken. Er zijn drie
elementen van die keuze: veel behoeften, schaarse middelen en het keuzeprobleem.
BEHOEFTE is het aanvoelen van een tekort, men streeft er naar om dit tekort te bevredigen.
Er zijn drie soorten behoeften:
- de primaire behoeften (de levensnoodzakelijke zaken),
- de materiële of immateriële behoeften,
- de collectieve behoeften of individuele behoeften.
Goederen en diensten kunnen onze behoeften bevredigen maar wij kunnen met ons
inkomen niet alle goederen en diensten kopen die we willen. We kunnen niet aan al onze
behoeften voldoen. SCHAARSE MIDDELEN zijn dus de middelen die we niet kunnen kopen,
maar toch willen.
Er is sprake van een KEUZEPROBLEEM, we zijn verplicht om te kiezen. Het economisch
principe is dat de mens de maximale behoeftebevrediging wil proberen krijgen met zijn
beschikbare middelen.
ECONOMIE is de studie van het menselijke streven naar bevrediging van behoeften, met
behulp van schaarse middelen.
ECONOMISCHE GOEDEREN kan je onderverdelen in:
- Consumptiegoederen
o Verbruiksgoederen
o Gebruiksgoederen
- Investeringsgoederen
o Vlottende investeringsgoederen
o Kapitaalgoederen
Het gebruik bepaalt het verschil tussen consumptiegoederen en investeringsgoederen.
CONSUMPTIE is het gebruik van economische goederen voor de behoeftebevrediging, het
gaat gepaard met het besteden van het inkomen.
PRODUCTIE is het produceren van economische goederen of het toevoegen van waarde aan
economische goederen, het gaat gepaard met het verwerven van het inkomen.
1
,CETERIS PARIBUS betekent letterlijk “het overige gelijk blijvend”. Alle factoren zoals
preferenties, inkomen, prijzen van andere goederen.. blijven constant.
De MICRO-ECONOMIE bestudeert het gedrag van een individuele (gezinshuishouding of
bedrijfshuishouding) huishouding.
(bijvoorbeeld: Delhaize, Volvo..)
De MESO-ECONOMIE bestudeerd het gedrag van groepen van huishoudingen.
(bijvoorbeeld: Belgische supermarkten, de autosector..)
De MACRO-ECONOMIE bestudeert het gedrag van alle bedrijven, alle gezinnen, alle
overheidshuishoudingen. De economische grootheden van een land worden opgeteld.
(bijvoorbeeld: de Belgische economie, de Europese economie, de wereldeconomie..)
MICRO-ECONOMIE: CONSUMENTEN.
De consument maakt een keuze over wat hij koopt. De optimale keuze wordt beïnvloed door
economische factoren (prijzen en het beschikbaar inkomen) en niet-economische factoren
(preferenties).
De PREFERENTIES zijn subjectief. Deze kunnen veranderen in de tijd en bestaan uit:
- Sociologische factoren:
gezinssituatie, sociale klasse, religie, woonplaats en nationaliteit.
- Psychologische invloeden:
Persoonlijkheid, levensstijl en attitude.
Het CONSUMENTENGEDRAG IN BELGIË heeft een aantal beïnvloedende factoren:
- Prijzen
- Vermogen
- Beschikbaar inkomen
- Kredietmogelijkheden
- Economische situatie
- Beschikbaarheid liquide middelen
- Consumptie andere gezinshuishoudingen
Veranderingen in de prijs beïnvloed de consumptie. Het ALGEMEEN PRIJSPEIL is het
gemiddelde van de prijzen van alle soorten goederen die men op de Belgische markt
verhandelt. Veranderingen in dit algemeen prijspeil worden gemeten door het INDEXCIJFER
DER CONSUMPTIEPRIJZEN. Deze meet dus de evolutie van de prijzen voor de verbruiker.
4 voorwaarden:
- Representatief (Rekening houden met alle prijzen aan de hand van de indexkorf)
- Soepel (consumptiegedrag wijzigt, waardoor indexkorf moet gewijzigd worden)
- Gewogen (volgens belangrijkheid in uitgaven)
2
, - Geijkt (prijs van dezelfde producten worden op eenzelfde manier gemeten)
De PRIJSVRAAGCURVE geeft de relatie weer tussen de hoeveelheid van de vraag en de prijs
van één goed. De ceteris paribus voorwaarde is van toepassing.
De INDIVIDUELE PRIJSVRAAGCURVE geeft de
hoeveelheden weer die en consument bereid is te kopen
tegen een reeks van prijzen. Elke prijs correspondeert
dus een bepaalde gevraagde hoeveelheid.
Deze curve verloopt DALEND. Er is sprake van een
NEGATIEF VERBAND tussen de prijs en de GEVRAAGDE
hoeveelheid.
Gevraagde hoeveelheid als de prijs van het goed .
Gevraagde hoeveelheid als de prijs van het goed .
Er is sprake van “beweging langs de prijsvraagcurve”
wanneer er een prijswijziging van het goed plaatsvindt.
Er is sprake van “verschuiving van de prijsvraagcurve”
Wanneer er bijvoorbeeld een verandering is in het inkomen.
- Toename inkomen:
De consument is bereid meer te kopen aan een gelijke prijs.
Prijsvraagcurve verschuift naar
Vraag
- Afname inkomen:
De consument zal minder kopen aan een gelijke prijs.
Prijsvraagcurve verschuift naar
Vraag
De COLLECTIEVE PRIJSVRAAGCURVE is de totale hoeveelheid die alle consumenten in de
markt vragen tegen een reeks prijzen.
Factoren die de collectieve vraag mee bepalen:
- De grootte en samenstelling van de bevolking
- Het inkomen
- Inkomensverdeling
- Toekomstvooruitzichten
- Preferenties van de consumenten
- Het vermogen
- De prijzen van andere goederen
3
, 4