BPOP samenvatting
Hoofdstuk 1 – historische context
Psychische stoornis:
- = psychologische disfunctionaliteit geassocieerd met leed op beperkt functioneren
- Vertoning atypisch gedrag
- Fobie = angst object/situatie
- Kenmerken psychische stoornis:
o Psychische disfunctionaliteit
o Beperking
o Atypisch
- Wakefield: definitie >>> schadelijk disfunctioneren
- Definitie DSM-5: disfuncties van het gedrag, psychologische disfuncties of biologische
disfuncties. Onverwacht in culturele context en geassocieerd met lijden en
beperkingen in functioneren + toenamen kans overlijden
Psychopathologie = wetenschappelijke studie naar psychische stoornissen
- Scientist practioners = professionals met wetenschappelijke invalshoek klinische
werkveld
o Op de hoogte ontwikkelingen
o Eigen werk evalueren
o Meelopen nieuw onderzoek
Klinische beschrijving = unieke combinatie gedragingen, gedachten en gevoelens die leiden
tot specifieke stoornis:
- Presenting problem = klachten aangeven die patiënt in eerste instantie had
- Prevalentie = hoe vaak komt het voor binnen bepaalde populatie
- Incidentie = aantal nieuwe gevallen binnen bepaalde periode
- Seks ratio = percentage mannen en vrouwen
- Verschil stoornissen
o Patroon: verloop
Chronisch
Individueel
Episodisch
Tijd-gelimiteerd
o Aanvang:
Acuut
Geleidelijk
o Prognose: hoe de stoornis verloopt
Etiologie: oorsprong stoornissen >>> onderliggende oorzaken
Historie:
- Toegewezen aan bovennatuurlijke krachten
o Exorcisme
- Later gezien als iets wat te genezen was met rust en vrolijke omgeving
- Oorzaken: lot, massa hysterie, stand maan en sterren
- Emotionele besmetting = 34varing van een emotie breidt uit naar mensen in
omgeving
, - Gedeelde reactie = mob psychology
- Paracelsus: theorie bewegingen maan en sterren
Tegenover bovennatuurlijke traditie:
- Hippocrates oorzaken: hersenen, hoofdtrauma, erfelijkheid
o Brein centrum wijsheid, emoties
o Psychische stoornissen behandeld als elke andere ziekte
- Galen biologische verklaring.
- Hippocrates – Galen benadering: functioneren brein afhankelijk van 4
lichaamssappen:
o Bloed
o Zwart gal milt
o Slijm hersenen
o Gele gal lever
- Elke vloeistof lichaam is aanduiding Griekse basiskwaliteit:
o Hitte
o Vocht
o Droogte
o Kou
- Balans houden tussen vloeistoffen en dus kwaliteiten
o Aderlating
o Overgeven
- Hippocrates: het woord hysterie >>> geen fysieke oorzaak
- 19e eeuw nieuwe ideeën bio verklaring
o Geneesmiddel syfilis >>> gedachte alle psychische stoornissen kan genezen
- P. Grey: elke psychische stoornis een fysieke oorzaak >>> omstandigheden in
ziekenhuizen verbeterd
- 20e eeuw:
o ECT: shock
Benjamin Frenklin
o Effectievere medicijnen zoals kalmeringsmiddelen
o Emil Kraeplin: grondlegger moderne psychiatrie
Als eerste onderscheid verschillende psycho stoornissen
Psychosociale benadering:
- Morele therapie
o Pinel en Pussin
- Dorothea Dix: pleitte omgooien systeem
o Mental hygiene movement
- Einde morele therapie midden 19e eeuw: men dacht dat psycho stoornissen
ongeneeselijk waren
- In 20e eeuw nieuwe theorieën genezing
Psychoanalyse:
- Onbewuste
- Breuer, Freud >>> hypnose
- Herleven en vertellen trauma’s >>> verlichting
o = catharsis
, - Psychoanalytische theorie Freud:
o Structuur geest: id ego superego
o Verdedigingsmechanismen: zorgt dat ego juist handelt
Ontkenning, verplaatsing, projectie
Reactie formatie = onacceptabel gedrag, gevoel, gedachte vervangen
door tegenovergestelde
Repressie: onderdrukking wensen onderbewuste
Sublimatie: maladaptieve gevoelens/impulsen vervormen tot iets
acceptabels
o Psychoseksuele stadia ontwikkeling
Fixatie: te lang in een fase
Castratieangst
Oedipus complex
Stoornissen die komen uit onderbewuste = neurose
Anna freud: ego psychologie
Heinz Kohut: zelfpsychologie
- Object relations = manier waarop kinderen omgaan herinneringen etc waar ze
emotioneel aan verbonden zijn.
Jung: collectieve onderbewuste = wijsheid vermeerder door cultuur en doorgegeven op
generatie
Adler: minderwaardigheidscomplex
Gedachte Adler, Jung, Freud: basiskwaliteit = positief en er is streven naar zelfactualisatie.
Psychoanalytische therapie:
- Vrije associatie
- Droomanalyse
- Transference: therapeut en patiënt verbonden zoals belangrijke personen kindertijd
- Countertransference: therapeut projecteert persoonlijke dingen op patiënt
- Tegenwoordig = psychodynamische psychotherapie
o Kenmerken
Focus emoties
Welke onderwerpen vermeden
Gedragspatronen
Verleden gebeurtenissen
Interpersoonlijke ervaringen
Therapeutische relatie
Wensen patiënt
- Kritiek: onwetenschappelijk omdat er vertrouwd wordt op rapportages patiënt zelf
Humanistische theorie:
- Positieve kijk menselijk bestaan
- Jung en Adler
- Zelf-actualisatie = menselijke behoefte om te groeien tot uiterste individuele kunnen
- Pyramide Maslow
- Carl Rogers: person centered therapy
- Onvoorwaardelijke positieve aandacht van therapeut
Behaviorisme:
- Meer wetenschappelijk
, - Conditionering
- Extinctie
- Introspectie
- Grondlegger: Watson
o Little Albert
- Mary Cover Jones: terugconditionering
- >>>> Systematische desentisastie van Joseph Wolpe
- Skinner
- Thorndike: law of effect = gedrag wordt bekrachtigd of afgezwakt afhankelijk
gevolgen gedrag
- Kritiek: beperkt model en geen verloop op lange termijn te zien.
Hoofdstuk 2 – integraal
Multidimensionale integratieve aanpak psychopathologie
Bijdrage genetica:
- Genetische factoren verklaren helft psychische stoornissen
- 2 conclusies:
o Psychische stoornissen ten grondslag aan meerdere genen die een klein effect
hebben
o Genetica niet zonder omgevingsfactoren bekeken. 2 modellen: diathesis-
stress en reciprocal gene-enviremont
- Diathesis-stress model
o Elke persoon heeft de mogelijkheid bepaalde eigenschappen of gedragingen
te vertonen in situaties van stress
- Reciprocal gene-enviremont model:
o Mensen met een genetische kwetsbaarheid zullen bepaalde eigenschappen
eerder ontwikkelen
- Epigenetica:
o = aan uitzetten van bepaalde genen door cellulair materiaal vlka buiten
genoom
o Doorgegeven volgende generatie
Bijdrage neurowetenschappen
- = werking van brein
- Zenuwstelsel:
o Centrale: hersenen + ruggen merg
Functie = versturen en ontvangen impulsen
Dendriet: ontvangen
Axonen: versturen
o Perifere:
Verbindingen van CZS naar organen en weefsels
Spijsvertering, lichaamstemp.
Somatische ZS: besturen spieren
Autonome ZS: cardiovasculair en endocriene systeem
Sympatische: snelle activatie tijdens stress/gevaar
Parasympatische: afname activatie door sympathische ZS
- Belangrijke neurotransmitters:
Hoofdstuk 1 – historische context
Psychische stoornis:
- = psychologische disfunctionaliteit geassocieerd met leed op beperkt functioneren
- Vertoning atypisch gedrag
- Fobie = angst object/situatie
- Kenmerken psychische stoornis:
o Psychische disfunctionaliteit
o Beperking
o Atypisch
- Wakefield: definitie >>> schadelijk disfunctioneren
- Definitie DSM-5: disfuncties van het gedrag, psychologische disfuncties of biologische
disfuncties. Onverwacht in culturele context en geassocieerd met lijden en
beperkingen in functioneren + toenamen kans overlijden
Psychopathologie = wetenschappelijke studie naar psychische stoornissen
- Scientist practioners = professionals met wetenschappelijke invalshoek klinische
werkveld
o Op de hoogte ontwikkelingen
o Eigen werk evalueren
o Meelopen nieuw onderzoek
Klinische beschrijving = unieke combinatie gedragingen, gedachten en gevoelens die leiden
tot specifieke stoornis:
- Presenting problem = klachten aangeven die patiënt in eerste instantie had
- Prevalentie = hoe vaak komt het voor binnen bepaalde populatie
- Incidentie = aantal nieuwe gevallen binnen bepaalde periode
- Seks ratio = percentage mannen en vrouwen
- Verschil stoornissen
o Patroon: verloop
Chronisch
Individueel
Episodisch
Tijd-gelimiteerd
o Aanvang:
Acuut
Geleidelijk
o Prognose: hoe de stoornis verloopt
Etiologie: oorsprong stoornissen >>> onderliggende oorzaken
Historie:
- Toegewezen aan bovennatuurlijke krachten
o Exorcisme
- Later gezien als iets wat te genezen was met rust en vrolijke omgeving
- Oorzaken: lot, massa hysterie, stand maan en sterren
- Emotionele besmetting = 34varing van een emotie breidt uit naar mensen in
omgeving
, - Gedeelde reactie = mob psychology
- Paracelsus: theorie bewegingen maan en sterren
Tegenover bovennatuurlijke traditie:
- Hippocrates oorzaken: hersenen, hoofdtrauma, erfelijkheid
o Brein centrum wijsheid, emoties
o Psychische stoornissen behandeld als elke andere ziekte
- Galen biologische verklaring.
- Hippocrates – Galen benadering: functioneren brein afhankelijk van 4
lichaamssappen:
o Bloed
o Zwart gal milt
o Slijm hersenen
o Gele gal lever
- Elke vloeistof lichaam is aanduiding Griekse basiskwaliteit:
o Hitte
o Vocht
o Droogte
o Kou
- Balans houden tussen vloeistoffen en dus kwaliteiten
o Aderlating
o Overgeven
- Hippocrates: het woord hysterie >>> geen fysieke oorzaak
- 19e eeuw nieuwe ideeën bio verklaring
o Geneesmiddel syfilis >>> gedachte alle psychische stoornissen kan genezen
- P. Grey: elke psychische stoornis een fysieke oorzaak >>> omstandigheden in
ziekenhuizen verbeterd
- 20e eeuw:
o ECT: shock
Benjamin Frenklin
o Effectievere medicijnen zoals kalmeringsmiddelen
o Emil Kraeplin: grondlegger moderne psychiatrie
Als eerste onderscheid verschillende psycho stoornissen
Psychosociale benadering:
- Morele therapie
o Pinel en Pussin
- Dorothea Dix: pleitte omgooien systeem
o Mental hygiene movement
- Einde morele therapie midden 19e eeuw: men dacht dat psycho stoornissen
ongeneeselijk waren
- In 20e eeuw nieuwe theorieën genezing
Psychoanalyse:
- Onbewuste
- Breuer, Freud >>> hypnose
- Herleven en vertellen trauma’s >>> verlichting
o = catharsis
, - Psychoanalytische theorie Freud:
o Structuur geest: id ego superego
o Verdedigingsmechanismen: zorgt dat ego juist handelt
Ontkenning, verplaatsing, projectie
Reactie formatie = onacceptabel gedrag, gevoel, gedachte vervangen
door tegenovergestelde
Repressie: onderdrukking wensen onderbewuste
Sublimatie: maladaptieve gevoelens/impulsen vervormen tot iets
acceptabels
o Psychoseksuele stadia ontwikkeling
Fixatie: te lang in een fase
Castratieangst
Oedipus complex
Stoornissen die komen uit onderbewuste = neurose
Anna freud: ego psychologie
Heinz Kohut: zelfpsychologie
- Object relations = manier waarop kinderen omgaan herinneringen etc waar ze
emotioneel aan verbonden zijn.
Jung: collectieve onderbewuste = wijsheid vermeerder door cultuur en doorgegeven op
generatie
Adler: minderwaardigheidscomplex
Gedachte Adler, Jung, Freud: basiskwaliteit = positief en er is streven naar zelfactualisatie.
Psychoanalytische therapie:
- Vrije associatie
- Droomanalyse
- Transference: therapeut en patiënt verbonden zoals belangrijke personen kindertijd
- Countertransference: therapeut projecteert persoonlijke dingen op patiënt
- Tegenwoordig = psychodynamische psychotherapie
o Kenmerken
Focus emoties
Welke onderwerpen vermeden
Gedragspatronen
Verleden gebeurtenissen
Interpersoonlijke ervaringen
Therapeutische relatie
Wensen patiënt
- Kritiek: onwetenschappelijk omdat er vertrouwd wordt op rapportages patiënt zelf
Humanistische theorie:
- Positieve kijk menselijk bestaan
- Jung en Adler
- Zelf-actualisatie = menselijke behoefte om te groeien tot uiterste individuele kunnen
- Pyramide Maslow
- Carl Rogers: person centered therapy
- Onvoorwaardelijke positieve aandacht van therapeut
Behaviorisme:
- Meer wetenschappelijk
, - Conditionering
- Extinctie
- Introspectie
- Grondlegger: Watson
o Little Albert
- Mary Cover Jones: terugconditionering
- >>>> Systematische desentisastie van Joseph Wolpe
- Skinner
- Thorndike: law of effect = gedrag wordt bekrachtigd of afgezwakt afhankelijk
gevolgen gedrag
- Kritiek: beperkt model en geen verloop op lange termijn te zien.
Hoofdstuk 2 – integraal
Multidimensionale integratieve aanpak psychopathologie
Bijdrage genetica:
- Genetische factoren verklaren helft psychische stoornissen
- 2 conclusies:
o Psychische stoornissen ten grondslag aan meerdere genen die een klein effect
hebben
o Genetica niet zonder omgevingsfactoren bekeken. 2 modellen: diathesis-
stress en reciprocal gene-enviremont
- Diathesis-stress model
o Elke persoon heeft de mogelijkheid bepaalde eigenschappen of gedragingen
te vertonen in situaties van stress
- Reciprocal gene-enviremont model:
o Mensen met een genetische kwetsbaarheid zullen bepaalde eigenschappen
eerder ontwikkelen
- Epigenetica:
o = aan uitzetten van bepaalde genen door cellulair materiaal vlka buiten
genoom
o Doorgegeven volgende generatie
Bijdrage neurowetenschappen
- = werking van brein
- Zenuwstelsel:
o Centrale: hersenen + ruggen merg
Functie = versturen en ontvangen impulsen
Dendriet: ontvangen
Axonen: versturen
o Perifere:
Verbindingen van CZS naar organen en weefsels
Spijsvertering, lichaamstemp.
Somatische ZS: besturen spieren
Autonome ZS: cardiovasculair en endocriene systeem
Sympatische: snelle activatie tijdens stress/gevaar
Parasympatische: afname activatie door sympathische ZS
- Belangrijke neurotransmitters: