Week 1: hematopoiese en erythropoiese, anemie en stollingsstoornissen
HC Hematopoiese
Hematopoiese: aanmaak van
bloedcellen (leukopoëse,
erytrhopoëse, thrombopoëse).
De uitrijping van bloedcellen
begint bij een pleuripotente
stamcel in het beenmerg.
Groeifactoren, EPO/TPO/GCSF,
zijn belangrijk in de
hematopoiese.
Leukopoëse
Myelocyten/granulocyten:
- Baosfiele granulocyt: korrels
- Eosinofiele granulocyt: 2 lobbige kern, korrels
- Neutrofiele granulocyt
Functies van granulocyten (aangeboren aspecifieke afweer):
- Basofielen (waterpokken, sinusitis, diabetes): secretie van histamine (vasodilatatie) en heparine
(anticoagulant)
- Eosinofielen (parasieten, allergieën): fagocytose van antigeen-antilichaam complexen,
allergenen en inflammatoire stoffen, secretie van parasiet dodende enzymen
- Neutrofielen (bacteriën): fagocytose, secretie van antimicrobiële stoffen
Monoblasten (macrofaag)
Pikken antigenen op die ze transporten naar lymfeklieren om ze aan de T-cellen te tonen, via een HLA-
molecuul. Fagocyteren bacteriën. Chemokines vertellen de macrofaag waar ze moeten zijn.
Weefselmacrofaag = dendritische cel. T-cel activeren via: HLA, cytokines, binding
Lymfoblasten
Ontwikkeling van B- en T-cellen. Adaptieve afweer.
B-cel T-cel
Beenmerg, antigeen presentatie, maakt Thymus, naïve vs effector, killer/cytotoxisch,
antilichamen tegen antigenen, transformeert in helper, geheugen, suppressor, cytokinen.
een plasmacel na T-cel activatie, naïve vs Kan een natural-killer cel worden. Deze zijn actief
geheugen B-cellen, cytokinen tot de specifieke afweer het overneemt.
Herkennen antigenen Herkennen peptiden die gepresenteerd worden
door MHC-moleculen
, Checkpoints om te kijken of de T- en B-cellen wel goed ontwikkeld zijn, anders volgt apoptose.
Monomeer: IgD, IgE, IgG (blijven langer bestaan, geheugen). Dimeer: IgA. Pentameer: IgM (ontstaat
meteen bij een immuunrespons).
B-cellen zitten meer in je lymfeklieren. T-cellen zitten meer verspreid, ook in je huid.
Thrombopoëse
TPO (thrombopoëtine) is nodig.
IC Hematopoiëse
1. Hoe onderzoek je de hematopoiese? Wat zijn oorzaken van leukocytopenie? Wat zijn mogelijke
oorzaken voor trombocytopenie? Als AO vraag je als eerste bloedbeeld aan. Verder kan je een
bloeduitstrijkje onder de microscoop bekijken, of een beenmergpunctie doen.
Leukocytopenie betekent dat de pt een verlaagd aantal lymfocyten (neutrofielen zijn lymfocyten) heeft.
Lymfocytopenie wordt meestal veroorzaakt door virale infecties, maar ook bij auto-immuunziektes,
bacteriële infecties en medicatie.
HC Hematopoiese
Hematopoiese: aanmaak van
bloedcellen (leukopoëse,
erytrhopoëse, thrombopoëse).
De uitrijping van bloedcellen
begint bij een pleuripotente
stamcel in het beenmerg.
Groeifactoren, EPO/TPO/GCSF,
zijn belangrijk in de
hematopoiese.
Leukopoëse
Myelocyten/granulocyten:
- Baosfiele granulocyt: korrels
- Eosinofiele granulocyt: 2 lobbige kern, korrels
- Neutrofiele granulocyt
Functies van granulocyten (aangeboren aspecifieke afweer):
- Basofielen (waterpokken, sinusitis, diabetes): secretie van histamine (vasodilatatie) en heparine
(anticoagulant)
- Eosinofielen (parasieten, allergieën): fagocytose van antigeen-antilichaam complexen,
allergenen en inflammatoire stoffen, secretie van parasiet dodende enzymen
- Neutrofielen (bacteriën): fagocytose, secretie van antimicrobiële stoffen
Monoblasten (macrofaag)
Pikken antigenen op die ze transporten naar lymfeklieren om ze aan de T-cellen te tonen, via een HLA-
molecuul. Fagocyteren bacteriën. Chemokines vertellen de macrofaag waar ze moeten zijn.
Weefselmacrofaag = dendritische cel. T-cel activeren via: HLA, cytokines, binding
Lymfoblasten
Ontwikkeling van B- en T-cellen. Adaptieve afweer.
B-cel T-cel
Beenmerg, antigeen presentatie, maakt Thymus, naïve vs effector, killer/cytotoxisch,
antilichamen tegen antigenen, transformeert in helper, geheugen, suppressor, cytokinen.
een plasmacel na T-cel activatie, naïve vs Kan een natural-killer cel worden. Deze zijn actief
geheugen B-cellen, cytokinen tot de specifieke afweer het overneemt.
Herkennen antigenen Herkennen peptiden die gepresenteerd worden
door MHC-moleculen
, Checkpoints om te kijken of de T- en B-cellen wel goed ontwikkeld zijn, anders volgt apoptose.
Monomeer: IgD, IgE, IgG (blijven langer bestaan, geheugen). Dimeer: IgA. Pentameer: IgM (ontstaat
meteen bij een immuunrespons).
B-cellen zitten meer in je lymfeklieren. T-cellen zitten meer verspreid, ook in je huid.
Thrombopoëse
TPO (thrombopoëtine) is nodig.
IC Hematopoiëse
1. Hoe onderzoek je de hematopoiese? Wat zijn oorzaken van leukocytopenie? Wat zijn mogelijke
oorzaken voor trombocytopenie? Als AO vraag je als eerste bloedbeeld aan. Verder kan je een
bloeduitstrijkje onder de microscoop bekijken, of een beenmergpunctie doen.
Leukocytopenie betekent dat de pt een verlaagd aantal lymfocyten (neutrofielen zijn lymfocyten) heeft.
Lymfocytopenie wordt meestal veroorzaakt door virale infecties, maar ook bij auto-immuunziektes,
bacteriële infecties en medicatie.