Samenvatting bedrijfseconomie
Financiële zelfredzaamheid 4 t/m 7
4. hypotheken
Lineaire hypotheek
Je lost elke maand een vast bedrag af. Naast de aflossing betaal je ook elke maand rente. Deze rente
word elke maand minder. Hierdoor heb je ook minder renteaftrek voor de belasting. Het bedrag
bestaat dus uit elke maand een vast bedrag aan aflossing + de rente. De totale lasten nemen
geleidelijk af.
Annuïteitenhypotheek
Je betaalt iedere maand hetzelfde brutobedrag. Het bedrag bestaat uit een rente en aflossingsdeel.
In het begin is het rentedeel groot en het aflossingsdeel klein. Dit veranderd over de tijd.
Verschil annuïtaire en lineaire hypotheek
annuïtair lineair
maandlasten Blijven gelijk Nemen af
bedrag Elke maand vast Verschilt per maand
verhouding Eerst: rente deel groot en Elke maand vast bedrag aan
aflossing klein aflossing. Rente veranderd
Later: rente deel klein en naarmate aflossingsschuld
aflossing groot. kleiner wordt.
Het afl ossingsplan
Bij een annuïteiten of lineaire lening is er meestal sprake van enkelvoudige intrest. Je betaald intrest
(rente) over het schuldbedrag. Per maand neemt het schuldbedrag af en dus ook de hoeveelheid
intrest die je moet betalen. Een aflossingsplan geeft een overzicht van je schuld.
, 5. sparen
Eindwaarde bij samengestelde intrest (SI)
Formule SI) Kn = Ko x (1+ p : 100) n (n moet in de macht)
In woorden) eindwaarde = beginwaarde x ( 1+ intrestpercentage : 100) aantal periode
Voorbeeld: Kn = 5000 x (1 + 19 : 100) 5
Kn = 5000 x 1,19 m5
Kn = 11931,77
Contante waarde bij samengestelde intrest
Stel: je zet nu een bedrag op je spaarrekening waar je rente over ontvangt en je wilt over 10 jaar
15000 euro hebben. Welk bedrag je dan nu op je rekening moet zetten?
Formule) Ko = Kn : (1 + p : 100) n (n moet in de macht)
In woorden) beginwaarde = eindwaarde : (1 + intrestpercentage : 100) aantal periode
Voorbeeld) Ko = 15000 : (1 + 19 : 100) 10
Ko = 15000 : 1,19 m10
Ko = 2634,04
Verplicht sparen bij een pensioenfonds
Verplicht sparen doen alle werknemers via een pensioenfonds. Werkgevers betalen de premie voor
het pensioen voor hun werknemers. Als de werknemer op de pensioenleeftijd is aangekomen, krijgt
hij pensioen. Er is sprake van een kapitaaldekkingsstelsel. De werkende betalen premie zodat ze later
pensioen ontvangen.
Met een dekkingsgraad bereken je of een pensioenfonds is staat is om het pensioen te betalen.
Dekkingsgraad = (bezittingen : contante waarde verplichtingen) x 100
Vrijwillig sparen
Naast verplicht sparen kun je ook vrijwillig sparen. Die doe je via een spaarrekening. De
vermogensgroei gaat via een spaarrekening heel langzaam omdat je weinig tot geen rente ontvangt.
Er zijn direct en niet direct opneembare spaartegoeden. Direct opneembare spaartegoeden zijn te
herkennen aan: variabele rente, de spaarrekening die je kunt beheren via internet, ook kun je
inleggen en opnemen zonder kosten. Niet direct opneembare spaartegoeden zijn te herkennen aan:
hogere rente, het geld staat vast voor een bepaalde looptijd, eenmalige inleg, bij tussentijds storten
moet je betalen of een boete betalen.
Direct opneembaar Niet direct opneembaar
Rente Variabele rente Hoge rente
Opnemen Kan altijd Kan maar tegen een bepaald
bedrag of een boete
Inleggen Kan altijd Eenmalig
Overig Kan je beheren via internet Geld staat vast voor een
bepaalde periode
Financiële zelfredzaamheid 4 t/m 7
4. hypotheken
Lineaire hypotheek
Je lost elke maand een vast bedrag af. Naast de aflossing betaal je ook elke maand rente. Deze rente
word elke maand minder. Hierdoor heb je ook minder renteaftrek voor de belasting. Het bedrag
bestaat dus uit elke maand een vast bedrag aan aflossing + de rente. De totale lasten nemen
geleidelijk af.
Annuïteitenhypotheek
Je betaalt iedere maand hetzelfde brutobedrag. Het bedrag bestaat uit een rente en aflossingsdeel.
In het begin is het rentedeel groot en het aflossingsdeel klein. Dit veranderd over de tijd.
Verschil annuïtaire en lineaire hypotheek
annuïtair lineair
maandlasten Blijven gelijk Nemen af
bedrag Elke maand vast Verschilt per maand
verhouding Eerst: rente deel groot en Elke maand vast bedrag aan
aflossing klein aflossing. Rente veranderd
Later: rente deel klein en naarmate aflossingsschuld
aflossing groot. kleiner wordt.
Het afl ossingsplan
Bij een annuïteiten of lineaire lening is er meestal sprake van enkelvoudige intrest. Je betaald intrest
(rente) over het schuldbedrag. Per maand neemt het schuldbedrag af en dus ook de hoeveelheid
intrest die je moet betalen. Een aflossingsplan geeft een overzicht van je schuld.
, 5. sparen
Eindwaarde bij samengestelde intrest (SI)
Formule SI) Kn = Ko x (1+ p : 100) n (n moet in de macht)
In woorden) eindwaarde = beginwaarde x ( 1+ intrestpercentage : 100) aantal periode
Voorbeeld: Kn = 5000 x (1 + 19 : 100) 5
Kn = 5000 x 1,19 m5
Kn = 11931,77
Contante waarde bij samengestelde intrest
Stel: je zet nu een bedrag op je spaarrekening waar je rente over ontvangt en je wilt over 10 jaar
15000 euro hebben. Welk bedrag je dan nu op je rekening moet zetten?
Formule) Ko = Kn : (1 + p : 100) n (n moet in de macht)
In woorden) beginwaarde = eindwaarde : (1 + intrestpercentage : 100) aantal periode
Voorbeeld) Ko = 15000 : (1 + 19 : 100) 10
Ko = 15000 : 1,19 m10
Ko = 2634,04
Verplicht sparen bij een pensioenfonds
Verplicht sparen doen alle werknemers via een pensioenfonds. Werkgevers betalen de premie voor
het pensioen voor hun werknemers. Als de werknemer op de pensioenleeftijd is aangekomen, krijgt
hij pensioen. Er is sprake van een kapitaaldekkingsstelsel. De werkende betalen premie zodat ze later
pensioen ontvangen.
Met een dekkingsgraad bereken je of een pensioenfonds is staat is om het pensioen te betalen.
Dekkingsgraad = (bezittingen : contante waarde verplichtingen) x 100
Vrijwillig sparen
Naast verplicht sparen kun je ook vrijwillig sparen. Die doe je via een spaarrekening. De
vermogensgroei gaat via een spaarrekening heel langzaam omdat je weinig tot geen rente ontvangt.
Er zijn direct en niet direct opneembare spaartegoeden. Direct opneembare spaartegoeden zijn te
herkennen aan: variabele rente, de spaarrekening die je kunt beheren via internet, ook kun je
inleggen en opnemen zonder kosten. Niet direct opneembare spaartegoeden zijn te herkennen aan:
hogere rente, het geld staat vast voor een bepaalde looptijd, eenmalige inleg, bij tussentijds storten
moet je betalen of een boete betalen.
Direct opneembaar Niet direct opneembaar
Rente Variabele rente Hoge rente
Opnemen Kan altijd Kan maar tegen een bepaald
bedrag of een boete
Inleggen Kan altijd Eenmalig
Overig Kan je beheren via internet Geld staat vast voor een
bepaalde periode