Samenvatting Mechanic – Sources of power of lower participants in complex
organizations
Het is niet ongewoon dat leden lager in de organisatie aanzienlijke persoonlijke
macht hebben, maar geen autoriteit. Dit komt bijvoorbeeld voor bij secretaressen.
Deze macht komt niet per se voort uit unieke karakteristieken, maar uit bepaalde
aspecten van hun plaats in de organisatie.
Informele vs. formele macht
Binnen organisaties is de distributie van autoriteit (geïnstitutionaliseerde macht)
samenhangend met de prestige van de positie. Over het algemeen hebben mensen
met een hoge positie meer autoriteit dan mensen met een lage positie. Leden met
een lage positie herkennen het recht van mensen met een hoge positie om macht uit
te oefenen en houden zich aan de eisen die worden gesteld. Hoge posities hebben
toegang en controle over informatie en personeel binnen en buiten de organisatie.
De informele macht binnen een organisatie zorgt ervoor dat ook lage posities invloed
kunnen uitoefenen op hoge posities.
Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat iemand met een lage positie zo bekend wordt met de
organisatie dat hij of zij macht heeft over een nieuwkomer met een hoge positie.
Wanneer overige factoren gelijk blijven, is organisatorische macht gerelateerd aan de
toegang tot personen, informatie en instrumenten, maar ook wanneer iemand langer
in de organisatie zit heeft hij of zij hier meer toegang toe.
Implicaties van de rollen-theorie om macht te bestuderen
Rollen theoretici kijken naar de invloed en macht in termen van
gedragsregelmatigheden welke voortkomen uit de verkregen identiteiten binnen een
specifieke sociale context. Een groot deel van dit gedrag komt voort uit socialisatie
en het meeste gedrag is routine verkregen door het leren van de traditionele
modellen en het eigen maken van specifieke taken. Gedrag hangt erg samen met
verwachtingen en is daarom voorspelbaar.
Deze theorie is handig bij het benadrukken van de mate waarin invloed en macht kan
worden uitgevoerd zonder dit leidt tot conflicten. Dit treedt op wanneer macht legitiem
wordt uitgevoerd, wanneer gevoelens worden gedeeld en wanneer er passende
mechanismen zijn om een nieuwkomer in het systeem te introduceren en hen te
trainen in het herkennen, accepteren en waarderen van de legitimiteit van controle in
de organisatie.
Mensen in lagere posities ontduiken autoriteit uit hogere posities wanneer macht
wordt gezien als illegitiem. De organisaties moeten echter controle zien te houden
over deze werknemers met lage posities. Dit kan worden voorkomen door de indruk
te wekken dat er maatregelen zullen worden getroffen wanneer lage posities de
macht in twijfel trekken.
Bronnen van macht van lagere participanten
De meest effectieve manier om macht te verkrijgen is door het verkrijgen, behouden
en controleren van toegang tot mensen, informatie en instrumenten. Dit tezamen met
de afhankelijkheid van hoge posities op lage posities, kunnen lage posities macht
verkrijgen.
organizations
Het is niet ongewoon dat leden lager in de organisatie aanzienlijke persoonlijke
macht hebben, maar geen autoriteit. Dit komt bijvoorbeeld voor bij secretaressen.
Deze macht komt niet per se voort uit unieke karakteristieken, maar uit bepaalde
aspecten van hun plaats in de organisatie.
Informele vs. formele macht
Binnen organisaties is de distributie van autoriteit (geïnstitutionaliseerde macht)
samenhangend met de prestige van de positie. Over het algemeen hebben mensen
met een hoge positie meer autoriteit dan mensen met een lage positie. Leden met
een lage positie herkennen het recht van mensen met een hoge positie om macht uit
te oefenen en houden zich aan de eisen die worden gesteld. Hoge posities hebben
toegang en controle over informatie en personeel binnen en buiten de organisatie.
De informele macht binnen een organisatie zorgt ervoor dat ook lage posities invloed
kunnen uitoefenen op hoge posities.
Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat iemand met een lage positie zo bekend wordt met de
organisatie dat hij of zij macht heeft over een nieuwkomer met een hoge positie.
Wanneer overige factoren gelijk blijven, is organisatorische macht gerelateerd aan de
toegang tot personen, informatie en instrumenten, maar ook wanneer iemand langer
in de organisatie zit heeft hij of zij hier meer toegang toe.
Implicaties van de rollen-theorie om macht te bestuderen
Rollen theoretici kijken naar de invloed en macht in termen van
gedragsregelmatigheden welke voortkomen uit de verkregen identiteiten binnen een
specifieke sociale context. Een groot deel van dit gedrag komt voort uit socialisatie
en het meeste gedrag is routine verkregen door het leren van de traditionele
modellen en het eigen maken van specifieke taken. Gedrag hangt erg samen met
verwachtingen en is daarom voorspelbaar.
Deze theorie is handig bij het benadrukken van de mate waarin invloed en macht kan
worden uitgevoerd zonder dit leidt tot conflicten. Dit treedt op wanneer macht legitiem
wordt uitgevoerd, wanneer gevoelens worden gedeeld en wanneer er passende
mechanismen zijn om een nieuwkomer in het systeem te introduceren en hen te
trainen in het herkennen, accepteren en waarderen van de legitimiteit van controle in
de organisatie.
Mensen in lagere posities ontduiken autoriteit uit hogere posities wanneer macht
wordt gezien als illegitiem. De organisaties moeten echter controle zien te houden
over deze werknemers met lage posities. Dit kan worden voorkomen door de indruk
te wekken dat er maatregelen zullen worden getroffen wanneer lage posities de
macht in twijfel trekken.
Bronnen van macht van lagere participanten
De meest effectieve manier om macht te verkrijgen is door het verkrijgen, behouden
en controleren van toegang tot mensen, informatie en instrumenten. Dit tezamen met
de afhankelijkheid van hoge posities op lage posities, kunnen lage posities macht
verkrijgen.