Tess Prins
Praktische economie module 3 markt en overheid hoofdstuk 1 & 2
Markt en marktstructuur
Een markt is het geheel aan factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en
producten verhandelen. Deze heeft kenmerken die bepalen in hoeverre aanbieders invloed
hebben op de verkoopprijs van hun product, de marktstructuur.
Kenmerken en hun invloeden op een rijtje:
- Aantal aanbieders. Bij een groter aantal aanbieders neemt de invloed af.
- Productdifferentiatie: homogeen (geen productdifferentiatie) of heterogeen (wel
productdifferentiatie). Verschillende versies van het product zijn hetzelfde ->
homogeen, of verschillen -> heterogeen. De invloed neemt toe bij een toegenomen
mate van productdifferentiatie.
- Toetredingsdrempels: kennis of geld bijvoorbeeld. De invloed neemt toe bij een
hogere toetredingsdrempel (want dan zijn er weinig aanbieders)
- Marktaandelen: afzet van een individuele aanbieder als percentage van de totale
afzet. Een aanbieder met een marktaandeel van meer dan 35% is een dominante
aanbieder. Bij een groter marktaandeel neemt de invloed toe.
Concrete markt: de plaats waar vragers en aanbieders elkaar ontmoeten, winkelcentrum of
online.
Abstracte markt: alle factoren die te maken hebben met de verhandeling van producten, de
huizenmarkt of de arbeidsmarkt.
Marktevenwicht
- De gevraagde hoeveelheid is gelijk aan de aangeboden hoeveelheid (Qv = Qa)
- Alle aanbieders maximaliseren hun winst.
Winstmaximalisatie uitrekenen.
I: TW = TO – TK
1. MO = MK à q*
2. TO = p* x q*
TK = aq* + b
II: TW = (P* - GTK) x q*
1. GTK = TK / q*
2. (p* - GTK) is de winst per stuk.
De arbeidsmarkt is gespiegeld van andere markten.
è Qa (aanbod): werknemers
è Qv (vraag): werkgevers, denk aan vacaturen.
Werkloosheid als aanbod hoger is dan de vraag. Door het minimumloon wordt werkloosheid
veroorzaakt.
Werkgelegenheid: vraag naar arbeid.
Cunjucturele werkloosheid: wanneer de vraag naar (bijv. restaurants of
vliegtuigmaatschappijen) afneemt.
Praktische economie module 3 markt en overheid hoofdstuk 1 & 2
Markt en marktstructuur
Een markt is het geheel aan factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en
producten verhandelen. Deze heeft kenmerken die bepalen in hoeverre aanbieders invloed
hebben op de verkoopprijs van hun product, de marktstructuur.
Kenmerken en hun invloeden op een rijtje:
- Aantal aanbieders. Bij een groter aantal aanbieders neemt de invloed af.
- Productdifferentiatie: homogeen (geen productdifferentiatie) of heterogeen (wel
productdifferentiatie). Verschillende versies van het product zijn hetzelfde ->
homogeen, of verschillen -> heterogeen. De invloed neemt toe bij een toegenomen
mate van productdifferentiatie.
- Toetredingsdrempels: kennis of geld bijvoorbeeld. De invloed neemt toe bij een
hogere toetredingsdrempel (want dan zijn er weinig aanbieders)
- Marktaandelen: afzet van een individuele aanbieder als percentage van de totale
afzet. Een aanbieder met een marktaandeel van meer dan 35% is een dominante
aanbieder. Bij een groter marktaandeel neemt de invloed toe.
Concrete markt: de plaats waar vragers en aanbieders elkaar ontmoeten, winkelcentrum of
online.
Abstracte markt: alle factoren die te maken hebben met de verhandeling van producten, de
huizenmarkt of de arbeidsmarkt.
Marktevenwicht
- De gevraagde hoeveelheid is gelijk aan de aangeboden hoeveelheid (Qv = Qa)
- Alle aanbieders maximaliseren hun winst.
Winstmaximalisatie uitrekenen.
I: TW = TO – TK
1. MO = MK à q*
2. TO = p* x q*
TK = aq* + b
II: TW = (P* - GTK) x q*
1. GTK = TK / q*
2. (p* - GTK) is de winst per stuk.
De arbeidsmarkt is gespiegeld van andere markten.
è Qa (aanbod): werknemers
è Qv (vraag): werkgevers, denk aan vacaturen.
Werkloosheid als aanbod hoger is dan de vraag. Door het minimumloon wordt werkloosheid
veroorzaakt.
Werkgelegenheid: vraag naar arbeid.
Cunjucturele werkloosheid: wanneer de vraag naar (bijv. restaurants of
vliegtuigmaatschappijen) afneemt.