HOOFDSTUK 2 SAMENVATING WISKUNDE
Paragraaf 1:
Cirkels en afstanden: Als je een cirkel hebt is het binnengebied het binnenste van de cirkel
en het buitengebied aan de buitenkant van de cirkel.
Lijnen en afstanden: Het binnen gebied van twee evenwijdige lijnen is alles wat binnen een
afstand van 1 cm van de lijn ligt. Het buitengebied ligt op een afstand verder dan 1 cm er
vanaf.
Paragraaf 2:
Middelloodlijn: De middelloodlijn van een lijnstuk gaat door het midden van het lijnstuk en
staat loodrecht op het lijnstuk. Elk punt op de middelloodlijn van het lijnstuk AB ligt even ver
van A als B. Die punten vormen de middelloodlijn van lijnstuk AB.
Omgeschreven cirkel: De omgeschreven cirkel is een cirkel die door alle hoek punten van
een driehoek gaat. Het middelpunt van de omgeschreven cirkel van een driehoek is het
snijpunt van de middelloodlijnen van de zijde.
Paragraaf 3:
Bissectrice en afstanden: De bissectrice van een hoek is de halve lijn die de hoek door
midden deelt. Voor elk punt op de bissectrice van een hoek geldt: de afstand tot het ene
been is het zelfde als de afstand tot het andere been.
De ingeschreven cirkel: De ingeschreven cirkel van een driehoek is de cirkel die de drie
zijden raakt. Het middelpunt van de ingeschreven cirkel van een driehoek is het snijpunt van
de bissectrices van de hoeken.
Paragraaf 4:
Zwaartelijn: een zwaartelijn van een driehoek is een lijn die door een hoekpunt en door het
midden van de overstaande zijde gaat.
Hoogtelijn: een hoogtelijn van een driehoek is een lijn die door een hoekpunt gaat en
loodrecht op de overstaande zijde staat.
Paragraaf 5:
Oppervlakte driehoek berekenen: oppervlakte driehoek = 0,5 x zijde x bijbehorende hoogte.
Bij een stompe hoek maak je de hoogte er zelf bij door een zijde langer door te trekken.
Paragraaf 6:
Oppervlakte van een parallellogram: oppervlakte parallellogram = zijde x bijbehorende
hoogte.
Oppervlakte van een trapezium: oppervlakte trapezium = 0,5 x som van de evenwijdige
lijnen (+) x hoogte.
Paragraaf 1:
Cirkels en afstanden: Als je een cirkel hebt is het binnengebied het binnenste van de cirkel
en het buitengebied aan de buitenkant van de cirkel.
Lijnen en afstanden: Het binnen gebied van twee evenwijdige lijnen is alles wat binnen een
afstand van 1 cm van de lijn ligt. Het buitengebied ligt op een afstand verder dan 1 cm er
vanaf.
Paragraaf 2:
Middelloodlijn: De middelloodlijn van een lijnstuk gaat door het midden van het lijnstuk en
staat loodrecht op het lijnstuk. Elk punt op de middelloodlijn van het lijnstuk AB ligt even ver
van A als B. Die punten vormen de middelloodlijn van lijnstuk AB.
Omgeschreven cirkel: De omgeschreven cirkel is een cirkel die door alle hoek punten van
een driehoek gaat. Het middelpunt van de omgeschreven cirkel van een driehoek is het
snijpunt van de middelloodlijnen van de zijde.
Paragraaf 3:
Bissectrice en afstanden: De bissectrice van een hoek is de halve lijn die de hoek door
midden deelt. Voor elk punt op de bissectrice van een hoek geldt: de afstand tot het ene
been is het zelfde als de afstand tot het andere been.
De ingeschreven cirkel: De ingeschreven cirkel van een driehoek is de cirkel die de drie
zijden raakt. Het middelpunt van de ingeschreven cirkel van een driehoek is het snijpunt van
de bissectrices van de hoeken.
Paragraaf 4:
Zwaartelijn: een zwaartelijn van een driehoek is een lijn die door een hoekpunt en door het
midden van de overstaande zijde gaat.
Hoogtelijn: een hoogtelijn van een driehoek is een lijn die door een hoekpunt gaat en
loodrecht op de overstaande zijde staat.
Paragraaf 5:
Oppervlakte driehoek berekenen: oppervlakte driehoek = 0,5 x zijde x bijbehorende hoogte.
Bij een stompe hoek maak je de hoogte er zelf bij door een zijde langer door te trekken.
Paragraaf 6:
Oppervlakte van een parallellogram: oppervlakte parallellogram = zijde x bijbehorende
hoogte.
Oppervlakte van een trapezium: oppervlakte trapezium = 0,5 x som van de evenwijdige
lijnen (+) x hoogte.