1903 - 1970
Negatieve Dialektiek - De school van Frankfurt
- Dialektik der Aufklarung (samen met Horkheimer)
- Mens kan door rede ( techniek en wetenschap ) tot vrijheid komen ( van de afhankelijkheid
van de natuur e.d. ) dit is volgens Adorno eigen aan het superioriteitsdenken van de mens
- Wetenschap en techniek zijn realisaties van de heerschappij over de natuur
- Heerschappij over de natuur = herrschaft-idee
- Die heerschappij bevat eigen negatie, autodestructiviteit: om vrij te komen van de natuur
heeft de mens die tot object van heerschappij gemaakt, maar dat arsenaal van middelen
keert zich nu tegen de mens zelf
- Naïve geloof in blijvende vooruitgang is niet vol te houden leid tot negatieve dialektiek:
besef dat rationalisatie haar eigen negatie bevat
- Verschil met Hegel: op dit herrschaft-idee volgt geen synthese
- pessimistische theorie = geen positivist: we hebben de mogelijkheden om vooruit te
gaan, maar geen mogelijkheden om de ontstane problemen op te lossen
- Later WTK-bestel toen men ontdekte dat technologie ook praktische toepassingen had
Aristoteles
384 V.C. – 322 V.C.
Leerling van Plato
Systematicus
- In tegenstelling tot Plato stelde Aristoteles zijn inzichten voor in cursussen, Plato in dialogen
- Plato zegt dat vormen een apart bestaan hebben, Aristoteles zegt van niet, aanvaard
vormen wel als kennisobject vormen bestaan alleen als dingen zelf, niet in een aparte
vormenwereld
- Kennis van vormen ontstaan door abstractieprocédé: door talloze onvolmaakte
benaderingen van cirkels te zien, vormt zich in onze geest het begrip volmaakte cirkel
- Ontwierp de logica: hoe je het denken moet ordenen
- Formele logica: onderzoekt de vorm of de structuur van het denken ipv de inhoud
klemtoon op geven van definities met die definities vormt men oordelen en met die
oordelen kunnen we verbindingen maken tot redeneringen en zo conclusies vormen
- Basis voor afleidingen zijn axioma’s, onbetwistbare dingen
- Informele logica: probeert correcte redeneringen te onderscheiden van drogredenen
, o Ad hominem argument: discussie willen winnen door uitspraken te doen over de
tegenstander als persoon
o Gezagsargument: iets ontkrachten of bewijzen door naar een autoriteit te verwijzen
o Bad-company en good-company drogreden: bijtreden of bekritiseren van iets door
naar mensen te verwijzen die ook dat idee aandoen
o Iedereen-doet-het drogreden: denken dat iets juist is omdat anderen die houding
hebben
o Anekdotiek drogreden: verwijzen naar een anekdote
o Begging the question: wat je moet aantonen opnemen in je redenering
o Cirkelredenering: conclusie baseren op premissen, maar die premissen zijn
ondersteund door de conclusie
o Valse tegenstellingen: standpunt verdedigen door te zeggen dat er maar 1
alternatief is, en dat dat een slecht is
o Hellend vlak: als A het mag doen zal B het ook doen en dan C ook
o Stroman: men geeft een foute weergave van de tegenstander om die makkelijker te
weerleggen
- Na Aristoteles: in westerse wetenschap en filosofie: dubbele tendens: enerzijds nadruk op
creativiteit menselijke geest, anderzijds kennisverwerving door ervaring = nature vs nurture
= Plato vs Aristoteles
- Wereldvisie is teleologisch: klemtoon ligt op doel, zo ligt het doel aan de basis van wat
bestaat
Francis Bacon
Werk : Novum Organum = nieuw Organon ( organon = boeken van Aristoteles
New Learning –aanhanger
1561 – 1626
- Aanhanger New Learning: besef dat men kennis op andere manieren kan verkrijgen
- Groot vertrouwen in rede
- Lumen naturale: natuurlijk licht menselijk verstand verlichting
- Afkeer middeleeuws denken
- Verandering wereldbeeld: overgang naar open wereldbeeld + mechanisering wereldbeeld
- Verwoorde als eerste New Learning
- Open wereldbeeld door Copernicus: Zon is centrum zonnestelsel: heliocentrisme, sterren
blijven wel vast staan
- Bruno: heelal oneindig
, Jeremy Bentham
1748 – 1832
Ontwikkelde utilitarisme
Invloed op Mill
positivist
- Ontwikkeling utilitarisme: geluk vergroten
- Ethiek moet zich richten op vermeerdering van geluk en de vermindering van lijden
- Handelingen die pijn vergroten: moreel negatief, handelingen die geluk vergroten: moreel
positief
- Enige criterium is pijn
- Deels consequentialisme: gevolg van handeling is belangrijk
- Voorstander recht op vrije meningsuiting, gelijkheid rassen, gelijkheid man en vrouw,
religieuze en filosofische tolerantie, ideologische opvattingen en handelsvrijheid
George Berkeley
Empirist ( tegenovergestelde van rationalist )
1684 – 1753
Alles wat wij kennen en waarnemen, wordt slechts waargenomen en gekend als
bewustzijnsfenomeen = als we dus beweren dat iets bestaat, dan beweren we niet meer
dan dat het bestaat in ons bewustzijn bestaat het al dan niet in het echt, maakt niets uit
- = Radicaliseert Locke
- Tegenstelling met Locke: geen primaire en secundaire waarnemingen, alleen maar
secundaire waarnemingen, dus kennis altijd door secundaire gegevens enkel kennend
object bestaat, wat we ons inbeelden bestaat, de echte wereld is een geloofsovertuiging =
subjectief idealisme
- Wetenschap houdt zich bezig met voorstellingen die geregeld terugkomen en steeds
opnieuw worden geassocieerd met andere voorstellingen
- Zijn subjiectief idealisme leidde bij enkele filosofen tot solipsisme: het enige wat bestaat is
je eigen geest, al de rest is uitgevonden door je geest, dus er bestaan geen andere mensen =
other mindsproblematiek