JOURNALISTIEK
BASISBOEK JOURALISTIEK
H O O F D S T U K 1 0 : AC H T E R G R O N D , R E P O RTAG E E N S A M E N G E S T E L D E P R O D U C TI E
10.1.1 Wat is een achtergrondverhaal?
Een verhaal waarin de journalist de achtergronden van een gebeurtenis of
ontwikkeling schetst. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van eigen
documentatie, research, interviews en eigen waarneming.
Doel: antwoord geven op de waarom-vraag en inzicht geven in het nieuws
om het beter te leren begrijpen.
Een achtergrondverhaal is geen nieuwsverhaal: actualiteit is namelijk geen
voorwaarde voor een achtergrondstuk.
Het verschil met een reportage is dat er bij een reportage iemand ter
plaatste is. Zintuigelijke waarneming.
Het hoeft niet moeilijk (geschreven) te zijn.
Opbouw en lengte
Adhv verzamelde feiten, achtergrondgegevens en informatie van
deskundige bronnen.
Selectie: verzamelen informatie, ordenen en schiften van niet-relevante
gegevens.
Gemiddeld tussen de 500 en 700 woorden
10.1.2 Soorten achtergrondverhalen
Informatief
Is niet per se brandend actueel. Met achtergrond verhaal kun je een eigen
nieuwsaanleiding creëren.
Analyserend
Legt vaak iets uit over de betekenis en gevolgen van een nieuwsfeit, adhv
deskundige mening.
Verschil met informatief artikel is de focus op duiding en interpretatie.
Confronterend
Tegenstrijdigheid van informanten. Door confrontatie van bronnen kan de
lezer vaak zelf een goeie conclusie trekken.
Commentariërend
Hier komt de mening van de auteur zelf naar voren.
, Je staat als ‘deskundige’ boven de stof.
Vraag en antwoord
De kunst om vragen te formuleren die de lezer ook zou stellen nav nieuws.
Gebruikt om een (ingewikkeld) onderwerp toegankelijk te maken voor de
lezer.
Vraag antwoord biedt lezer meer instapmomenten.
10.1.3 Vorm van het achtergrondverhaal
Tekst kan aaneengesloten worden geschreven met tussenkopjes als extra
instap- en overgangsmoment voor de lezer en meestal een foto met
bijschrift en infografic.
Streamer: dient als extra prikkel om je verhaal te lezen (citaat of conclusie)
Broodtekst: is eigenlijk je hoofdtekst. Opsommingen of deelonderwerpen
kunnen in aparte kaders worden bijgevoegd.
Subgenres zoals een brief of gefingeerde briefwisseling waarin de
achtergronden van gebeurtenissen worde belicht.
Of gefingeerde toespraak
10.2.1 Wat is een reportage?
De reportage is een verhaal met persoonlijke inbreng vd journalist waar hij
zelf is geweest. Hij gebruikt interviews, nieuwsgaring, (zintuigelijke)
waarneming en research.
De journalist geeft een beeld vd omgeving dmv waarneming:
Tafereelbeschrijving.
Welke vraag jij voor de lezer wil beantwoorden bepaalt de invalshoek.
Kleine reportages gaan over eenmalige gebeurtenissen en is gebonden
aan actualiteit.
Grote reportages bevatten meer achtergronden, context, analyses en
interpretaties.
(Meerdere locaties, oorzaken & maatregelen, cijfers, meerdere interviews,
inzicht in evt problematiek)
10.2.2 Onderwerp van de reportage+9
Inspiratiebronnen:
* Actualiteit
* Eigen omgeving
* Internet
* Brainstorm
Invalshoeken zoeken door te spelen met contrasten
* Overeenkomst en verschil
* Je inleven in de persoon of het onderwerp
* Verleden en toekomst
* Metafoor
* Omdraaien
* Vermoeden over de gevolgen
* Associatie
, Het schrijven van een reportage
Het schrijven van een reportage gaat in 7 stappen:
1. Het idee, de onderwerpskeuze/invalshoek van het ontwerp
2. Het uitwerken van het idee in een werkplan
3. De voorbereiding op de reportage
4. De verslaggeving ter plaatse
5. Het maken van een schrijfplan
6. Het schrijven van de reportage
7. Revisie van het verhaal
Vragen voor je werkplan:
* Is dit nog steeds het onderwerp dat ik oorspronkelijk heb bedacht?
* Heb ik een originele invalshoek?
* Is het onderwerp op deze manier geschikt voor de doelgroep van mijn
blad?
* Heb ik de juiste bronnen gevonden?
* Ga ik op de juiste plekken kijken?
* Leent het onderwerp zich inderdaad voor een reportage?
* Is het haalbaar?
* Ben ik iets vergeten?
Een goede lead zorgt dat de lezer in het verhaal wordt getrokken
In de lead staat een specificerende zin: een zin die duidelijk maakt waar
het verhaal over gaat
Dit heet ook de basisuitspraak of een overkoepelende zin
Soorten leads:
* Tafreellead
* Citaatlead
* Stellende of contrasterende lead
* Contrast
* Profiel/portretlead
* Anekdotisch
* Lezers-lead
* Intrigerende lead
* Ik-lead
Punchline: een krul in de staart, een pakkend einde
Soorten afsluiters:
* Samenvattend slot
* Verhaal is rond
* Tafreelbeschrijving
* Retorische vraag
* Concluderend
* Citaat
* Anekdotisch slot
10.3.4 Opbouw van het verhaal
Gebruik voor de alinea’s geen chronologie maar thema’s
Op die manier kun je onderwerpen met elkaar verbinden
Tafereelbeschrijving
1. Er zijn specifieke beelden en concrete details (zintuigelijke waarneming)
2. De details zijn geselecteerd volgens een duidelijke leidraad
3. De details zijn helder geordend