Aantekeningen:
Introductie; Je oom is met hartritmestoornissen opgenomen op de hartbewaking. Wat zou je willen weten over
deze situatie als student verpleegkunde? Mijn antwoorden:
- Wat heeft deze stoornissen veroorzaakt?
- Hoe werkt de hartbewaking?
- Wat zijn de gevolgen van deze stoornissen?
- Hoe lang duurt het herstel?
- Hoe kunnen de stoornissen opgelost worden?
- Hoe kan mijn oom het beste geholpen worden? Wat kan ik doen?
Als we via het client-systeem werken (zie verder) ga je bij elke variabelen, bij alle 5 vragen bedenken.
Wat is verpleegkundig handelen?
- Praktisch handelen als basis (medicatie, infusie, wondverbinden, overleg)
- Theorie als onderbouwing van dat handelen: wat doe je, en wat eerst, wat is belangrijker.
- Iedere verpleegkundige theorie heeft uitspraken over: Mens, omgeving, verplegen en gezondheid
(=metaparadigma’s)
NSM:
- Model op hoger abstractieniveau. Het is ontwikkeld uit de praktijk.
- Het is een raamwerk om de mens te zien in zijn gehele complexe werkelijkheid.
- Onderbouwd met bestaande theorieën gebaseerd op:
Systeemtheorie: Hoe kijk je naar de mens?
Alle levende wezens worden gezien als een systeem dat continu in verbinding staat met
de omgeving.
Input throughput output.
Zelfstabilisatie en aanpassing (zet de verwarming hoger als het koud is bijv.)
Een systeem kan 1 persoon zijn, een gezin, familie, klas.
Een systeem kan ook subsystemen hebben (mens heeft een maagdarmstelsel bijv.)
Holistisch: alles kan van invloed zijn op de systemen 5 variabelen (zie kopje client-
systeem)
Preventie theorie: Hoe kijk je naar je verpleegkundige taak?
Niet denken in ziek en/of gezond, maar als het voorkomen van het uit balans raken van
het systeem:
Primair: voorkomen van verstoring balans
Secundair: herstellen van de balans
Tertiair: het vinden van een nieuwe balans.
Energie: meer energie zorgt voor een toenemend welbevinden, minder energie leidt tot
de dood. Verstoren de krachten zorgen voor een schommeling.
Entropie: het onvermogen van een systeem om zich nog aan te passen.
Stress-coping theorie: Hoe verklaar je reacties van een mens?
Niet alle invloeden (stressoren) zijn ook echt van invloed.
Taxeren op dreiging en urgentie.
Inzetten coping (aangeleerd op reflex)
Cliëntsysteem:
- Een mevrouw alleen, het echtpaar, de familie van de mevrouw, etc. die client en wie er met de client
te maken heeft.
, - Weerstandslijnen, normale verdedigingslinie, flexibele verdedigingslinie: hebben beschermende
factoren, 5 variabelen:
1. Fysiologisch: betrekking op de lichaamsstructuur en het functioneren
2. Spiritueel: invloed op geestelijke waarden en normen
3. Ontwikkeling: ontwikkelingsproces
4. Psychologisch: alle psychische processen
5. Sociaal-cultureel: sociale en culturele functioneren
- Omgeving : alle invloeden die cliëntsystemen omgeven
Intern: binnen de grenzen van het systeem (hoe goed kan een client tegen warm en koud, hoe is
het uithoudingsvermogen, de nachtrust, conditie, etc.)
Extern: buiten het systeem met onderverdeling:
Interpersoonlijk: personen (de relatie met fysio, arts, vpk, zoon, dochter, etc.)
Extrapersoonlijk: niet-personen, hoe iemand in staat is om zijn gezondheid te
onderhouden (rollator, bril, ziektewet, uitkering, etc.) .
- Gecreërde omgeving: omgeving (onbewust) persoonlijk ontwikkeld mechanisme om omgeving te
beïnvloeden. Bepaalde gedragingen die je lang het toegepast om in balans te blijven, die vaak pas aan
de orde komen als ze niet meer werken.
Gezondheid:
- Gezondheid volgens het nsm: gezondheid is niet alleen de afwezigheid van ziekte, maar dat je je kunt
aanpassen aan de omstandigheden en in balans kan blijven.
Het NSM als visie:
- Kijk systemisch naar je zorgvrager (systeembril)
- Probeer te begrijpen hoe je zorgvrager in balans blijft (analyse)
- Leer hoe en waarmee je als verpleegkundige een systeem preventief in balans houd ( gebruik taxatie,
hulpbronnen, coping bij interventies)