100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Management van overheid en non-profit organisaties

Rating
4.0
(4)
Sold
23
Pages
13
Uploaded on
09-12-2014
Written in
2014/2015

Collegedictaat van 13 pagina's voor het vak management van overheid en non-profit organisaties aan de NCOI

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 9, 2014
Number of pages
13
Written in
2014/2015
Type
Class notes
Professor(s)
Unknown
Contains
All classes

Content preview

Les 1 Leerdoelen:

1. De definitie van publiek manager uitleggen.

Publiek management: met en via anderen dingen voor elkaar krijgen in publieke domeinen.

 Zowel (intern) in publieke en maatschappelijke organisaties;
 (intern en extern) via organisatie die tot publieke domeinen behoren of daar sterk
mee verbonden zijn;
 (extern) met andere organisaties in of nauw verbonden met het publieke domein.

Het gaat dus zowel om het interne management van een organisatie in de publieke sector
als om het managen van (beleids)processen, waarbij meerdere organisaties en burgers
betrokken zijn, als om het aansturen van ketens en netwerken.

2. Trends beschrijven die van invloed zijn op publieke organisatie.
 Toenemende en soms tegenstrijdige eisen vanuit politiek en bestuur;
 Globalisering;
 Technologisering.

In elke sector hebben deze trends weer specifieke gevolgen. Denk bijvoorbeeld aan
de gevolgen van bezuinigingen en digitalisering voor de bibliotheeksector. Of de
gevolgen van de drie grote decentralisaties voor gemeenten. Daarnaast zijn er
sectorspecifieke trends.

3. De reacties van publieke organisaties op maatschappelijke trends verklaren.
 Een sterkere sturing op prestaties en ondernemerschap (NPM);
 Samenwerken in netwerken en ketens;
 Meer gebruik van technologie bij het leveren van diensten en het communiceren
met klanten en burgers (e-governance).
4. De verschillen verklaren in aantal en typen managers in publieke organisaties.
 Managers die leidinggeven aan projecten, processen of programma’s;
 cliëntmanagers’ die verantwoordelijk zijn voor een groep cliënten;
 Ketenmanagers die verantwoordelijkheid hebben om bijvoorbeeld een
samenwerkingsverband met andere organisaties aan te sturen.
5. Voorbeelden geven van de manier waarop publieke organisaties ‘klem’ zitten.

De publieke sfeer zit klem. Aan de ene kant kennen publieke en semipublieke
organisaties als ministeries, gemeenten, politiekorpsen, ziekenhuizen, scholen en musea
complexe opdrachten. Ze moeten lastige onderwerpen en problemen aanpakken, ze
moeten veiligheid verbeteren, de volksgezondheid bewaken, sociaal maatschappelijke
misstanden oplossen, en het culturele aanbod in stand houden.

Bij het aangaan van zulke grootse en diffuse opdrachten zijn ze verbonden aan politieke
processen en democratische randvoorwaarden, moeten ze openbaarheid betrachten en
verantwoording afleggen, en zijn ze onderwerp van toezicht, inspectie en (media)
controle. Bovendien moeten ze klassieke waarden hoog houden, zoals
rechtsstatelijkheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid, en moeten ze zelf het toonbeeld
van onpartijdigheid en integriteit zijn.

,Aan de andere kant worden publieke en semipublieke organisaties gedwongen ‘modern’
en vooral prestatiegericht te opereren. Sinds de jaren 80 van de twintigste eeuw worden
ze gezien als min of meer normale bedrijven die net als bedrijven op de markt door
prikkels gesimuleerd worden om ‘value for money’ te leveren.

Burger verwachten dat publieke organisaties minstens net zo goed worden gemanaged
als private organisaties minstens net o goed worden gemanaged als private organisaties.
Ze willen goede dienstverlening en niet van het kastje naar de muur worden gestuurd. Ze
willen een snelle adequate aanpak van maatschappelijke problemen. Er is weinig geduld
en weinig begrip voor juridische beperkingen en politieke strijd. Dat betekent dat
complexe opdrachten eenvoudig aangepakt moeten worden, bijvoorbeeld door duidelijk
plannen, ‘targets’en indicatoren te gebruiken. Het betekent ook dat keuzen rationeel
moeten worden gemaakt, op grond van kosten-baten afwegingen.



Les 2

1. De variëteit aan publieke taken en organisatie beschrijven.
De publieke sector bestaat uit verschillende onderdelen namelijk:
 De overheid;
 De semioverheid ( bevinden zich in de volgende sectoren:
 Energie;
 Openbaar vervoer (NS);
 Onderwijs;
 Woningcorporaties;
 Gezondheidszorg en welzijn (ABP/Bank Nederlandse gemeenten);
 Media.
 Particuliere organisaties met een publieke taak:
 Productschappen;
 Vakbonden;
 Werkgeversvereniging;
 Milieubeweging
Onder de noemer van publiek management richten we ons op de volgende vijf typen
organisaties:
1) Publieke organisaties, zoals ministeries en gemeenten, maar ook justitie en
politie;
2) Publieke uitvoeringsorganisaties, zoals dienstverlenende of toezichthoudende
organisaties die eer of minder verzelfstandigd zijn;
3) Semipublieke en maatschappelijke organisaties die sterk met de staat
verbonden zijn, op zijn minst voor financiering, maar statutair stichtingen of
verenigingen zijn en relatief zelfstandig;
4) Ketens en netwerken, waarin publieke maatschappelijke (en private) partijen
betrokken zijn;
5) Publiek-private samenwerking; waarin publieke en private spelers
samenwerken.
2. De wisselwerking tussen organisaties en hun omgeving verklaren.
De omgeving van organisaties kan op een aantal dimensies sterk verschillen. Er
moet rekening gehouden worden met 4 factoren:

, 1) Stabiel vs. dynamisch;
2) Simpel vs. complex;
3) Homogeen vs. heterogeen;
4) Welgezind vs. vijandig.

Kenmerken van de systeem- of contingency-benadering van organisaties is het
uitgangspunt dat de manier van organiseren beïnvloed wordt door de omgeving.

3. Uitleggen welke redenen er zijn voor samenwerking in netwerken.
Redenen voor samenwerking zijn vooral dat er verschillende ‘bronnen’ bijeen
gebracht kunnen worden, zoals:
 Kennis, expertise en kunde;
 Budget en middelen;
 Draagvlak en legitimiteit.

Om netwerken goed te kunnen begrijpen is het handig om preciezer te weten wat het
verschil is met hiërarchie en markt.

Hiërarchie:

In een hiërarchisch systeem gaat de sturing top-down via regels, procedures,
planning en controle. Ook verantwoording over de geleverde diensten of producten
gaat via formele procedures en actoren, maar dan niet van beneden naar boven. Van
oudsher is de hiërarchie aanbodsgericht: de aanbieder van een product of dienst
bepaalt wat wordt aangeboden. Hiërarchie is een traditionele sturingsvorm in de
publieke sector. Legitimiteit wordt verkregen via het volgen van de regels.
Hiërarchieën zijn dus procesgerichte vormen van sturing.

Markt:

In markten is het dominante principe dat van winst maken. Zij zijn te vinden in de
private sector. Markten zijn gericht op klanten en hun tevredenheid. Ze zijn
vraaggericht. Als klanten geen of minder producten afnemen, dan verandert de
producent de producten. Legitimiteit wordt dus verkregen door de afzet van
producten: het resultaat telt.

Netwerken:

Organisaties die in netwerken samen werken, willen samen dingen gedaan krijgen.
Netwerken zijn gebaseerd op onderling vertrouwen. De verschillende partijen in een
netwerk hebben elkaar nodig voor bijvoorbeeld toegang tot middelen om hun doel te
bereiken. Legitimiteit van netwerken kan soms verkregen worden door het resultaat,
maar vaak ook door een goed proces.

4. Voorbeelden beschrijven van uitvoering van publieke taken in netwerken.

Vroeger was corporatisme dominant: een geïnstitutionaliseerde vorm van
samenwerking tussen de overheid en andere organisaties. Doelstelling was om
conflicten te voorkomen of te dempen. Bijv. SER waar overheid en werkgevers en
werknemers afspraken maakten over loonontwikkeling.

Available practice questions

$4.17
Get access to the full document:
Purchased by 23 students

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Reviews from verified buyers

Showing all 4 reviews
1 year ago

3 year ago

4 year ago

8 year ago

4.0

4 reviews

5
1
4
2
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Margherita1969 NCOI
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
220
Member since
11 year
Number of followers
119
Documents
30
Last sold
9 months ago

3.7

7 reviews

5
2
4
2
3
2
2
1
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions