Medische kennis sem 2, p 2
HC 1 De algemene veroudering
Ouder worden is niet hetzelfde als veroudering
• Gerontologie (bestudeert het ouder worden)
- biologische gerontologie
- biomedische gerontologie
- sociale gerontologie
- psychogerontologie
• Geriatrie (medisch specialisme) (iatros = arts)
- (Psycho-)geriatrische patiënt
Geron = oudere
Wie zijn ouderen:
- Senioren (58 – 82 jaar)
- Bejaarden (83 jaar en ouder)
Verouderingsproces
- Lichamelijke veranderingen
- Psychische veranderingen
- Sociale veranderingen
3 fysiologische levensfasen
- Conceptie – 20 jaar: groei en ontwikkeling
- 20-29 jaar: geen verandering
- >30 jaar: afname kwaliteit van het organisme
Gezondheidsproblemen en veroudering
- geven klachten minder goed aan, minder diagnostiek
- Herstel vaak trager
- Verhoogde kans op complicaties
- Normale verschijnselen van veroudering en herkennen van symptomen
- Kwaliteit van leven staat voorop
- Als ouderen ziek zijn gaan we na of we ze nog gaan behandelen, heeft het nog zin
Levensverwachting:
We worden ongeveer 80
Er is een dubbele vergrijzing, er zijn meer ouderen die ook ouder worden
Regel voor levensverwachting”
- 60 jaar: 18 goede jaren
- 70: 12 goede jaren
- 80 jaar: nog 6 goede jaren
Kenmerken van de oudere patiënt
• Leeftijd (biologische leeftijd/echte leeftijd) (leeftijd doet er niet echt toe)
• Complexe patiënt
• Kwetsbaarheid
– fysiologische reserves ↓+ compensaties↓
• Multimorbiditeit (≥ bijkomende ziekten)
• Geriatrische syndromen
,• Polyfarmacie (meerdere medicijnen)
• Apart aandacht: bewegen en vallen
• Apart aandacht: zintuigen + communicatie
• Apart aandacht: Advanced care planning, kwaliteit leven
• Apart aandacht: Functioneren
• Hoge zorgbehoefte
Voor alle geldt de ene heeft alles en de andere heeft nergens problemen
Fraility = kwetsbaarheid
“Een toestand van leeftijd-gerelateerde fysiologische kwetsbaarheid die voortkomt uit verstoorde
homeostatische reserves en een verminderd vermogen om weerstand te bieden aan belasting”
Fried et al. 2001: Criteria voor kwetsbaarheid:
1. Gewichtsverlies
2. Uitputting
3. Lichamelijke inactiviteit
4. Loopsnelheid
5. Handknijpkracht
Gevolgen Frailty/kwetsbaarheid:
vallen, lichamelijke achteruitgang, opnames, afname kwaliteit leven, sterfte
meetinstrument kwetsbaarheid
De Groningen Frailty Indicator (GFI)
Selectie-instrument om ouderen te selecteren voor interventies.
Meet met 15 items 4 domeinen van functioneren:
- lichamelijk
- cognitief
- sociaal
- psychologisch
Score van 4 of hoger = frail
Multimorbiditeit = ≥ 2 bijkomende ziekten
Geriatrische syndromen (syndroom = meerder oorzaken voor het ontstaan tot een beeld)
- Dementie
- Depressie
- Delier
- Duizeligheid
- Incontinentie
- Decubitus
- Mobiliteit
- Vallen (vb. slecht zien, slecht horen, slechte spieren, slecht geheugen, veel medicatie)
- Enzovoort
Dementie
• Neurodegeneratieve ziekte (psycho-organische stoornis)
• Kenmerken: cognitieve achteruitgang bij een helder bewustzijn (i.t.t. delier: verminderd
bewustzijn).
• Problemen met o.a. het geheugen, oriëntatie en plannen
Dementie is een verzamelbegrip, Belangrijkste vormen:
, • Ziekte van Alzheimer (60-70%)
• Vasculaire dementie (15%)
• Combinaties van beide
• Ziekte van Pick / Frontotemporale dementie
• Lewy body dementie
• De ziekte van Parkinson
• Het Korsakov-syndroom
• Ziekte van Creutzfeldt-Jakob
Wat zie je in de psychogeriatrie
• Denk hierbij aan de volgende mensen:
- Depressie
- Delier
- Angststoornissen
- Persoonlijkheidsstoornissen, persoonlijkheidsverandering
- Dementie en andere cognitieve stoornissen
- Veranderd gedrag
Polyfarmacie =
- ≥ 2 medicijnen gebruiken (theorie)
- ≥ 5 medicijnen gebruiken (praktijk)
Veroudering theorieën
- Biologische theorieën
- Ontwikkelingstheorieën
Geprogrammeerde levensduur (dood is geprogameerd)
- Degeneratieve theorieën
Degeneratietheorieën
Vrije zuurstofradicalentheorieen (bij de verbranding komen er radicalen vrij die zich
uiteindelijk op hopen wat dingen kapot kan maken)
o Ontstaan als bijproduct v/d energievoorziening van alle lichaamscellen (in de
mitochondriën)
o Kunnen DNA, eiwitten en vetten beschadigen.
o Het DNA kan worden gerepareerd, de schade aan eiwitten en vetten is
cumulatief en zorgt voor functieachteruitgang van (alle) weefsels
Slijtagetheorie (als je het veel gebruikt gaat het kapot)
o Essentiele weefsels raken defect
o Essentiele orgaanonderdelen raken defect
o De functies van de organen gaat achteruit
Instabiliteit erfelijk materiaal
o DNA kan beschadigd raken door chemische en fysische processen.
o Zo’n beschadiging heet een mutatie en is meestal nadelig.
o Hoe langer je leeft, hoe meer mutaties je oploopt.
o Mutaties in delende cellen (stamcellen) geven hun mutaties door aan de
dochtercellen.
o Een lichaamscel die niet meer deelt, sterft na een mutatie doorgaans vanzelf
(apoptose).
Exogeen (Meest bekende is straling van de zon)
o Collagene vezels (stevigheid) en elastische vezels (veerkracht) worden verzwakt.
o Proteoglycanen (houden water vast) nemen ook versneld af.
o Kans huidkanker neemt toe door mutaties in delende epitheelcellen.
, o Uv-straling gaat niet dieper dan de huid… Röntgen- en gammastraling wel, ook
interne organen lopen gevaar
- Psychische (emotionele) theorieën
- Sociale theorieën
Onderzoek algemeen overzicht
- Lichamelijke problemen
- Psychische problemen
- Sociale problemen
- Existentiële en religieuze vragen
- Extra aandacht voor:
Mobiliteit en vallen
Communicatie en zintuigen
Geheugenfunkties
- FUNKTIONEEL ONDERZOEK (ADL/IADL)
- Kwaliteit van leven
Gevolgen
- Afname v/d functionaliteit (ADL/IADL)
- Afname kwaliteit van leven
- Complicaties van chronische ziekten
- Verminderde therapie trouw
- Verminderd sociaal netwerk
- Existentiële vragen
- Sterfte
- Toenemende zorgbehoefte
- Verhoogde ziekenhuisopnamen
Gevolg geriatrische neerwaartse spiraal
Behandelingsmogelijkheden
- Behoud van zelfstandigheid, kwaliteit
- Liefst in de eigen omgeving
- Mantelzorg (familie)
- Multidisciplinair team(thuis / VPH / ZH)
- Dagbehandelingsmogelijkheden
- Behandeling in het verpleeghuis
- Stel een behandelplan en een zorgplan op
- Advanced care planning (wat wel en wat niet meer) (wat wil de oudere nog, wat is zinvol en
wat niet)
- Veiligheidsmaatregelen
Specifieke kwetsbaarheidsindicatoren voor opname in een zorginstelling
- Gewichtsverlies
- Cognitieve beperkingen / achteruitgang
- Incontinentie
- Relevante depressieve symptomen
- Lichamelijke inactiviteit
Zorg aanpassen aan de ouderen
- Gericht op kwaliteit van leven
- Zelfredzaamheid en zelfstandigheid
- Tempo aanpassen, bejegening aanpassen
HC 1 De algemene veroudering
Ouder worden is niet hetzelfde als veroudering
• Gerontologie (bestudeert het ouder worden)
- biologische gerontologie
- biomedische gerontologie
- sociale gerontologie
- psychogerontologie
• Geriatrie (medisch specialisme) (iatros = arts)
- (Psycho-)geriatrische patiënt
Geron = oudere
Wie zijn ouderen:
- Senioren (58 – 82 jaar)
- Bejaarden (83 jaar en ouder)
Verouderingsproces
- Lichamelijke veranderingen
- Psychische veranderingen
- Sociale veranderingen
3 fysiologische levensfasen
- Conceptie – 20 jaar: groei en ontwikkeling
- 20-29 jaar: geen verandering
- >30 jaar: afname kwaliteit van het organisme
Gezondheidsproblemen en veroudering
- geven klachten minder goed aan, minder diagnostiek
- Herstel vaak trager
- Verhoogde kans op complicaties
- Normale verschijnselen van veroudering en herkennen van symptomen
- Kwaliteit van leven staat voorop
- Als ouderen ziek zijn gaan we na of we ze nog gaan behandelen, heeft het nog zin
Levensverwachting:
We worden ongeveer 80
Er is een dubbele vergrijzing, er zijn meer ouderen die ook ouder worden
Regel voor levensverwachting”
- 60 jaar: 18 goede jaren
- 70: 12 goede jaren
- 80 jaar: nog 6 goede jaren
Kenmerken van de oudere patiënt
• Leeftijd (biologische leeftijd/echte leeftijd) (leeftijd doet er niet echt toe)
• Complexe patiënt
• Kwetsbaarheid
– fysiologische reserves ↓+ compensaties↓
• Multimorbiditeit (≥ bijkomende ziekten)
• Geriatrische syndromen
,• Polyfarmacie (meerdere medicijnen)
• Apart aandacht: bewegen en vallen
• Apart aandacht: zintuigen + communicatie
• Apart aandacht: Advanced care planning, kwaliteit leven
• Apart aandacht: Functioneren
• Hoge zorgbehoefte
Voor alle geldt de ene heeft alles en de andere heeft nergens problemen
Fraility = kwetsbaarheid
“Een toestand van leeftijd-gerelateerde fysiologische kwetsbaarheid die voortkomt uit verstoorde
homeostatische reserves en een verminderd vermogen om weerstand te bieden aan belasting”
Fried et al. 2001: Criteria voor kwetsbaarheid:
1. Gewichtsverlies
2. Uitputting
3. Lichamelijke inactiviteit
4. Loopsnelheid
5. Handknijpkracht
Gevolgen Frailty/kwetsbaarheid:
vallen, lichamelijke achteruitgang, opnames, afname kwaliteit leven, sterfte
meetinstrument kwetsbaarheid
De Groningen Frailty Indicator (GFI)
Selectie-instrument om ouderen te selecteren voor interventies.
Meet met 15 items 4 domeinen van functioneren:
- lichamelijk
- cognitief
- sociaal
- psychologisch
Score van 4 of hoger = frail
Multimorbiditeit = ≥ 2 bijkomende ziekten
Geriatrische syndromen (syndroom = meerder oorzaken voor het ontstaan tot een beeld)
- Dementie
- Depressie
- Delier
- Duizeligheid
- Incontinentie
- Decubitus
- Mobiliteit
- Vallen (vb. slecht zien, slecht horen, slechte spieren, slecht geheugen, veel medicatie)
- Enzovoort
Dementie
• Neurodegeneratieve ziekte (psycho-organische stoornis)
• Kenmerken: cognitieve achteruitgang bij een helder bewustzijn (i.t.t. delier: verminderd
bewustzijn).
• Problemen met o.a. het geheugen, oriëntatie en plannen
Dementie is een verzamelbegrip, Belangrijkste vormen:
, • Ziekte van Alzheimer (60-70%)
• Vasculaire dementie (15%)
• Combinaties van beide
• Ziekte van Pick / Frontotemporale dementie
• Lewy body dementie
• De ziekte van Parkinson
• Het Korsakov-syndroom
• Ziekte van Creutzfeldt-Jakob
Wat zie je in de psychogeriatrie
• Denk hierbij aan de volgende mensen:
- Depressie
- Delier
- Angststoornissen
- Persoonlijkheidsstoornissen, persoonlijkheidsverandering
- Dementie en andere cognitieve stoornissen
- Veranderd gedrag
Polyfarmacie =
- ≥ 2 medicijnen gebruiken (theorie)
- ≥ 5 medicijnen gebruiken (praktijk)
Veroudering theorieën
- Biologische theorieën
- Ontwikkelingstheorieën
Geprogrammeerde levensduur (dood is geprogameerd)
- Degeneratieve theorieën
Degeneratietheorieën
Vrije zuurstofradicalentheorieen (bij de verbranding komen er radicalen vrij die zich
uiteindelijk op hopen wat dingen kapot kan maken)
o Ontstaan als bijproduct v/d energievoorziening van alle lichaamscellen (in de
mitochondriën)
o Kunnen DNA, eiwitten en vetten beschadigen.
o Het DNA kan worden gerepareerd, de schade aan eiwitten en vetten is
cumulatief en zorgt voor functieachteruitgang van (alle) weefsels
Slijtagetheorie (als je het veel gebruikt gaat het kapot)
o Essentiele weefsels raken defect
o Essentiele orgaanonderdelen raken defect
o De functies van de organen gaat achteruit
Instabiliteit erfelijk materiaal
o DNA kan beschadigd raken door chemische en fysische processen.
o Zo’n beschadiging heet een mutatie en is meestal nadelig.
o Hoe langer je leeft, hoe meer mutaties je oploopt.
o Mutaties in delende cellen (stamcellen) geven hun mutaties door aan de
dochtercellen.
o Een lichaamscel die niet meer deelt, sterft na een mutatie doorgaans vanzelf
(apoptose).
Exogeen (Meest bekende is straling van de zon)
o Collagene vezels (stevigheid) en elastische vezels (veerkracht) worden verzwakt.
o Proteoglycanen (houden water vast) nemen ook versneld af.
o Kans huidkanker neemt toe door mutaties in delende epitheelcellen.
, o Uv-straling gaat niet dieper dan de huid… Röntgen- en gammastraling wel, ook
interne organen lopen gevaar
- Psychische (emotionele) theorieën
- Sociale theorieën
Onderzoek algemeen overzicht
- Lichamelijke problemen
- Psychische problemen
- Sociale problemen
- Existentiële en religieuze vragen
- Extra aandacht voor:
Mobiliteit en vallen
Communicatie en zintuigen
Geheugenfunkties
- FUNKTIONEEL ONDERZOEK (ADL/IADL)
- Kwaliteit van leven
Gevolgen
- Afname v/d functionaliteit (ADL/IADL)
- Afname kwaliteit van leven
- Complicaties van chronische ziekten
- Verminderde therapie trouw
- Verminderd sociaal netwerk
- Existentiële vragen
- Sterfte
- Toenemende zorgbehoefte
- Verhoogde ziekenhuisopnamen
Gevolg geriatrische neerwaartse spiraal
Behandelingsmogelijkheden
- Behoud van zelfstandigheid, kwaliteit
- Liefst in de eigen omgeving
- Mantelzorg (familie)
- Multidisciplinair team(thuis / VPH / ZH)
- Dagbehandelingsmogelijkheden
- Behandeling in het verpleeghuis
- Stel een behandelplan en een zorgplan op
- Advanced care planning (wat wel en wat niet meer) (wat wil de oudere nog, wat is zinvol en
wat niet)
- Veiligheidsmaatregelen
Specifieke kwetsbaarheidsindicatoren voor opname in een zorginstelling
- Gewichtsverlies
- Cognitieve beperkingen / achteruitgang
- Incontinentie
- Relevante depressieve symptomen
- Lichamelijke inactiviteit
Zorg aanpassen aan de ouderen
- Gericht op kwaliteit van leven
- Zelfredzaamheid en zelfstandigheid
- Tempo aanpassen, bejegening aanpassen