Arbeidsmarkt re-integratie en scholing examenmatrijs
1.1 De kandidaat beschrijft de begrippen ruime en krappe arbeidsmarkt
Krappe arbeidsmarkt: weinig werkloosheid / veel vacatures.
Ruime arbeidsmarkt: Veel werkzoekende / weinig vacatures
1.2 De kandidaat beschrijft de begrippen hoogconjunctuur en laagconjunctuur
Hoogconjunctuur: Periodes van een sterkere groei in de economie (weinig werkeloosheid veel te
besteden)
Laagconjunctuur: periodes van een trage groei van de economie, of een negatieve groei van de
economie. (Weinig te besteden en veel werkeloosheid) (recessie)
1.3 De kandidaat beschrijft de begrippen kwantitatieve en kwalitatieve discrepantie op de
arbeidsmarkt
Kwantitatieve discrepantie: de vraag naar werkzoekenden komt niet overeen met het aantal
werkzoekenden (aanbod) (er wordt letterlijk iets over cijfers of prestaties weergeven)
Kwalitatieve ontwikkeling: De kwaliteiten van mensen die een baan zoeken komen niet overeen met
de kwaliteiten die werkgevers zoeken
1.4 De kandidaat beschrijft de verschillende soorten werkloosheid (frictie-, seizoens-, kwalitatieve
structuur-, kwantitatieve structuur-, conjunctuurwerkloosheid
Frictiewerkeloosheid: werkloosheid die ontstaat omdat het tijd kost voor een werknemer om een
baan te vinden (en voor een werkgever om een werknemer te vinden). Tijdelijk
Seizoenswerkloosheid: werkloosheid als gevolg van seizoensarbeid (ijsverkopen)
Kwantitatieve structurele werkloosheid = werkloosheid van langere duur, bijvoorbeeld omdat er
beroepen verschuiven naar het buitenland
Kwalitatieve structurele werkloosheid: werkloosheid van langere duur, bijvoorbeeld omdat er
beroepen veranderen/verdwijnen door nieuwe opleidingseisen
Conjunctuurwerkloosheid: ontstaat als het slechter gaat met de economie (laagconjunctuur).
Bijvoorbeeld bij minder vraag naar bepaalde producten
2.1 de kandidaat noemt de verplichtingen van de werknemer en werkgever m.b.t. Ziekteverzuim
Week 1: ziekmelding & melding bij arbodienst
Week 6 (binnen 6 weken): probleemanalyse moet gemaakt worden (wat is er aan de hand?)
Week 8(binnen 8 weken: plan van aanpak moet ontwikkeld zijn waarin staat welke activiteiten de
organisatie gaat ondernemen om de verzuimperiode maximaal te verkorten en welke activiteiten er
van de werknemer verwacht wordt om hieraan mee te werken (re-integratieplan).
Elke 6 weken moet de werkgever met de werknemer overleggen met de werknemer over de
praktische uitvoering van het re-integratieplan en de uitvoering daarvan. Het UWV eist dit
verslag als bewijs dat beide partijen zich optimaal hebben ingezet om de werknemer weer
aan het werk te krijgen op het moment dat er sprake is van langdurig verzuim en van een
mogelijke aanvraag van een Wia-uitkering.
Week 42: het UWV moet worden geïnformeerd over de ziekte van de werknemer en de ondernomen
acties om het verzuim terug te dringen
1.1 De kandidaat beschrijft de begrippen ruime en krappe arbeidsmarkt
Krappe arbeidsmarkt: weinig werkloosheid / veel vacatures.
Ruime arbeidsmarkt: Veel werkzoekende / weinig vacatures
1.2 De kandidaat beschrijft de begrippen hoogconjunctuur en laagconjunctuur
Hoogconjunctuur: Periodes van een sterkere groei in de economie (weinig werkeloosheid veel te
besteden)
Laagconjunctuur: periodes van een trage groei van de economie, of een negatieve groei van de
economie. (Weinig te besteden en veel werkeloosheid) (recessie)
1.3 De kandidaat beschrijft de begrippen kwantitatieve en kwalitatieve discrepantie op de
arbeidsmarkt
Kwantitatieve discrepantie: de vraag naar werkzoekenden komt niet overeen met het aantal
werkzoekenden (aanbod) (er wordt letterlijk iets over cijfers of prestaties weergeven)
Kwalitatieve ontwikkeling: De kwaliteiten van mensen die een baan zoeken komen niet overeen met
de kwaliteiten die werkgevers zoeken
1.4 De kandidaat beschrijft de verschillende soorten werkloosheid (frictie-, seizoens-, kwalitatieve
structuur-, kwantitatieve structuur-, conjunctuurwerkloosheid
Frictiewerkeloosheid: werkloosheid die ontstaat omdat het tijd kost voor een werknemer om een
baan te vinden (en voor een werkgever om een werknemer te vinden). Tijdelijk
Seizoenswerkloosheid: werkloosheid als gevolg van seizoensarbeid (ijsverkopen)
Kwantitatieve structurele werkloosheid = werkloosheid van langere duur, bijvoorbeeld omdat er
beroepen verschuiven naar het buitenland
Kwalitatieve structurele werkloosheid: werkloosheid van langere duur, bijvoorbeeld omdat er
beroepen veranderen/verdwijnen door nieuwe opleidingseisen
Conjunctuurwerkloosheid: ontstaat als het slechter gaat met de economie (laagconjunctuur).
Bijvoorbeeld bij minder vraag naar bepaalde producten
2.1 de kandidaat noemt de verplichtingen van de werknemer en werkgever m.b.t. Ziekteverzuim
Week 1: ziekmelding & melding bij arbodienst
Week 6 (binnen 6 weken): probleemanalyse moet gemaakt worden (wat is er aan de hand?)
Week 8(binnen 8 weken: plan van aanpak moet ontwikkeld zijn waarin staat welke activiteiten de
organisatie gaat ondernemen om de verzuimperiode maximaal te verkorten en welke activiteiten er
van de werknemer verwacht wordt om hieraan mee te werken (re-integratieplan).
Elke 6 weken moet de werkgever met de werknemer overleggen met de werknemer over de
praktische uitvoering van het re-integratieplan en de uitvoering daarvan. Het UWV eist dit
verslag als bewijs dat beide partijen zich optimaal hebben ingezet om de werknemer weer
aan het werk te krijgen op het moment dat er sprake is van langdurig verzuim en van een
mogelijke aanvraag van een Wia-uitkering.
Week 42: het UWV moet worden geïnformeerd over de ziekte van de werknemer en de ondernomen
acties om het verzuim terug te dringen