Samenvatting ‘’Wat is onderzoek?’’ Nel
Verhoeven
Hoofdstuk 1 De functie van onderzoek
§1.1 Onderzoek moet je leren
Een onderzoeker heeft drie kenmerken
1. Kennis: zowel weet hebben van diverse onderzoeksmethoden als kennis met
betrekking tot het onderwerp;
2. Houding: open staan voor feedback en rapporteren van conclusies;
3. Vaardigheid: in staat zijn de stappen van onderzoek in uitvoering te brengen.
§1.2 Uitgangspunten van onderzoek
Een onderzoek wordt in meerdere stappen uitgevoerd.
Onderzoeksplan
1. Probleemstelling formuleren
2. Is hier al onderzoek naar gedaan, wat was hier de conclusie van?
3. Deadline bepalen
4. Budget bepalen
5. Overleg met begeleider, opdrachtgever en collega’s.
Onderzoekstypen
1. Praktijkgericht onderzoek
- Gericht op het oplossen van de problemen uit de praktijk.
- Heeft vaak maatschappelijke relevantie omdat er een probleem moet
worden opgelost.
2. Fundamenteel onderzoek
- Niet gericht op toepassing in de praktijk (kan er wel voor gebruikt worden).
- Beantwoord kennisvragen en vragen over wetenschappelijke theorieën.
- Wetenschappelijk relevant
- Niet per definitie irrelevant voor de maatschappij → fundamenteel
onderzoek naar zandbanken in de Noordzee zou wel degelijk
maatschappelijk relevant kunnen zijn.
Onderzoeksmethoden
1. Kwalitatief onderzoek
- Niet of nauwelijks cijfermatig
- Veldonderzoek
- Onderzoeker wil weten welke betekenis de onderzochte persoon aan
situaties geeft.
- Onderzoekseenheden worden als geheel onderzocht (holisme).
- Biedt meer diepgang → numerieke gegevens vertellen geen verhaal.
Voorbeelden kwalitatief onderzoek
, - Groepsgesprekken
- Observaties
- Open interviews
2. Kwantitatief onderzoek
- Cijfermatig
- Numerieke gegevensverwerking
- Meten is weten.
Voorbeelden kwantitatief onderzoek
- Experimenten
- Analyse van bestaande gegevens
- Vragenlijstonderzoek
3. Triangulat
ie
- Combinati
e van beide methoden.
§1.3 Stromingen in onderzoek
Er bestaan drie waar te nemen stromen van onderzoek.
1. Empirisch-analytisch
- Onderzoeker willen een objectief onderzoek en dit zoveel mogelijk
beheersen.
- Maken het onderzoek controleerbaar en herhaalbaar.
- Bedenken van tevoren eventuele antwoorden (a.d.h.v. wetten e.d.) en
kijken vervolgens in welke mate deze antwoorden overeenkomen.
- Analyses zijn kwantitatief.
- Empirisch → ervaring als bron van kennis.
- Analytisch→ er wordt kritisch naar eigen resultaten gekeken.
2. Interpretatief
- Gericht op personen en groepen.
- Op zoek naar de uitleg van een persoon. Gaat niet af op kale cijfers.
- Veelal kwalitatief.
- Veldonderzoek en participerende observatie → bijvoorbeeld: meeleven in
een stam in Afrika.
3. Kritisch-emancipatorisch
- Kritische blik op de maatschappij en de eigen onderzoeksresultaten.
- Met deze resultaten wil het bijdragen aan de emancipatie van bepaalde
groepen.
, - Veelal gehanteerd op organisatieniveau.
- Gebruikt bij veranderingsprocessen.
- Niet uitgesproken kwalitatief of kwantitatief.
§1.4 Kwaliteitscriteria
Dit zijn de criteria waaraan iedere onderzoeker zich houdt. Het bepaalde het
wetenschappelijke gehalte van je onderzoek.
Onafhankelijkheid
Een onderzoek dient onafhankelijk te zijn van voorkeuren en meningen van
betrokkenen zoals je opdrachtgever of stagebegeleider. Daarom geldt:
- Je laat persoonlijke voorkeuren buiten het onderzoek.
- Je mening doet er even niet toe.
- Het onderzoek moet intersubjectief zijn.
Intersubjectief
Als het onderzoek op dezelfde wijze, door een andere
onderzoeker wordt uitgevoerd, is de uitkomst hetzelfde. Het
onderzoek is herhaalbaar en de onderzoekers zijn in
overeenstemming over de resultaten.
Toetsbaarheid van uitspraken
Uitspraken over de resultaten moeten toetsbaar zijn → ‘Onze organisatie is
de beste’ is over het algemeen niet toetsbaar. Daarvoor gelden de
volgende aspecten:
- Geen speculatieve uitspraken
- Een onderzoek wil weerlegbaar zijn. Ideeën of verwachtingen moeten
worden bevestigd, of worden weerlegd.
- Het onderwerp moet eenduidig zijn → er mag geen onduidelijkheid bestaan
over tijd, plaats, objecten of personen.
- Het onderwerp moet openbaar zijn. Uitspraken kunnen niet worden
weerlegd of bevestigd als het onderwerp niet bekend is.
Verhoeven
Hoofdstuk 1 De functie van onderzoek
§1.1 Onderzoek moet je leren
Een onderzoeker heeft drie kenmerken
1. Kennis: zowel weet hebben van diverse onderzoeksmethoden als kennis met
betrekking tot het onderwerp;
2. Houding: open staan voor feedback en rapporteren van conclusies;
3. Vaardigheid: in staat zijn de stappen van onderzoek in uitvoering te brengen.
§1.2 Uitgangspunten van onderzoek
Een onderzoek wordt in meerdere stappen uitgevoerd.
Onderzoeksplan
1. Probleemstelling formuleren
2. Is hier al onderzoek naar gedaan, wat was hier de conclusie van?
3. Deadline bepalen
4. Budget bepalen
5. Overleg met begeleider, opdrachtgever en collega’s.
Onderzoekstypen
1. Praktijkgericht onderzoek
- Gericht op het oplossen van de problemen uit de praktijk.
- Heeft vaak maatschappelijke relevantie omdat er een probleem moet
worden opgelost.
2. Fundamenteel onderzoek
- Niet gericht op toepassing in de praktijk (kan er wel voor gebruikt worden).
- Beantwoord kennisvragen en vragen over wetenschappelijke theorieën.
- Wetenschappelijk relevant
- Niet per definitie irrelevant voor de maatschappij → fundamenteel
onderzoek naar zandbanken in de Noordzee zou wel degelijk
maatschappelijk relevant kunnen zijn.
Onderzoeksmethoden
1. Kwalitatief onderzoek
- Niet of nauwelijks cijfermatig
- Veldonderzoek
- Onderzoeker wil weten welke betekenis de onderzochte persoon aan
situaties geeft.
- Onderzoekseenheden worden als geheel onderzocht (holisme).
- Biedt meer diepgang → numerieke gegevens vertellen geen verhaal.
Voorbeelden kwalitatief onderzoek
, - Groepsgesprekken
- Observaties
- Open interviews
2. Kwantitatief onderzoek
- Cijfermatig
- Numerieke gegevensverwerking
- Meten is weten.
Voorbeelden kwantitatief onderzoek
- Experimenten
- Analyse van bestaande gegevens
- Vragenlijstonderzoek
3. Triangulat
ie
- Combinati
e van beide methoden.
§1.3 Stromingen in onderzoek
Er bestaan drie waar te nemen stromen van onderzoek.
1. Empirisch-analytisch
- Onderzoeker willen een objectief onderzoek en dit zoveel mogelijk
beheersen.
- Maken het onderzoek controleerbaar en herhaalbaar.
- Bedenken van tevoren eventuele antwoorden (a.d.h.v. wetten e.d.) en
kijken vervolgens in welke mate deze antwoorden overeenkomen.
- Analyses zijn kwantitatief.
- Empirisch → ervaring als bron van kennis.
- Analytisch→ er wordt kritisch naar eigen resultaten gekeken.
2. Interpretatief
- Gericht op personen en groepen.
- Op zoek naar de uitleg van een persoon. Gaat niet af op kale cijfers.
- Veelal kwalitatief.
- Veldonderzoek en participerende observatie → bijvoorbeeld: meeleven in
een stam in Afrika.
3. Kritisch-emancipatorisch
- Kritische blik op de maatschappij en de eigen onderzoeksresultaten.
- Met deze resultaten wil het bijdragen aan de emancipatie van bepaalde
groepen.
, - Veelal gehanteerd op organisatieniveau.
- Gebruikt bij veranderingsprocessen.
- Niet uitgesproken kwalitatief of kwantitatief.
§1.4 Kwaliteitscriteria
Dit zijn de criteria waaraan iedere onderzoeker zich houdt. Het bepaalde het
wetenschappelijke gehalte van je onderzoek.
Onafhankelijkheid
Een onderzoek dient onafhankelijk te zijn van voorkeuren en meningen van
betrokkenen zoals je opdrachtgever of stagebegeleider. Daarom geldt:
- Je laat persoonlijke voorkeuren buiten het onderzoek.
- Je mening doet er even niet toe.
- Het onderzoek moet intersubjectief zijn.
Intersubjectief
Als het onderzoek op dezelfde wijze, door een andere
onderzoeker wordt uitgevoerd, is de uitkomst hetzelfde. Het
onderzoek is herhaalbaar en de onderzoekers zijn in
overeenstemming over de resultaten.
Toetsbaarheid van uitspraken
Uitspraken over de resultaten moeten toetsbaar zijn → ‘Onze organisatie is
de beste’ is over het algemeen niet toetsbaar. Daarvoor gelden de
volgende aspecten:
- Geen speculatieve uitspraken
- Een onderzoek wil weerlegbaar zijn. Ideeën of verwachtingen moeten
worden bevestigd, of worden weerlegd.
- Het onderwerp moet eenduidig zijn → er mag geen onduidelijkheid bestaan
over tijd, plaats, objecten of personen.
- Het onderwerp moet openbaar zijn. Uitspraken kunnen niet worden
weerlegd of bevestigd als het onderwerp niet bekend is.