Inleiding privaatrecht
LEERDOELEN LESWEEK 1.
Uitleggen wanneer een geldige rechtshandeling tot stand komt.
• Het begrip rechtshandeling wordt gedefinieerd in art. 3:33 BW. Dit artikel
bepaalt: ‘een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil
die zich door een verklaring heeft geopenbaard.’ Met wil bedoelt de wetgever
dat het moet gaan om een bewuste verklaring. De verklaring moet gewild
zijn.
Uitleggen wat de regeling rond vernietigbaarheid/nietigheid is.
• Bij vernietigbaarheid heeft de overeenkomst even bestaan, maar na
vernietiging van deze overeenkomst, wordt deze met terugwerkende kracht
alsnog nietig. Het verschil is dat op vernietigbaarheid een beroep moet
worden gedaan, nietigheid bestaat van rechtswege.
De wettelijke regeling rond wilsontbreken en wilsgebreken uitleggen.
• Bij wilsontbreken is er een verklaring, maar een met de verklaring
overeenstemmende wil ontbreekt.
• Wilsgebrek is de situatie waarin een wil onder invloed van een dusdanig
bijzondere omstandigheid is gevormd, dat de wetgever de mogelijkheid van
vernietiging heeft opgesteld. Je kunt niet zeggen dat er op een normale
manier gewild is. Het BW gaat er van uit dat de wil gebrekkig gevormd is.
Wat het verbintenissenrecht inhoudt.
• Het burgerlijk recht wordt ook wel privaatrecht/civiel recht genoemd. Het
burgerlijk recht regelt de verhouding tussen burgers onderling. In het
onderdeel personen- en familierecht gaat het vooral over de familierechtelijke
verhoudingen in en buiten het gezin. In het vermogensrecht worden de
rechtsbetrekkingen geregeld die op geld waardeerbaar zijn. Anders gezegd,
in het vermogensrecht worden alle bestanddelen beschreven waaruit
iemands vermogen kan zijn opgebouwd. Binnen het vermogensrecht heeft
het erfrecht een specifieke plaats. Dit deel van het vermogensrecht beschrijft
wat er gebeurt met het vermogen van een overledene. Ten slotte hoort ook
het rechtspersonenrecht tot het burgerlijk recht. Rechtspersonen zijn
organisaties en bedrijven die zelfstandig aan het rechtsverkeer deelnemen.
LEERDOELEN LESWEEK 1.
Uitleggen wanneer een geldige rechtshandeling tot stand komt.
• Het begrip rechtshandeling wordt gedefinieerd in art. 3:33 BW. Dit artikel
bepaalt: ‘een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil
die zich door een verklaring heeft geopenbaard.’ Met wil bedoelt de wetgever
dat het moet gaan om een bewuste verklaring. De verklaring moet gewild
zijn.
Uitleggen wat de regeling rond vernietigbaarheid/nietigheid is.
• Bij vernietigbaarheid heeft de overeenkomst even bestaan, maar na
vernietiging van deze overeenkomst, wordt deze met terugwerkende kracht
alsnog nietig. Het verschil is dat op vernietigbaarheid een beroep moet
worden gedaan, nietigheid bestaat van rechtswege.
De wettelijke regeling rond wilsontbreken en wilsgebreken uitleggen.
• Bij wilsontbreken is er een verklaring, maar een met de verklaring
overeenstemmende wil ontbreekt.
• Wilsgebrek is de situatie waarin een wil onder invloed van een dusdanig
bijzondere omstandigheid is gevormd, dat de wetgever de mogelijkheid van
vernietiging heeft opgesteld. Je kunt niet zeggen dat er op een normale
manier gewild is. Het BW gaat er van uit dat de wil gebrekkig gevormd is.
Wat het verbintenissenrecht inhoudt.
• Het burgerlijk recht wordt ook wel privaatrecht/civiel recht genoemd. Het
burgerlijk recht regelt de verhouding tussen burgers onderling. In het
onderdeel personen- en familierecht gaat het vooral over de familierechtelijke
verhoudingen in en buiten het gezin. In het vermogensrecht worden de
rechtsbetrekkingen geregeld die op geld waardeerbaar zijn. Anders gezegd,
in het vermogensrecht worden alle bestanddelen beschreven waaruit
iemands vermogen kan zijn opgebouwd. Binnen het vermogensrecht heeft
het erfrecht een specifieke plaats. Dit deel van het vermogensrecht beschrijft
wat er gebeurt met het vermogen van een overledene. Ten slotte hoort ook
het rechtspersonenrecht tot het burgerlijk recht. Rechtspersonen zijn
organisaties en bedrijven die zelfstandig aan het rechtsverkeer deelnemen.