Onderzoeksmethode (sv van h1 t/m h10)
H1 Introductie (blz. 15 t/m 36)
Leerdoelen
Aan het eind van dit hoofdstuk:
Kun je aangeven wat het onderwerp van onderzoek is
Kun je de relatie leggen tussen methodologie, wetenschapsfilosofie, methodeleer en
methoden en technieken
Weet je dat wetenschap een communicatieproces is tussen verschillende betrokkenen
Weet je het onderscheid tussen alledaagse en wetenschappelijke kennis
Herken je het verschillend gebruik van wetenschappelijke bevindingen in de media
Twee typen wetenschappelijk onderzoek:
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek: onderzoek met als doel een bijdrage te
leveren aan de wetenschappelijke kennis.
Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek: onderzoek dat als eerste doel de
ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van oplossingen voor praktijkproblemen die bestaan bij
aanwijsbare personen, groepen of organisaties
Sociale wetenschappen: gaat uit van de aanname dat mensen sociale wezens zijn; oftewel wezens
die altijd samenleven met andere mensen. Dit samenleven leidt tot verschijnselen die het onderwerp
vormen van sociaalwetenschappelijk onderzoek en theorievorming.
Sociaalwetenschappelijke disciplines (zoals: psychologie, sociologie) > verschillende methodes,
we onderscheiden binnen de sociale wetenschappen:
Gedragswetenschappen: houden zich bezig met het gedrag van menselijke individuen en
met factoren die dit gedrag beïnvloeden, zowel factoren in de mens zelf (waaronder
biologische oorzaken) als factoren in de menselijke omgeving (ook kinderen en hun
opvoeding valt hieronder)
Maatschappijwetenschappen: hebben samenlevingen en andere groeperingen tot
onderwerp van studie, met inbegrip v/d factoren die het functioneren van die groeperingen
beïnvloeden en de producten die zij opleveren.
Onderzoeksmethode
Methodeleer: het geheel van onderzoeksmethoden waarover de sociale wetenschappen
beschikken
Methodologie: de wetenschap van de sociaalwetenschappelijke methoden. Het is mogelijk
om wetenschappelijke uitspraken te doen over methoden.
Methoden: manieren van onderzoek doen (om verschijnselen op een systematische manier
te vertalen in wetenschappelijke gegevens die kunnen worden geanalyseerd)
Technieken: manieren om aan wetenschappelijke kennis te komen (denk aan: enquête,
steekproeven)
Wetenschap = een communicatieproces. Onderzoekers communiceren zowel binnen hun vakgebied
(disciplinair) als met collega’s uit andere vakgebieden (interdisciplinair), maar ook met een breder
publiek via de media.
Zender-boodschap-ontvanger-model: Wie zegt Wat tegen Wie, Hoe, met welk Effect, met welke
Terugkoppeling en in welke Context?
Communicatie is een tweerichtingsverkeer
De context van de maatschappij en de organisatie is heel belangrijk in de sociale
wetenschappen; het maakt heel wat uit of je publiceert in een totalitaire of democratische
samenleving
De ontvanger staat centraal: wat doet de ontvanger met de boodschap? 4 functies v/d
boodschap:
- Als bron van informatie
- Als vermaak
, - Als middel om de persoonlijke identiteit te versterken (onderzoekers reiken het publiek via
media waarden, normen en gedragsmodellen aan; hierbij kunnen ze de vraag stellen: ‘wie ben
ik & hoe wil ik zijn?’
- Als voertuig voor sociale integratie (thema’s die iedereen belangrijk vindt) en interactie
(gespreksstof)
Het publiek gaat selectief te werk: het selecteert uit het informatieaanbod die boodschappen
die zij kunnen gebruiken en het haalt daaruit eerder datgene wat hun eigen opvattingen en
gedrag ondersteunt dan onderuit haalt. Deze processen heten dan ook wel
selectieprocessen
Ook de boodschap kan centraal staan. Dit is kenmerkend voor de communicatie tussen
wetenschappers onderling. Boodschap in de vorm van een wetenschappelijk artikel, waar de
wetenschapper weer naar toe refereert (wel/niet eens) en hier weer een eigen
wetenschappelijk artikel van maakt.
Onderzoek in de media: publiekswetenschappen (boeken, radio, tv, kranten) gebruiken bevindingen
van wetenschappelijk onderzoek op verschillende manier, bv. in de vorm van nieuws.
Alledaagse kennis: vaak fragmentarisch en bevat tegenstrijdigheden
Sociaalwetenschappelijk onderzoek: verschaft systematische kennis en inzicht.
De onderzoeker als professional: onderzoekers worden gedreven door nieuwsgierigheid; ze willen
weten hoe de wereld in elkaar zit (wetenschappelijke attitude), maar ze worden ook gedreven door
geld en door erkenning voor hun deskundigheid. Wetenschap is een proces waarbij de
wetenschappelijk onderzoeker bij het bekendmaken van de resultaten andere leden v/d samenleving
(andere wetenschappers; grote publiek enz.) verzoekt de gevonden resultaten te controleren en aan
te vullen (zodat de waarde v/d gevonden resultaten wordt vergroot)
H2 Het onderzoeksplan
Leerdoelen
Aan het eind van dit hoofdstuk:
Ken je de onderdelen van een onderzoeksplan
Kun je de functie van het literatuuronderzoek beschrijven
Weet je dat de probleemstelling bestaat uit een vraagstelling en een doelstelling
Ken je het verschil in doelstelling tussen fundamenteel en praktijkgericht wetenschappelijk
onderzoek
Ken je het onderscheid tussen explorerende en toetsende doelstellingen
Weet je het verschil tussen beschrijvende en verklarende vraagstellingen en
voorspellingsvraagstellingen
Kun je de onderdelen van de onderzoeksopzet benoemen
Kun je verschillen benoemen tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek
Ken je de begrippen longitudinaal, retrospectief en prospectief onderzoek
Weet je vanuit welk perspectief medisch-ethische commissies onderzoek beoordelen
Onderzoeksplan = een systematisch geheel van methodische beslissingen, bestaande uit:
Waartoe dient het onderzoek? (welk doel staat de onderzoeker voor ogen?)
Voor wie is het onderzoek van belang?
Wat wil men precies weten
Hoe moet het onderzoek worden uitgevoerd?
Wie moeten worden onderzocht en wie moeten aan het onderzoek deelnemen?
Waar moet het onderzoek verricht gaan worden?
Wanneer of in welke periode vinden de verschijnselen plaats die het onderwerp van
onderzoek vormen
Voorbereidingen voor het opstellen van een onderzoeksplan
Litteratuuronderzoek: onderzoekers oriënteren zich op het vakgebied, voor zover zij dat nog niet
kennen. Dit doen ze door middel van literatuur; zij stellen zich zoveel mogelijk op de hoogte van wat er
bekend is over het onderwerp dat zij willen onderzoeken. Voorafgaande studies geven antwoord op de
vraag wie er al zijn onderzocht, met welk doe, hoe onderzoekers hun studies hebben uitgevoerd, wat
ze precies te weten wilden komen en wat de belangrijkste uitkomsten waren. Tegelijkertijd moeten de
, onderzoekers ook nagaan of de informatie betrouwbaar en relevant is en hoe de onderzoekers
(methodisch gezien) te werk zijn gegaan.
Daarnaast kan het nodig zijn te overleggen met opdrachtgevers, zo nodig het onderzoeksveld te
verkennen, meetinstrumenten te zoeken of te maken (bv. vragenlijsten) en wellicht een
vooronderzoek of proefonderzoek uit te voeren.
Probleemschets: onderzoekers schrijven een voorlopige oriëntatie op het vraagstuk dat ze willen
gaan onderzoeken op. Het helpt ze gedachten te ordenen en kunnen deze voorleggen aan
deskundigen om te kijken of ze op de goeie weg zijn. Het gaat hierbij om een probleem; iets dat moet
worden opgelost. Hierbij is het handig om aan te geven of het om een praktijkprobleem gaat of om een
kennisprobleem.
Achtergrondverhaal: hierin worden de ontwikkeling van een probleemschets en de aanloop naar een
probleem verwerkt.
De probleemstelling is opgebouwd uit twee onderdelen:
De doelstelling: waartoe wordt het onderzoek uitgevoerd en voor wie wordt het onderzoek
gedaan?
De vraagstelling: wat wil de onderzoeker weten? (geformuleerd in een hoofdvraag met
enkele deelvragen)
De doelstelling: waarom wordt het onderzoek gedaan? Wat beogen de onderzoekers ermee of wat
streven ze ermee na? Waarom willen zij antwoord geven op de vraagstelling van het onderzoek
Onderscheid in verschillende problemen:
Een kennisprobleem: er is een tekort aan kennis over een bepaald verschijnsel (het
onderzoek heet: ‘fundamenteel wetenschappelijk onderzoek’). Wetenschappelijke
relevantie: Onderzoekers beogen meer kennis en meer inzicht te verkrijgen om daarmee het
kennisprobleem te kunnen oplossen.
Een praktisch probleem (het onderzoek heet: ‘praktijk gericht wetenschappelijk onderzoek’).
Onderzoekers beogen gegevens aan te dragen die gebruikt kunnen worden bij het vinden en
uitproberen van praktische oplossingen voor deze problemen. Maatschappelijke relevantie:
deze oplossingen kunnen ook bruikbaar zijn voor andere groepen dan de direct aanwijsbare
betrokkenen.
Onderscheid in verschillend soort onderzoek:
Explorerend onderzoek: wordt gedaan als er nog maar weinig kennis aanwezig is
(fundamenteel onderzoek) of als er nog geen afdoende praktische oplossingen (praktijkgericht
onderzoek) bestaan voor een bepaald probleem.
Toetsend onderzoek wordt gedaan wanneer onderzoekers en/of opdrachtgevers voldoende
kennis en/of adequate oplossingen denken te hebben. Het is dan van belang om na te gaan of
die kloppen.
Bij de formulering van de doelstelling spelen diverse belanghebbenden een rol, denk aan:
opdrachtgevers, onderzoekers, organisaties, universiteiten, onderzoeksbureau, externe organisaties
(financier, toezichthouder).
H1 Introductie (blz. 15 t/m 36)
Leerdoelen
Aan het eind van dit hoofdstuk:
Kun je aangeven wat het onderwerp van onderzoek is
Kun je de relatie leggen tussen methodologie, wetenschapsfilosofie, methodeleer en
methoden en technieken
Weet je dat wetenschap een communicatieproces is tussen verschillende betrokkenen
Weet je het onderscheid tussen alledaagse en wetenschappelijke kennis
Herken je het verschillend gebruik van wetenschappelijke bevindingen in de media
Twee typen wetenschappelijk onderzoek:
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek: onderzoek met als doel een bijdrage te
leveren aan de wetenschappelijke kennis.
Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek: onderzoek dat als eerste doel de
ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van oplossingen voor praktijkproblemen die bestaan bij
aanwijsbare personen, groepen of organisaties
Sociale wetenschappen: gaat uit van de aanname dat mensen sociale wezens zijn; oftewel wezens
die altijd samenleven met andere mensen. Dit samenleven leidt tot verschijnselen die het onderwerp
vormen van sociaalwetenschappelijk onderzoek en theorievorming.
Sociaalwetenschappelijke disciplines (zoals: psychologie, sociologie) > verschillende methodes,
we onderscheiden binnen de sociale wetenschappen:
Gedragswetenschappen: houden zich bezig met het gedrag van menselijke individuen en
met factoren die dit gedrag beïnvloeden, zowel factoren in de mens zelf (waaronder
biologische oorzaken) als factoren in de menselijke omgeving (ook kinderen en hun
opvoeding valt hieronder)
Maatschappijwetenschappen: hebben samenlevingen en andere groeperingen tot
onderwerp van studie, met inbegrip v/d factoren die het functioneren van die groeperingen
beïnvloeden en de producten die zij opleveren.
Onderzoeksmethode
Methodeleer: het geheel van onderzoeksmethoden waarover de sociale wetenschappen
beschikken
Methodologie: de wetenschap van de sociaalwetenschappelijke methoden. Het is mogelijk
om wetenschappelijke uitspraken te doen over methoden.
Methoden: manieren van onderzoek doen (om verschijnselen op een systematische manier
te vertalen in wetenschappelijke gegevens die kunnen worden geanalyseerd)
Technieken: manieren om aan wetenschappelijke kennis te komen (denk aan: enquête,
steekproeven)
Wetenschap = een communicatieproces. Onderzoekers communiceren zowel binnen hun vakgebied
(disciplinair) als met collega’s uit andere vakgebieden (interdisciplinair), maar ook met een breder
publiek via de media.
Zender-boodschap-ontvanger-model: Wie zegt Wat tegen Wie, Hoe, met welk Effect, met welke
Terugkoppeling en in welke Context?
Communicatie is een tweerichtingsverkeer
De context van de maatschappij en de organisatie is heel belangrijk in de sociale
wetenschappen; het maakt heel wat uit of je publiceert in een totalitaire of democratische
samenleving
De ontvanger staat centraal: wat doet de ontvanger met de boodschap? 4 functies v/d
boodschap:
- Als bron van informatie
- Als vermaak
, - Als middel om de persoonlijke identiteit te versterken (onderzoekers reiken het publiek via
media waarden, normen en gedragsmodellen aan; hierbij kunnen ze de vraag stellen: ‘wie ben
ik & hoe wil ik zijn?’
- Als voertuig voor sociale integratie (thema’s die iedereen belangrijk vindt) en interactie
(gespreksstof)
Het publiek gaat selectief te werk: het selecteert uit het informatieaanbod die boodschappen
die zij kunnen gebruiken en het haalt daaruit eerder datgene wat hun eigen opvattingen en
gedrag ondersteunt dan onderuit haalt. Deze processen heten dan ook wel
selectieprocessen
Ook de boodschap kan centraal staan. Dit is kenmerkend voor de communicatie tussen
wetenschappers onderling. Boodschap in de vorm van een wetenschappelijk artikel, waar de
wetenschapper weer naar toe refereert (wel/niet eens) en hier weer een eigen
wetenschappelijk artikel van maakt.
Onderzoek in de media: publiekswetenschappen (boeken, radio, tv, kranten) gebruiken bevindingen
van wetenschappelijk onderzoek op verschillende manier, bv. in de vorm van nieuws.
Alledaagse kennis: vaak fragmentarisch en bevat tegenstrijdigheden
Sociaalwetenschappelijk onderzoek: verschaft systematische kennis en inzicht.
De onderzoeker als professional: onderzoekers worden gedreven door nieuwsgierigheid; ze willen
weten hoe de wereld in elkaar zit (wetenschappelijke attitude), maar ze worden ook gedreven door
geld en door erkenning voor hun deskundigheid. Wetenschap is een proces waarbij de
wetenschappelijk onderzoeker bij het bekendmaken van de resultaten andere leden v/d samenleving
(andere wetenschappers; grote publiek enz.) verzoekt de gevonden resultaten te controleren en aan
te vullen (zodat de waarde v/d gevonden resultaten wordt vergroot)
H2 Het onderzoeksplan
Leerdoelen
Aan het eind van dit hoofdstuk:
Ken je de onderdelen van een onderzoeksplan
Kun je de functie van het literatuuronderzoek beschrijven
Weet je dat de probleemstelling bestaat uit een vraagstelling en een doelstelling
Ken je het verschil in doelstelling tussen fundamenteel en praktijkgericht wetenschappelijk
onderzoek
Ken je het onderscheid tussen explorerende en toetsende doelstellingen
Weet je het verschil tussen beschrijvende en verklarende vraagstellingen en
voorspellingsvraagstellingen
Kun je de onderdelen van de onderzoeksopzet benoemen
Kun je verschillen benoemen tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek
Ken je de begrippen longitudinaal, retrospectief en prospectief onderzoek
Weet je vanuit welk perspectief medisch-ethische commissies onderzoek beoordelen
Onderzoeksplan = een systematisch geheel van methodische beslissingen, bestaande uit:
Waartoe dient het onderzoek? (welk doel staat de onderzoeker voor ogen?)
Voor wie is het onderzoek van belang?
Wat wil men precies weten
Hoe moet het onderzoek worden uitgevoerd?
Wie moeten worden onderzocht en wie moeten aan het onderzoek deelnemen?
Waar moet het onderzoek verricht gaan worden?
Wanneer of in welke periode vinden de verschijnselen plaats die het onderwerp van
onderzoek vormen
Voorbereidingen voor het opstellen van een onderzoeksplan
Litteratuuronderzoek: onderzoekers oriënteren zich op het vakgebied, voor zover zij dat nog niet
kennen. Dit doen ze door middel van literatuur; zij stellen zich zoveel mogelijk op de hoogte van wat er
bekend is over het onderwerp dat zij willen onderzoeken. Voorafgaande studies geven antwoord op de
vraag wie er al zijn onderzocht, met welk doe, hoe onderzoekers hun studies hebben uitgevoerd, wat
ze precies te weten wilden komen en wat de belangrijkste uitkomsten waren. Tegelijkertijd moeten de
, onderzoekers ook nagaan of de informatie betrouwbaar en relevant is en hoe de onderzoekers
(methodisch gezien) te werk zijn gegaan.
Daarnaast kan het nodig zijn te overleggen met opdrachtgevers, zo nodig het onderzoeksveld te
verkennen, meetinstrumenten te zoeken of te maken (bv. vragenlijsten) en wellicht een
vooronderzoek of proefonderzoek uit te voeren.
Probleemschets: onderzoekers schrijven een voorlopige oriëntatie op het vraagstuk dat ze willen
gaan onderzoeken op. Het helpt ze gedachten te ordenen en kunnen deze voorleggen aan
deskundigen om te kijken of ze op de goeie weg zijn. Het gaat hierbij om een probleem; iets dat moet
worden opgelost. Hierbij is het handig om aan te geven of het om een praktijkprobleem gaat of om een
kennisprobleem.
Achtergrondverhaal: hierin worden de ontwikkeling van een probleemschets en de aanloop naar een
probleem verwerkt.
De probleemstelling is opgebouwd uit twee onderdelen:
De doelstelling: waartoe wordt het onderzoek uitgevoerd en voor wie wordt het onderzoek
gedaan?
De vraagstelling: wat wil de onderzoeker weten? (geformuleerd in een hoofdvraag met
enkele deelvragen)
De doelstelling: waarom wordt het onderzoek gedaan? Wat beogen de onderzoekers ermee of wat
streven ze ermee na? Waarom willen zij antwoord geven op de vraagstelling van het onderzoek
Onderscheid in verschillende problemen:
Een kennisprobleem: er is een tekort aan kennis over een bepaald verschijnsel (het
onderzoek heet: ‘fundamenteel wetenschappelijk onderzoek’). Wetenschappelijke
relevantie: Onderzoekers beogen meer kennis en meer inzicht te verkrijgen om daarmee het
kennisprobleem te kunnen oplossen.
Een praktisch probleem (het onderzoek heet: ‘praktijk gericht wetenschappelijk onderzoek’).
Onderzoekers beogen gegevens aan te dragen die gebruikt kunnen worden bij het vinden en
uitproberen van praktische oplossingen voor deze problemen. Maatschappelijke relevantie:
deze oplossingen kunnen ook bruikbaar zijn voor andere groepen dan de direct aanwijsbare
betrokkenen.
Onderscheid in verschillend soort onderzoek:
Explorerend onderzoek: wordt gedaan als er nog maar weinig kennis aanwezig is
(fundamenteel onderzoek) of als er nog geen afdoende praktische oplossingen (praktijkgericht
onderzoek) bestaan voor een bepaald probleem.
Toetsend onderzoek wordt gedaan wanneer onderzoekers en/of opdrachtgevers voldoende
kennis en/of adequate oplossingen denken te hebben. Het is dan van belang om na te gaan of
die kloppen.
Bij de formulering van de doelstelling spelen diverse belanghebbenden een rol, denk aan:
opdrachtgevers, onderzoekers, organisaties, universiteiten, onderzoeksbureau, externe organisaties
(financier, toezichthouder).