Risico Conceptueel: Sociale Veiligheid
Jaar 1 Blok A
, Leerdoelen
Deze globale leeruitkomst is verdeeld in een aantal concrete leerdoelen:
De student kent de begrippen sociale veiligheid, integrale veiligheid, objectieve en
subjectieve veiligheid en kan deze toepassen.
De student kent de begrippen criminaliteit, deviantie en overlast en kan deze toepassen.
De student kent verschillende criminologische verklaringsmodellen en theorieën en weet
deze toe te passen.
De student kan het onderscheid benoemen tussen de begrippen attitude, gedrag en
motivatie en kan deze begrippen verbinden aan vraagstukken binnen het werkveld van de
veiligheidskundige.
De student kan reflecteren op de aard en omvang van sociale onveiligheid/criminaliteit en de
conclusies die hierbij getrokken worden.
De student kan de instellingen en organisaties binnen de veiligheidsketen die zich met de
aanpak van criminaliteit bezighouden, hun taken, bevoegdheden/verantwoordelijkheden en
onderlinge beïnvloeding benoemen en toepassen op cases, in het bijzonder in relatie tot het
thema ‘selectiviteit’.
De student kan vraagstukken uit de veiligheidspraktijk benoemen en deze verbinden met
theoretische concepten uit de sociale veiligheid.
Deze leerdoelen vormen een basis voor het signaleren, onderzoeken en analyseren van
sociale veiligheidsproblemen.
, Literatuur
Week 2: - Basisboek integrale veiligheid hoofdstuk 1 en 2
Week 3: - Basisboek integrale veiligheid hoofdstuk 2 en 20
- Basisboek criminologie hoofdstuk 1 en 4
Week 4: - Basisboek integrale veiligheid hoofdstuk 20
- Basisboek criminologie hoofdstuk 3 en 6.1/2
Week 5: - Basisboek criminologie hoofdstuk 5
- Wijsman hoofdstuk 1,4 en 5
Week 6: - Basisboek integrale veiligheid hoofdstuk 11, 15 en 16
- Basisboek criminologie hoofdstuk 2
Jaar 1 Blok A
, Leerdoelen
Deze globale leeruitkomst is verdeeld in een aantal concrete leerdoelen:
De student kent de begrippen sociale veiligheid, integrale veiligheid, objectieve en
subjectieve veiligheid en kan deze toepassen.
De student kent de begrippen criminaliteit, deviantie en overlast en kan deze toepassen.
De student kent verschillende criminologische verklaringsmodellen en theorieën en weet
deze toe te passen.
De student kan het onderscheid benoemen tussen de begrippen attitude, gedrag en
motivatie en kan deze begrippen verbinden aan vraagstukken binnen het werkveld van de
veiligheidskundige.
De student kan reflecteren op de aard en omvang van sociale onveiligheid/criminaliteit en de
conclusies die hierbij getrokken worden.
De student kan de instellingen en organisaties binnen de veiligheidsketen die zich met de
aanpak van criminaliteit bezighouden, hun taken, bevoegdheden/verantwoordelijkheden en
onderlinge beïnvloeding benoemen en toepassen op cases, in het bijzonder in relatie tot het
thema ‘selectiviteit’.
De student kan vraagstukken uit de veiligheidspraktijk benoemen en deze verbinden met
theoretische concepten uit de sociale veiligheid.
Deze leerdoelen vormen een basis voor het signaleren, onderzoeken en analyseren van
sociale veiligheidsproblemen.
, Literatuur
Week 2: - Basisboek integrale veiligheid hoofdstuk 1 en 2
Week 3: - Basisboek integrale veiligheid hoofdstuk 2 en 20
- Basisboek criminologie hoofdstuk 1 en 4
Week 4: - Basisboek integrale veiligheid hoofdstuk 20
- Basisboek criminologie hoofdstuk 3 en 6.1/2
Week 5: - Basisboek criminologie hoofdstuk 5
- Wijsman hoofdstuk 1,4 en 5
Week 6: - Basisboek integrale veiligheid hoofdstuk 11, 15 en 16
- Basisboek criminologie hoofdstuk 2