Biomedische
wetenschappen
1. Algemene begrippen
1.1 anatomische nomenclatuur
anatomische houding = referentiehouding van het
menselijk lichaam. Een rechtopstaand individu, de
voorzijde gericht naar de observator, de armen zijdelings van het
lichaam, de handpalmen en tenen naar voor gericht.
1.1.1 hoofdassen
verticale/ longitudinale as
horizontale/ transversale as
sagittale as
1.1.2 vlakken doorsneden
mediaan
saggitaal Sigittale
frontaal Frontale
horizontaal/ transversaal horizontale
1.1.3 richtingen in de ruimte
Craniaal / superior Bovenkant
Caudaal / inferior Onderkant
Mediaal / centraal Naar het midden
Lateraal / perifeer Van het midden weg
Ventraal / anterior Buikzijde
Dorsaal / posterior Rugzijde
Ipsilateraal Uitval aan dezelfde zijde
Contralateraal Uitval aan tegenovergestelde zijde
1. transversaal vlak
2. Sagittaal vlak
3. Mediaan vlak
, 4. Frontaal vlak
A. Superior ( craniaal )
B. Inferior ( caudaal )
C. Anterior ( ventraal )
D. Posterior ( dorsaal )
E. Lateraal
F. Mediaal
1.1.4 Bewegingsrichtingen
flexie = buigen
extensie = strekken
beweging in het sigittaal vlak rond de horizontale
as
Abductie = afvoeren
Adductie = aanvoeren
Beweging in het frontaal vlak rond de sigittale as
Rotatie = draaibeweging
Endorotatie= naar binnen draaien
Exorotatie= naar buiten draaien
Circumductie: het been word naar voor geslingerd
om mee te krijgen
1.2 de spier
spieren zijjn contractiele organen die zich door
zenuwen geprikkeld samentrekken of ontspannen. Ze staan ook in
voor
lichaamshouding
lichaamsbeweging
ter plaatse houden van organen
, Gladde spieren Vegatieve stelsel onwillekeurig
langzamer
minder snel
vermoeid
Dwarsgestreepte spier Beenderstelsel willekeurig
snel
vlug vermoeid
hartspier onwillekeurig
Skeletspieren hebben
oorsprong = O
aanhechtingsplaats = I
bij contractie worden O en I naar elkaar toegetrokken
synergisten = spieren die bij een beweging samenwerken
antagonisten = spieren die een tegengestelde beweging maken
voor het uitvoeren van een beweging is een werking van verschillende
spiergroepen essentieel.
Een willekeurige beweging
bewust bevel vanuit de hersenschors
uitvoeringsmechanisme gebeurd automatisch
bewegingsmoeilijkheden : corticale controle = hersenschors neemt
het bevel terug over
1.2.1 bouw van de spier
Uitwendig Inwendig
spierkop ( caput ) spierbundels
spierbuik ( venter ) spiervezels
pees ( tendo ) myofibrillen
myofilamenten ( myosine en
actine )
wetenschappen
1. Algemene begrippen
1.1 anatomische nomenclatuur
anatomische houding = referentiehouding van het
menselijk lichaam. Een rechtopstaand individu, de
voorzijde gericht naar de observator, de armen zijdelings van het
lichaam, de handpalmen en tenen naar voor gericht.
1.1.1 hoofdassen
verticale/ longitudinale as
horizontale/ transversale as
sagittale as
1.1.2 vlakken doorsneden
mediaan
saggitaal Sigittale
frontaal Frontale
horizontaal/ transversaal horizontale
1.1.3 richtingen in de ruimte
Craniaal / superior Bovenkant
Caudaal / inferior Onderkant
Mediaal / centraal Naar het midden
Lateraal / perifeer Van het midden weg
Ventraal / anterior Buikzijde
Dorsaal / posterior Rugzijde
Ipsilateraal Uitval aan dezelfde zijde
Contralateraal Uitval aan tegenovergestelde zijde
1. transversaal vlak
2. Sagittaal vlak
3. Mediaan vlak
, 4. Frontaal vlak
A. Superior ( craniaal )
B. Inferior ( caudaal )
C. Anterior ( ventraal )
D. Posterior ( dorsaal )
E. Lateraal
F. Mediaal
1.1.4 Bewegingsrichtingen
flexie = buigen
extensie = strekken
beweging in het sigittaal vlak rond de horizontale
as
Abductie = afvoeren
Adductie = aanvoeren
Beweging in het frontaal vlak rond de sigittale as
Rotatie = draaibeweging
Endorotatie= naar binnen draaien
Exorotatie= naar buiten draaien
Circumductie: het been word naar voor geslingerd
om mee te krijgen
1.2 de spier
spieren zijjn contractiele organen die zich door
zenuwen geprikkeld samentrekken of ontspannen. Ze staan ook in
voor
lichaamshouding
lichaamsbeweging
ter plaatse houden van organen
, Gladde spieren Vegatieve stelsel onwillekeurig
langzamer
minder snel
vermoeid
Dwarsgestreepte spier Beenderstelsel willekeurig
snel
vlug vermoeid
hartspier onwillekeurig
Skeletspieren hebben
oorsprong = O
aanhechtingsplaats = I
bij contractie worden O en I naar elkaar toegetrokken
synergisten = spieren die bij een beweging samenwerken
antagonisten = spieren die een tegengestelde beweging maken
voor het uitvoeren van een beweging is een werking van verschillende
spiergroepen essentieel.
Een willekeurige beweging
bewust bevel vanuit de hersenschors
uitvoeringsmechanisme gebeurd automatisch
bewegingsmoeilijkheden : corticale controle = hersenschors neemt
het bevel terug over
1.2.1 bouw van de spier
Uitwendig Inwendig
spierkop ( caput ) spierbundels
spierbuik ( venter ) spiervezels
pees ( tendo ) myofibrillen
myofilamenten ( myosine en
actine )