Scheikunde Chemie Overal 4
vwo samenvatting – H1 t/m H7
Inhoud
Hoofdstuk 1: Scheiden en reageren.......................................................................................................2
Hoofdstuk 2: Bouwstenen van stoffen...................................................................................................4
Hoofdstuk 3: Moleculaire stoffen...........................................................................................................6
Hoofdstuk 4: Zouten en zoutoplossingen...............................................................................................8
Hoofdstuk 5: Reacties van zouten: Binas tabel 45A................................................................................9
Hoofdstuk 6: Koolstofverbindingen......................................................................................................10
Hoofdstuk 7: Duurzaamheid.................................................................................................................12
OPMERKINGEN.................................................................................................................................13
1
, Hoofdstuk 1: Scheiden en reageren
Zuivere stof: een stof dat bestaat uit één soort bouwsteen, een molecuul.
Verbinding: bouwstenen bestaan uit twee of meer verschillende atoomsoorten.
Heeft smeltpunt en kookpunt.
Mengsel: een stof dat bestaat uit twee of meer stoffen/bouwstenen. Heeft
smelttraject en kooktraject.
Soorten mengsels:
Oplossing: mengsel vloeistoffen, vaste stof en vloeistof, helder, kleurloos,
doorzichtig
Suspensie: mengsel vaste stof + vloeistof, waarbij vaste stof niet is opgelost.
Troebel, ondoorzichtig, zwevende deeltjes
Emulsie: mengsel twee vloeistoffen die niet goed oplossen in elkaar. Altijd
troebel. Door verschil in dichtheid tweelagensysteem.
Hydrofiel: goed mengen in water
Hydrofoob: waterafstotend, niet goed mengen met water
Emulgator: zorgt ervoor dat de emulsie gemengd blijft, heeft een staart
(hydrofoob) en kop (hydrofiel).
Bij scheiden van een mengsel sorteer je de moleculen. Berust op de
stofeigenschappen (unieke eigenschappen van een stof).
Scheidingsmethoden:
filtreren: verschil in deeltjesgrootte, suspensie, vloeistof is filtraat, de vaste
stof residu
Bezinken: verschil in dichtheid, suspensie + emulsie
Indampen: verschil kookpunt, suspensie
Destillatie: verschil kookpunt, suspensie, vloeistof opgevangen is destillaat,
overblijfsel is residu. Kookpunten moeten goed uit elkaar zijn voor indampen en
destillatie.
Extraheren: verschil oplosbaarheid, mengsel vaste stoffen, oplosmiddel is
extractiemiddel
Adsorptie: verschil adsorptievermogen, kleur-, geur-, en smaakstoffen
verwijderen met koolstof. Adsorptiemiddel is stof waarmee het wordt gedaan
Papierchromatografie: verschil in adsorptie en aanhechtingsvermogen. De
loopvloeistof is de Rf-waarde. Dit is de start van de stof t/m waar het eindigt /
start stof t/m eindfront.
Verschil adsorberen / absorberen: absorberen is het echt opnemen van de stof
(naar binnen), bij adsorbatie wordt de stof alleen via de buitenkant gehecht.
Kenmerken chemische reacties:
- verdwijnen beginstoffen, ontstaan reactieproducten
- massa blijft gelijk
- stoffen reageren en blijven in vaste massaverhouding
- reactietemperatuur nodig (min T om reactie te laten verlopen)
- energie-effect, kan energie vrijkomen of nodig hebben
2
vwo samenvatting – H1 t/m H7
Inhoud
Hoofdstuk 1: Scheiden en reageren.......................................................................................................2
Hoofdstuk 2: Bouwstenen van stoffen...................................................................................................4
Hoofdstuk 3: Moleculaire stoffen...........................................................................................................6
Hoofdstuk 4: Zouten en zoutoplossingen...............................................................................................8
Hoofdstuk 5: Reacties van zouten: Binas tabel 45A................................................................................9
Hoofdstuk 6: Koolstofverbindingen......................................................................................................10
Hoofdstuk 7: Duurzaamheid.................................................................................................................12
OPMERKINGEN.................................................................................................................................13
1
, Hoofdstuk 1: Scheiden en reageren
Zuivere stof: een stof dat bestaat uit één soort bouwsteen, een molecuul.
Verbinding: bouwstenen bestaan uit twee of meer verschillende atoomsoorten.
Heeft smeltpunt en kookpunt.
Mengsel: een stof dat bestaat uit twee of meer stoffen/bouwstenen. Heeft
smelttraject en kooktraject.
Soorten mengsels:
Oplossing: mengsel vloeistoffen, vaste stof en vloeistof, helder, kleurloos,
doorzichtig
Suspensie: mengsel vaste stof + vloeistof, waarbij vaste stof niet is opgelost.
Troebel, ondoorzichtig, zwevende deeltjes
Emulsie: mengsel twee vloeistoffen die niet goed oplossen in elkaar. Altijd
troebel. Door verschil in dichtheid tweelagensysteem.
Hydrofiel: goed mengen in water
Hydrofoob: waterafstotend, niet goed mengen met water
Emulgator: zorgt ervoor dat de emulsie gemengd blijft, heeft een staart
(hydrofoob) en kop (hydrofiel).
Bij scheiden van een mengsel sorteer je de moleculen. Berust op de
stofeigenschappen (unieke eigenschappen van een stof).
Scheidingsmethoden:
filtreren: verschil in deeltjesgrootte, suspensie, vloeistof is filtraat, de vaste
stof residu
Bezinken: verschil in dichtheid, suspensie + emulsie
Indampen: verschil kookpunt, suspensie
Destillatie: verschil kookpunt, suspensie, vloeistof opgevangen is destillaat,
overblijfsel is residu. Kookpunten moeten goed uit elkaar zijn voor indampen en
destillatie.
Extraheren: verschil oplosbaarheid, mengsel vaste stoffen, oplosmiddel is
extractiemiddel
Adsorptie: verschil adsorptievermogen, kleur-, geur-, en smaakstoffen
verwijderen met koolstof. Adsorptiemiddel is stof waarmee het wordt gedaan
Papierchromatografie: verschil in adsorptie en aanhechtingsvermogen. De
loopvloeistof is de Rf-waarde. Dit is de start van de stof t/m waar het eindigt /
start stof t/m eindfront.
Verschil adsorberen / absorberen: absorberen is het echt opnemen van de stof
(naar binnen), bij adsorbatie wordt de stof alleen via de buitenkant gehecht.
Kenmerken chemische reacties:
- verdwijnen beginstoffen, ontstaan reactieproducten
- massa blijft gelijk
- stoffen reageren en blijven in vaste massaverhouding
- reactietemperatuur nodig (min T om reactie te laten verlopen)
- energie-effect, kan energie vrijkomen of nodig hebben
2