Studieopdrachten week 7
Opdracht 1: Vormen van rechtvaardigheid
In hoofdstuk 5, par. 3 van Achtergronden worden verschillende vormen van rechtvaardigheid
onderscheiden.
Vraag 1
Wat wordt bedoeld met verdelende en vereffenende rechtvaardigheid? Geef van
elke rechtvaardigheidsvorm een voorbeeld.
- Verdelende rechtvaardigheid is een vorm waarbij de rechtvaardigheid is ingesteld op
het verdelen van alles wat er te verdelen valt over een bepaalde gemeenschap. Er is
sprake van onpartijdigheid en het gelijke dient gelijk te worden gehandeld en voor het
ongelijke vice versa. Een voorbeeld hiervan is belasting betalen. Of sociale
voorzieningen (uitkering).
- Vereffende rechtvaardigheid is een vorm waarbij rechtvaardigheid is ingesteld met het
doel dat alles wat niet te verdelen valt wordt geruild of verhandeld door individuen
(onderling) die op min of meer gelijke voet staan. Dit hoeft niet positieve
rechtvaardigheid te zijn. Een voorbeeld is dan ook bijv. diefstal.
Vraag 2
Welke vormen van vereffenende rechtvaardigheid acht de auteur van
Achtergronden van bijzonder belang voor, respectievelijk, het
overeenkomstenrecht en het aansprakelijkheidsrecht? Leg je antwoord uit.
- De ruilrechtvaardigheid: heeft betrekking op gevalleen waarin individuen goederen en
diensten ruilen of (ver)kopen. De individuen sluiten dus een overeenkomst als ze
onderling iets ruilen of verkopen. Het domein van de ruilrechtvaardigheid is dat van de
vrije markt en deze wordt geordend door het overeenkomstenrecht.
- De compenserende rechtvaardigheid: heeft betrekking op gevallen waarin individuen
schade ondervinden als gevolg van verwijtbaar onrechtmatig handelen van anderen.
Deze rechtvaardigheid is pas gecompenseerd als degene door wiens schuld (de
aansprakelijke) de schade is veroorzaakt een vergoeding betaalt aan degene die de
schade heeft geleden.
Opdracht 2: Krell v. Henry
Krell v. Henry (1903) is een beroemde zaak waarin het Engelse Court of Appeal werd
geconfronteerd met een moeilijk probleem van overeenkomstenrecht. C.S. Henry, de
gedaagde, sloot op 20 juni 1902 een tijdelijke huurovereenkomst met Paul Krell, de eiser in de
zaak. Vanuit Krells appartement, zo dacht Henry, zou hij een prachtig uitzicht hebben op de
processie die vooraf zou gaan aan de kroning van Edward VII, gepland op 26 en 27 juni. De
partijen kwamen een prijs overeen van £75 – destijds een godsvermogen – zonder daarbij de
koninklijke processie expliciet te noemen. Henry betaalde Krell alvast £25 vooruit.
Enkele dagen later werd de koning ziek en werd de kroning uitgesteld. Henry weigerde de
resterende £50 aan Krell te voldoen. Als tegeneis bracht Henry in dat juist Krell nog diende te
betalen: nu de kroning niet doorging eiste hij van Krell de vooruitbetaalde £25 terug.
Opdracht 1: Vormen van rechtvaardigheid
In hoofdstuk 5, par. 3 van Achtergronden worden verschillende vormen van rechtvaardigheid
onderscheiden.
Vraag 1
Wat wordt bedoeld met verdelende en vereffenende rechtvaardigheid? Geef van
elke rechtvaardigheidsvorm een voorbeeld.
- Verdelende rechtvaardigheid is een vorm waarbij de rechtvaardigheid is ingesteld op
het verdelen van alles wat er te verdelen valt over een bepaalde gemeenschap. Er is
sprake van onpartijdigheid en het gelijke dient gelijk te worden gehandeld en voor het
ongelijke vice versa. Een voorbeeld hiervan is belasting betalen. Of sociale
voorzieningen (uitkering).
- Vereffende rechtvaardigheid is een vorm waarbij rechtvaardigheid is ingesteld met het
doel dat alles wat niet te verdelen valt wordt geruild of verhandeld door individuen
(onderling) die op min of meer gelijke voet staan. Dit hoeft niet positieve
rechtvaardigheid te zijn. Een voorbeeld is dan ook bijv. diefstal.
Vraag 2
Welke vormen van vereffenende rechtvaardigheid acht de auteur van
Achtergronden van bijzonder belang voor, respectievelijk, het
overeenkomstenrecht en het aansprakelijkheidsrecht? Leg je antwoord uit.
- De ruilrechtvaardigheid: heeft betrekking op gevalleen waarin individuen goederen en
diensten ruilen of (ver)kopen. De individuen sluiten dus een overeenkomst als ze
onderling iets ruilen of verkopen. Het domein van de ruilrechtvaardigheid is dat van de
vrije markt en deze wordt geordend door het overeenkomstenrecht.
- De compenserende rechtvaardigheid: heeft betrekking op gevallen waarin individuen
schade ondervinden als gevolg van verwijtbaar onrechtmatig handelen van anderen.
Deze rechtvaardigheid is pas gecompenseerd als degene door wiens schuld (de
aansprakelijke) de schade is veroorzaakt een vergoeding betaalt aan degene die de
schade heeft geleden.
Opdracht 2: Krell v. Henry
Krell v. Henry (1903) is een beroemde zaak waarin het Engelse Court of Appeal werd
geconfronteerd met een moeilijk probleem van overeenkomstenrecht. C.S. Henry, de
gedaagde, sloot op 20 juni 1902 een tijdelijke huurovereenkomst met Paul Krell, de eiser in de
zaak. Vanuit Krells appartement, zo dacht Henry, zou hij een prachtig uitzicht hebben op de
processie die vooraf zou gaan aan de kroning van Edward VII, gepland op 26 en 27 juni. De
partijen kwamen een prijs overeen van £75 – destijds een godsvermogen – zonder daarbij de
koninklijke processie expliciet te noemen. Henry betaalde Krell alvast £25 vooruit.
Enkele dagen later werd de koning ziek en werd de kroning uitgesteld. Henry weigerde de
resterende £50 aan Krell te voldoen. Als tegeneis bracht Henry in dat juist Krell nog diende te
betalen: nu de kroning niet doorging eiste hij van Krell de vooruitbetaalde £25 terug.