College 2. Bram Dierckx - ADHD
SYMPTOMATOLOGIE
DSM- criteria:
Klassen symptomen:
1. Hyperactiviteit
2. Impulsiviteit
3. Concentratie
Hyperactiviteit en impulsiviteit komen vaak samen voor.
PATHOGENESE
Hoe ontwikkeld ADHD zich?
Heritabiliteit / erfelijkheidsgraad = 75%
-
Voorbeeld: plantjes groeien in dezelfde omstandigheden en verschillen in lengte, dus kan
men stellen dat alle verschillen tussen de plantjes volledig erfelijk bepaald is. erfelijkheid
is afhankelijk van de populatie die men gebruikt om het te meten en ook van de
variabiliteit in de genen en de omgeving. Daarnaast kan men ook alleen iets zeggen over de
individuele verschillen tussen de plantjes en niks over een gemiddelde.
- Dopamine receptoren: dopaminerg en adrenerg (receptor type- 4) spelen een grote rol
evenals het MAO enzym (enzym dat neurotransmitters afbreekt in de synaptische spleet).
- Risicofactoren omgeving: Sociaal Economische status (SES), stoornissen binnen het gezin,
zwangerschap en bevallingscomplicaties, giftige stoffen.
- Breindelen: Premotorische cortex, ACC, OFC, dlPFC
, IMPACT / BURDEN OF DISEASE
Prevalentie: 3-10 %
- Meer gediagnosticeerd bij mannen dan bij vrouwen.
Co- morbiditeit
- Leerstoornissen 20-60%
- Angst/depressie20-30%
- ODD 45-50%
Slechte uitkomsten
- Lagere educatie, werkproblemen, alcoholproblemen, meer kans op op de emergency room
(ER) te komen en meer kans op vroegtijdig overlijden.
- Des te meer co- morbiditeit bij ADHD, des te meer risico op overlijden (verslaving is hierbij
het meest impactvol).
Co- morbiditeit heeft later in het leven meer impact. Verder neemt de hyperactiviteit af en nemen de
concentratieproblemen toe. Er is ook veel symptomatic persistance naar mate men ouder wordt:
mensen voldoen niet meer volledig aan de DSM diagnose ADHD.
SYMPTOMATOLOGIE
DSM- criteria:
Klassen symptomen:
1. Hyperactiviteit
2. Impulsiviteit
3. Concentratie
Hyperactiviteit en impulsiviteit komen vaak samen voor.
PATHOGENESE
Hoe ontwikkeld ADHD zich?
Heritabiliteit / erfelijkheidsgraad = 75%
-
Voorbeeld: plantjes groeien in dezelfde omstandigheden en verschillen in lengte, dus kan
men stellen dat alle verschillen tussen de plantjes volledig erfelijk bepaald is. erfelijkheid
is afhankelijk van de populatie die men gebruikt om het te meten en ook van de
variabiliteit in de genen en de omgeving. Daarnaast kan men ook alleen iets zeggen over de
individuele verschillen tussen de plantjes en niks over een gemiddelde.
- Dopamine receptoren: dopaminerg en adrenerg (receptor type- 4) spelen een grote rol
evenals het MAO enzym (enzym dat neurotransmitters afbreekt in de synaptische spleet).
- Risicofactoren omgeving: Sociaal Economische status (SES), stoornissen binnen het gezin,
zwangerschap en bevallingscomplicaties, giftige stoffen.
- Breindelen: Premotorische cortex, ACC, OFC, dlPFC
, IMPACT / BURDEN OF DISEASE
Prevalentie: 3-10 %
- Meer gediagnosticeerd bij mannen dan bij vrouwen.
Co- morbiditeit
- Leerstoornissen 20-60%
- Angst/depressie20-30%
- ODD 45-50%
Slechte uitkomsten
- Lagere educatie, werkproblemen, alcoholproblemen, meer kans op op de emergency room
(ER) te komen en meer kans op vroegtijdig overlijden.
- Des te meer co- morbiditeit bij ADHD, des te meer risico op overlijden (verslaving is hierbij
het meest impactvol).
Co- morbiditeit heeft later in het leven meer impact. Verder neemt de hyperactiviteit af en nemen de
concentratieproblemen toe. Er is ook veel symptomatic persistance naar mate men ouder wordt:
mensen voldoen niet meer volledig aan de DSM diagnose ADHD.