Ak samenvatting 1,2
Bevolkingsspreiding →In China is de bevolkingsspreiding heel erg ongelijk, dat komt doordat het in het Westen heel
erg droog is en een hoog gebergte is. In het zuiden liggen grote steden en is er minder reliëf en meer
neerslag.
Hooggebergte= een gebied dat hoger ligt dan 500 m
Laaggebergte= een gebied zonder hoogteverschil onder de 500 m
Bevolkingspolitiek → Dat betekent dat de regering maatregelen neemt om de spreiding van de bevolking te
veranderen.
Er zijn 3 soorten bevolkingsdiagrammen:
De piramidevorm, die wijst op een snel groeiende bevolking
De granaat vorm, die geeft aan dat de bevolking nog maar langzaam groeit
De urnvorm, die hoort bij een dalenden of zelfs afnemende bevolkingsafname
Han-Chinezen (de echte chinezen) → Heel veel Chinezen voelen zich geen echte Chinees.
Cuppen Systeem → A het tropisch regenklimaat
B droog klimaat
C zeeklimaat (maritiem klimaat)
D landklimaat (continentaal klimaat)
E koud klimaat ( poolklimaat of polair klimaat)
Isothermen → Lijnen die plaatsen met een gelijke temperatuur verbinden. Met isothermen kun je luchtstreken
begrenzen.
Globalisering → Is het doorgaande proces van internationale uitwisseling van mensen, goederen, geld en informatie.
Een ander woord voor globalisering is ook wel mondialisering.
Voor 1980 was China helemaal gesloten, daarna werd het een lage loon land. De lage lonen van China
gaan nu wel omhoog.
( SEZ ) → Special economic zone, Dit deed China om grote bedrijven naar China te lokken. Ze hoefde geen belasting
te betalen, mochten kinderen aan het werk zetten, of te wel gewoon doen waar ze zin in hebben.
Global city = Bekend in de hele wereld.
Megastad = Hele grote stad met meer dan 10 mil inwoners
Overige begrippen: Eenkindpolitiek= Politiek waarbij gezinnen niet meer dan 1 kind mogen hebben
Vergrijzing= Toename van het aandeel ouderen in de totale bevolking
Assemblage= Het in elkaar zetten van een product
Bevolkingsspreiding →In China is de bevolkingsspreiding heel erg ongelijk, dat komt doordat het in het Westen heel
erg droog is en een hoog gebergte is. In het zuiden liggen grote steden en is er minder reliëf en meer
neerslag.
Hooggebergte= een gebied dat hoger ligt dan 500 m
Laaggebergte= een gebied zonder hoogteverschil onder de 500 m
Bevolkingspolitiek → Dat betekent dat de regering maatregelen neemt om de spreiding van de bevolking te
veranderen.
Er zijn 3 soorten bevolkingsdiagrammen:
De piramidevorm, die wijst op een snel groeiende bevolking
De granaat vorm, die geeft aan dat de bevolking nog maar langzaam groeit
De urnvorm, die hoort bij een dalenden of zelfs afnemende bevolkingsafname
Han-Chinezen (de echte chinezen) → Heel veel Chinezen voelen zich geen echte Chinees.
Cuppen Systeem → A het tropisch regenklimaat
B droog klimaat
C zeeklimaat (maritiem klimaat)
D landklimaat (continentaal klimaat)
E koud klimaat ( poolklimaat of polair klimaat)
Isothermen → Lijnen die plaatsen met een gelijke temperatuur verbinden. Met isothermen kun je luchtstreken
begrenzen.
Globalisering → Is het doorgaande proces van internationale uitwisseling van mensen, goederen, geld en informatie.
Een ander woord voor globalisering is ook wel mondialisering.
Voor 1980 was China helemaal gesloten, daarna werd het een lage loon land. De lage lonen van China
gaan nu wel omhoog.
( SEZ ) → Special economic zone, Dit deed China om grote bedrijven naar China te lokken. Ze hoefde geen belasting
te betalen, mochten kinderen aan het werk zetten, of te wel gewoon doen waar ze zin in hebben.
Global city = Bekend in de hele wereld.
Megastad = Hele grote stad met meer dan 10 mil inwoners
Overige begrippen: Eenkindpolitiek= Politiek waarbij gezinnen niet meer dan 1 kind mogen hebben
Vergrijzing= Toename van het aandeel ouderen in de totale bevolking
Assemblage= Het in elkaar zetten van een product