Organization value
We hebben 7 verschillende organisaties
Geef in maximaal 3 zinnen aan wat de algemene stromingen inhouden.
Pre-klassieke organisatie= afkomstig uit kerk,leger en politieke bestuderen. Grote organisaties met
duidelijke structuur. Recht, politiek en filosofie zijn belangrijk
Klassieke organisatietheorie= een reactie op de industriële revolutie. Er werd op steeds grotere
schaal geproduceerd. Organisaties werden groter met alle uitdagingen van dien. En er heerste een
klassenstrijd tussen de kapitaalkrachtigen en de arbeiders.
Human relations= zich richt op de tevredenheid van de werknemers, informele werkplek
organisaties, en een middel om het beïnvloeden van de productiviteit van werknemers. In
tegenstelling tot scientisme, menselijke relaties theorie niet beschouwen werknemers als in wezen
verwisselbare delen.
Revisionisme= managementstroming die zich afzette tegen de te zeer doorgeschotn zakelijke
bedrijfsvoering (scientific Mangement) en als reactie daarop de sociale klant (HR) benadrukte, de
arbeidende mens zelf
Moderne organisatietheorie=
2. Wat houdt Scientific Management in?
is een stroming binnen de managementtheorie die het aansturen van bedrijfsprocessen rond de
werkvloer op een wetenschappelijke wijze vorm wilde geven.
3. Hoe wordt het ook wel genoemd?
Taylorism
4. Wat was van Taylor (Scientific Management) de primaire doelstelling met zijn
wetenschappelijke benadering van processen?
De mensen zijn van nature lui, dus als ze zich niet aan de regels houden straffen. Als ze
hun best doen worden ze beloond.
5. Waar was Scientific Managament op gericht?
de winst van organisaties te verhogen door de productie zo efficiënt mogelijk te
organiseren. Iedereen heeft 1 taak
6. Wat waren in die tijd de twee belangrijkste kenmerken van Scientific Management?
, Standaardisering
Mens beeld en productienormen
opsplitsen taken en activiteiten > tijdsbesparing > productiviteit omhoog
Bedrijf: brengt producten en diensten voort (Hogeschool Rotterdam)
Onderneming: brengt producten en diensten voort met winstoogmerk (lowi)
Non-profit organisatie= organisatie zonder winstoogmerk (bijvoorbeeld: W&F)
Profit organisatie= organisatie met winstoogmerk
5 verschillende organisaties:
1= ondernemersorganisatie
2= machineorganisatie
3= professionele organisatie
4= gediversifieerde organisatie
5= innovatieve organisatie
Ashridge model:
We hebben 7 verschillende organisaties
Geef in maximaal 3 zinnen aan wat de algemene stromingen inhouden.
Pre-klassieke organisatie= afkomstig uit kerk,leger en politieke bestuderen. Grote organisaties met
duidelijke structuur. Recht, politiek en filosofie zijn belangrijk
Klassieke organisatietheorie= een reactie op de industriële revolutie. Er werd op steeds grotere
schaal geproduceerd. Organisaties werden groter met alle uitdagingen van dien. En er heerste een
klassenstrijd tussen de kapitaalkrachtigen en de arbeiders.
Human relations= zich richt op de tevredenheid van de werknemers, informele werkplek
organisaties, en een middel om het beïnvloeden van de productiviteit van werknemers. In
tegenstelling tot scientisme, menselijke relaties theorie niet beschouwen werknemers als in wezen
verwisselbare delen.
Revisionisme= managementstroming die zich afzette tegen de te zeer doorgeschotn zakelijke
bedrijfsvoering (scientific Mangement) en als reactie daarop de sociale klant (HR) benadrukte, de
arbeidende mens zelf
Moderne organisatietheorie=
2. Wat houdt Scientific Management in?
is een stroming binnen de managementtheorie die het aansturen van bedrijfsprocessen rond de
werkvloer op een wetenschappelijke wijze vorm wilde geven.
3. Hoe wordt het ook wel genoemd?
Taylorism
4. Wat was van Taylor (Scientific Management) de primaire doelstelling met zijn
wetenschappelijke benadering van processen?
De mensen zijn van nature lui, dus als ze zich niet aan de regels houden straffen. Als ze
hun best doen worden ze beloond.
5. Waar was Scientific Managament op gericht?
de winst van organisaties te verhogen door de productie zo efficiënt mogelijk te
organiseren. Iedereen heeft 1 taak
6. Wat waren in die tijd de twee belangrijkste kenmerken van Scientific Management?
, Standaardisering
Mens beeld en productienormen
opsplitsen taken en activiteiten > tijdsbesparing > productiviteit omhoog
Bedrijf: brengt producten en diensten voort (Hogeschool Rotterdam)
Onderneming: brengt producten en diensten voort met winstoogmerk (lowi)
Non-profit organisatie= organisatie zonder winstoogmerk (bijvoorbeeld: W&F)
Profit organisatie= organisatie met winstoogmerk
5 verschillende organisaties:
1= ondernemersorganisatie
2= machineorganisatie
3= professionele organisatie
4= gediversifieerde organisatie
5= innovatieve organisatie
Ashridge model: