Hoofdstuk 9 - golven
1. Paragraaf 1
Een lopende golf is een golf waarbij punten na elkaar een trilling uitvoeren, wat uiteindelijk
zorgt voor een grote golfbeweging (bijvoorbeeld bij een touw die horizontaal heen en weer
beweegt). Ieder punt trilt hierbij om een evenwichtsstand. Doordat er energie wordt
doorgegeven gaat het volgende punt steeds ook trillen (golf). Bij een harmonische trilling
ontstaat een sinusvormige golf. De golflengte is de afstand waarin een golf zich herhaalt. Als
je een beperkt aantal golven uitzend noem je dat een golftrein of een puls.
De kop van een golf noem je het golffront. De golflengte is de afstand waarover het golffront
zich in een trillingstijd verplaatst met een bepaalde snelheid. Golven die zich voortplanten
door een medium noem je mechanische golven.
Er zijn twee soorten golven:
o Transversale golven – de trillingsrichting staat loodrecht op de
voortplantingsrichting van de golf.
o Longitudinale golven – de ringen van de veer trillen in de lengterichting (dezelfde
richting als waarin de golf zich voortbeweegt). Hierbij ontstaat er een patroon van
verdichtingen en verdunningen.
Golven kunnen van elkaar verschillen. Hier zijn een paar verschillende soorten:
1. Snaren – eendimensionale transversale golf
2. Geluidsgolven – driedimensionale en longitudinale golf
3. Watergolven – tweedimensionale transversale golf of een driedimensionale
longitudinale golf. De eerste komt voor als je een steentje in het water gooit
(golfsnelheid hangt af van de diepte van het water). De tweede komt voor als een
deeltje een uitwijking krijgt en die doorgeeft.
4. Golven in vaste stoffen – zowel longitudinale als transversale driedimensionale
golven.
5. Elektromagnetische golven – driedimensionaal en transversaal.
2. Paragraaf 2
Je kan een trilling weergeven in een (u,x)-diagram. Dit is een soort foto van een golf. In een
(u,x)-diagram kan je de golflengte aflezen.De trilling van een deeltje kan je weergeven in een
(u,t)-diagram. Je kan dus van elk punt uit het (u,x)-diagram een (u,t)-diagram maken.
In een (u,t)-diagram kan je de trillingstijd aflezen. In beide diagrammen kan je de amplitude
aflezen.
1. Paragraaf 1
Een lopende golf is een golf waarbij punten na elkaar een trilling uitvoeren, wat uiteindelijk
zorgt voor een grote golfbeweging (bijvoorbeeld bij een touw die horizontaal heen en weer
beweegt). Ieder punt trilt hierbij om een evenwichtsstand. Doordat er energie wordt
doorgegeven gaat het volgende punt steeds ook trillen (golf). Bij een harmonische trilling
ontstaat een sinusvormige golf. De golflengte is de afstand waarin een golf zich herhaalt. Als
je een beperkt aantal golven uitzend noem je dat een golftrein of een puls.
De kop van een golf noem je het golffront. De golflengte is de afstand waarover het golffront
zich in een trillingstijd verplaatst met een bepaalde snelheid. Golven die zich voortplanten
door een medium noem je mechanische golven.
Er zijn twee soorten golven:
o Transversale golven – de trillingsrichting staat loodrecht op de
voortplantingsrichting van de golf.
o Longitudinale golven – de ringen van de veer trillen in de lengterichting (dezelfde
richting als waarin de golf zich voortbeweegt). Hierbij ontstaat er een patroon van
verdichtingen en verdunningen.
Golven kunnen van elkaar verschillen. Hier zijn een paar verschillende soorten:
1. Snaren – eendimensionale transversale golf
2. Geluidsgolven – driedimensionale en longitudinale golf
3. Watergolven – tweedimensionale transversale golf of een driedimensionale
longitudinale golf. De eerste komt voor als je een steentje in het water gooit
(golfsnelheid hangt af van de diepte van het water). De tweede komt voor als een
deeltje een uitwijking krijgt en die doorgeeft.
4. Golven in vaste stoffen – zowel longitudinale als transversale driedimensionale
golven.
5. Elektromagnetische golven – driedimensionaal en transversaal.
2. Paragraaf 2
Je kan een trilling weergeven in een (u,x)-diagram. Dit is een soort foto van een golf. In een
(u,x)-diagram kan je de golflengte aflezen.De trilling van een deeltje kan je weergeven in een
(u,t)-diagram. Je kan dus van elk punt uit het (u,x)-diagram een (u,t)-diagram maken.
In een (u,t)-diagram kan je de trillingstijd aflezen. In beide diagrammen kan je de amplitude
aflezen.